Leerling, Onderwijs en Begeleiding
(LOB)
Deel A
Tara van der Sar
Inhoudsopgave
Week 1.....................................................................................................1
Van Mameren, A. (2023). The school of the others. The
Netherlands. Dynamis. Rivista di filosofia et pratische educative......18
Week 2...................................................................................................52
Handelingsmodel................................................................................63
Week 3...................................................................................................67
Ros, B., Van Gelderen, A., De Glopper, K., & Van Steensel, R.
(2021). Leer ze lezen: Praktische inzichten uit onderzoek voor leraren
basisonderwijs. Didactief onderzoek...................................................67
Van Steensel, R. (2022). Zorg voor een motiverende leesomgeving
(hoofdstuk 8). In T. Houtveen & R. van Steensel (Red.), De zeven
pijlers van onderwijs in begrijpend lezen............................................82
Week 4...................................................................................................87
Gaikhorst, L. (2025). Gelijke kansen in het onderwijs: structuren
begrijpen, verschil maken...................................................................87
El Hadioui, I., Slootman, M., El-Akabawi, Z., Hammond, M., Mudde, A.
L., & Schouwenburg, S. (2019). Switchen en klimmen: over
switchgedrag en de klim op de schoolladder in een grootstedelijke
omgeving..........................................................................................100
Werkgroep 1.1......................................................................................106
Werkgroep 1.2......................................................................................110
Werkgroep 3.2......................................................................................113
Werkgroep 4.1......................................................................................122
Week 1
Biesta, G. (2011). De school als toegang tot de wereld: een
pedagogische kijk op goed onderwijs. In R. Klarus en W.
Wardekker (red.). Wat is goed onderwijs?
, 2
(pp. 15-36). Boom Lemma Uitgevers. Online beschikbaar via https://vu-
bibliotheek-budh-nl.vu-nl.idm.oclc.org/boek/9789059316348/
Samenvatting – Gert Biesta: De school als toegang tot de wereld
1. Waar gaat deze tekst over?
Biesta stelt een centrale vraag:
Wat is goed onderwijs?
Bijna iedereen is vóór goed onderwijs, maar mensen bedoelen daar vaak
iets anders mee.
Voor de één is onderwijs goed als leerlingen hoge cijfers halen.
Voor de ander is onderwijs goed als het helpt om ongelijkheid te
verkleinen.
Weer een ander vindt onderwijs pas goed als het leerlingen moreel vormt
of kritisch leert denken.
Het belangrijkste punt van Biesta is dus:
Je kunt niet zomaar zeggen dat onderwijs “goed” is, zonder eerst te
vragen: goed waarvoor?
2. Goed onderwijs in enge en in brede zin
Biesta maakt eerst een belangrijk onderscheid.
Goed onderwijs in enge zin
Dit gaat over de kwaliteit van het onderwijsproces zelf.
Bijvoorbeeld:
Hoe geef je goed rekenonderwijs?
Hoe ziet goed wiskundeonderwijs eruit op de basisschool?
Welke didactiek werkt goed bij verpleegkundigen in opleiding?
Hier gaat het dus vooral om:
didactiek
instructie
curriculum
onderwijskundige aanpak
Goed onderwijs in brede zin
Dit gaat over de grotere doelen en verwachtingen van onderwijs.
Bijvoorbeeld:
Moet onderwijs voorbereiden op werk?
Moet onderwijs zorgen voor democratische burgers?
Moet onderwijs creativiteit ontwikkelen?
Moet onderwijs bijdragen aan gelijke kansen?
Dit is voor Biesta heel belangrijk, want discussies in de samenleving gaan
vaak niet alleen over hoe je lesgeeft, maar vooral over waarom je
onderwijs geeft en wat het moet opleveren.
Kort onthouden
Enge zin = hoe onderwijs wordt gegeven
Brede zin = waartoe onderwijs dient
3. Het pedagogische perspectief
Biesta wil onderwijs bekijken vanuit een pedagogisch perspectief.
Dat betekent dat hij niet alleen kijkt naar:
techniek
efficiëntie
, 3
toetsresultaten
didactische methodes
maar vooral naar vragen als:
Wat is wenselijk in onderwijs?
Wat is goed voor de leerling als mens?
Wat moet onderwijs bijdragen aan het opgroeien van kinderen en
jongeren?
Dus:
Didactiek en onderwijskunde gaan vooral over het “hoe”,
pedagogiek gaat vooral over het “waarom” en het “waartoe”.
4. Drie dimensies van goed onderwijs
De kern van Biesta’s theorie is dat goed onderwijs altijd drie dimensies
heeft:
1. Kwalificatie
2. Socialisatie
3. Persoonsvorming
Dit zijn geen drie losse vakjes in de praktijk. In echt onderwijs lopen ze
altijd door elkaar heen. Maar het onderscheid helpt wel om onderwijs goed
te analyseren.
4.1 Kwalificatie
Wat betekent dat?
Kwalificatie betekent dat onderwijs kinderen en jongeren kennis,
vaardigheden en houdingen bijbrengt die ze nodig hebben om later te
kunnen functioneren.
Dat kan gaan om:
beroepsvaardigheden
algemene vaardigheden
kennis om in de samenleving mee te doen
Voorbeelden
Een chirurg moet leren opereren.
Een lasser moet leren lassen.
Leerlingen moeten leren lezen, schrijven en rekenen.
Studenten moeten leren samenwerken en communiceren.
Burgers hebben ook historische, juridische en economische kennis
nodig om de samenleving te begrijpen.
Belangrijk idee
Onderwijs rust leerlingen toe voor:
werk
samenleving
dagelijks leven
Makkelijk voorbeeld
Als een leerling leert:
een tekst analyseren,
informatie opzoeken,
een presentatie geven,
dan is dat kwalificatie.
, 4
4.2 Socialisatie
Wat betekent dat?
Socialisatie betekent dat onderwijs leerlingen inleidt in bestaande
tradities, normen, waarden, gebruiken en praktijken van de
samenleving.
Met andere woorden:
de school helpt nieuwkomers onderdeel te worden van een bestaande
wereld.
Dat kan gaan om:
cultuur
omgangsvormen
normen en waarden
democratische principes
maatschappelijke regels
Voorbeelden
Leren dat je naar elkaar luistert in een gesprek
Leren wat de democratische rechtsstaat is
Leren hoe je je gedraagt in een groep
Leren wat in een samenleving als respectvol of fatsoenlijk wordt
gezien
Positieve kant
Socialisatie helpt leerlingen om:
deel te worden van de samenleving
toegang te krijgen tot cultuur en tradities
te begrijpen hoe de wereld werkt
Mogelijke problemen
Biesta laat zien dat socialisatie ook lastig kan zijn.
Bijvoorbeeld:
als tradities niet meer bij iemand passen
als onderwijs ongelijkheid juist blijft herhalen
als ongewenste normen of machtsverhoudingen worden
doorgegeven
Voorbeeld
Een school kan leerlingen socialiseren in democratische waarden, zoals:
vrijheid van meningsuiting
gelijkwaardigheid
respect voor verschillen
Dat kan positief zijn.
Maar een school kan ook onbewust sociale ongelijkheid reproduceren,
bijvoorbeeld wanneer kinderen uit kansrijke milieus steeds meer voordeel
krijgen dan anderen.
Kort onthouden
Kwalificatie = wat je kunt
Socialisatie = waar je bij leert horen
4.3 Persoonsvorming
Wat betekent dat?
Persoonsvorming gaat over de ontwikkeling van de leerling als
zelfstandig persoon.