Onder de successiewet worden 2 belastingen geheven (art. 1 / SW):
Erfbelasting
Speelt als iemand overlijdt
‘Krijger’ wordt belast over het totale (wereld-)vermogen van de erflater
o Netto (bezittingen minus schulden)
o Erfenis verloopt via de notaris
De erflater moet in NL wonen (woonplaatsbeginsel)
o Minimaal 10 jaar nog geldig ‘na’ verlaten NL (woonplaatsfictie, art. 3 / SW)
Wie heft, wanneer?
o Overledene woonachtig in NL + bezit in NL He ing door NL
o Overledene woonachtig in NL + bezit in buitenland He ing door NL
o Overledene woonachtig in buitenland + bezit in NL en buitenland
He ing door NL indien geëmigreerd minder dan 10 jaar geleden
Geen he ing door NL indien geëmigreerd meer dan 10 jaar
geleden óf nooit gewoond in NL
Tarief Erf- en schenkbelasting = gelijk aan elkaar (art. 24 / Sw)
o Opgebouwd in 2 groepen (1 en 2)
Belaste verkrijging 1. Partners en 1A. 2. Overige
kinderen Kleinkinderen verkrijgers
€ 0 – 152.368 10% 18% 30%
€ 152.368 en hoger 20% 36% 40%
o Tariefgroep 1 belast tot € 152.368, elke euro daarboven valt in tariefgroep
2
Er is sprake van een vrijstelling van de erfbelasting (art. 32 / Sw), als volgt:
Echtgenoten en partners € 795.156 Art. 32, lid 1, 4e, sub a
** Art. 32, lid 2
(Klein)kinderen € 25.187 Art. 32, lid 1, 4e, sub c
en d
Ouders van een kind € 59.643 Art. 32, lid 1, 4e, sub e
Overige gevallen € 2.658 Art. 32, lid 1, 4e, sub f
ANBI/SSBI en Geheel vrijgesteld Art. 32, lid 1, 3e, 8e en 9e
steunstichting SBBI
‘Partner’ (**) wordt gedefinieerd als:
o Echtgenoten / geregistreerde partner mits niet van tafel en bed
gescheiden (art. 1a / SW, jo. Art. 5A / AWR)
o Ongehuwde samenwoners, met en zonder notarieel
samenlevingscontract (art. 1a, lid 1, 3 en 4)
Erfenis van woningen worden gewaardeerd op basis van de Wet ‘Waardering
Onroerende Zaken’ (WOZ) (art. 21, lid 5 / Sw) – Zie hieronder
,Schenkbelasting
Speel als iemand een gift verkrijgt
‘Krijger’ wordt belast, verplicht aangifte doen
Alles geschonken binnen 180 dagen vóór het overlijden wordt gezien als
schenking (art. 12 / Sw)
Waarde van de schenking (art. 21 / Sw):
o Waarde in het economisch verkeer op de dag van het overlijden
Wonen:
Vruchtgebruik:
Tarief Erf- en schenkbelasting = gelijk aan elkaar (art. 24 / Sw)
o Opgebouwd in 2 groepen (1 en 2)
Belaste verkrijging 1. Partners en 1A. 2. Overige
kinderen Kleinkinderen verkrijgers
€ 0 – 152.368 10% 18% 30%
€ 152.368 en hoger 20% 36% 40%
o Tariefgroep 1 belast tot € 152.368, elke euro daarboven valt in tariefgroep
2
Er is sprake van een vrijstelling van de schenkbelasting (art. 33 / Sw), als volgt:
Jaarlijkse vrijstelling van kind* € 6.713 Art. 33, 5e
Eenmalige vrijstelling kind € 32.195 Art. 33, 5e
(tussen 18 en 40 jaar)
Schending dure studie kind € 67.064 Art. 33, 5e
(tussen 18 en 40 jaar)
Overige gevallen € 2.690 Art. 33, 7e
Verkrijging door ANBI, SBBI of Geheel vrijgesteld Art. 33, 4e, 13e en 14e
Steunstichting SBBI
Verkrijging van ANBI, mits de Geheel vrijgesteld Art. 33, 10e
uitkering geheel of nagenoeg
geheel in het algemeen belang
is
* Onder ‘kind’ wordt gezien kind, pleegkind en stiefkind
Waarderingsmethoden bij erf- en schenkbelasting
Schenking/erfenis van woningen worden gewaardeerd op basis van de Wet ‘Waardering
Onroerende Zaken’ (Wet WOZ / 59) (art. 21, lid 5 / Sw)
Eigen woning
o WOZ-waarde (art. 21, lid 5 / Sw) In het jaar van overlijden of de WOZ-
waarde in het jaar ná overlijden
Niet-woningen (courant = kantoren, winkels, bedrijfsruimten, horeca,
benzinestations / incourant = scholen, ziekenhuizen, energiecentrales en
recreatieparken)
, o Waarde in het economisch verkeer (art. 21, lid 1 / Sw)
Verhuurde woning (art. 21, lid 8 / Sw)
o Zakelijk:
Zonder huurbescherming WOZ-waarde 100%
Met huurbescherming (overeenkomst) WOZ-waarde met afslag
leegwaarderatio *
o Privé (kinderen etc.:
5,5% van de WOZ-waarde wordt meegenomen als geachte huur
per maand (art. 10, lid 2 Uitv besl. SW)
Leegwaarderatio (*)
Berekening van de leegwaarderatio:
WOZ waarde pand
Wel of geen huurbescherming
Maandhuur
Rendement (= percentage, check tabel in art. 10A / Uitv besl SW)
Leegwaarderatio (kale huur x 12 maanden) / WOZ-Waarde * 100* = rendement in %
Voorbeeld sheet: (€ 2.000 X 12) / € 400.000 * 100 = 6%
6% 100% (=leegwaarderatio) dus € 400.000
Vruchtgebruik
Erfenis gaat standaard naar de langstlevende (vruchtgebruiker). Als de erfenis
over gaat naar de kinderen (bloot-eigendom), maar de langstlevende mag er wel
nog gebruik van maken is er sprake van vruchtgebruik.
o Waardering van het vruchtgebruik komt tot stand volgens art. 5 Uitv Besl
S/w) en vervolgens belast met met 6% (cf. art. 10 Uitv Besl S/w)
o Formule:
Waarde WOZ
Factor (cf. tabel art. 5 Uit Besl S/W) op basis van leeftijd
6% erfbelasting/rekenrente (cf. art. 10 Uitv Besl S/w)
o De waarde die hieruit komt moet vergeleken worden met de
vrijstellingstabel van de erfbelasting art. 32 / SW
Echtgenoten en partners € 795.156 Art. 32, lid 1, 4e, sub a
** Art. 32, lid 2
(Klein)kinderen € 25.187 Art. 32, lid 1, 4e, sub c
en d
Ouders van een kind € 59.643 Art. 32, lid 1, 4e, sub e
Overige gevallen € 2.658 Art. 32, lid 1, 4e, sub f
ANBI/SSBI en Geheel vrijgesteld Art. 32, lid 1, 3e, 8e en 9e
steunstichting SBBI
, o Enkel het deel (vruchtgebruik) boven de vrijstelling, indien van
toepassing, dient aan erfbelasting betaald te worden conform tarieven art.
24 S/w
Belaste verkrijging 1. Partners en 1A. 2. Overige
kinderen Kleinkinderen verkrijgers
€ 0 – 152.368 10% 18% 30%
€ 152.368 en hoger 20% 36% 40%
o De waarde van het blote eigendom wordt berekend als volgt:
Totale waarde minus vruchtgebruik = waarde blote eigendom
Deze waarde wordt vervolgens belast tegen de daarvoor geldende
tarieven (art. 24 / SW), na eventuele vrijstellingen (Art. 32 / SW)
o Mocht de vruchtgebruiker komen te overlijden dan betaald de blote
eigenaar (die het deel van het vruchtgebruik nog niet had) geen
erfbelasting meer over het vruchtgebruik om tot het volle eigendom te
komen.
B.3 Overdrachtbelasting / Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBRV / 62)
Definitie: verkrijging van in Nederland gelegen onroerende of van rechten waaraan deze
zijn onderworpen (art. 2, lid 1 WBRV):
Onroerende zaken = alles wat met de grond verbonden is
o Woonboot = roerende zaak (geen overdrachtsbelasting verschuldigd)
Rechten:
o Erfpacht
o Opstal
o Appartementsrecht
Er wordt GEEN overdrachtsbelasting geheven over (art. 3 WBRV):
Roerende zaken (bijv. een boot óf inboedel etc.)
Aandeel reservefonds van de Vereniging van Eigenaars (VVE)
Boedelmenging erfrecht, verjaring, verdeling van een nalatenschap (erfenis) of
scheiding, huwelijk in algehele of beperkte gemeenschap
Er is sprake van 2 type verkrijgingen:
Juridische eigendomsverkrijging (art. 2, lid 1 WBRV)
o Leveringsakte is gepasseerd bij de notaris + ingeschreven bij het kadaster
(art. 3:89 BW)
Economische eigendomsverkrijging (art. 2, lid 2 WBRV)
o De sleutel wordt alvast overhandigd, waarbij de koper de rechten en
plichten overneemt ten aanzien van de onroerende zaak (verzekering bijv.)