Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Volledige SV Personen en familierecht | UA | 2025/26

Rating
-
Sold
5
Pages
198
Uploaded on
19-05-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting voor het vak Personen en familierecht aan de Universiteit Antwerpen. Bevat de powerpoint en alles wat de prof in de les zei !maar vooral heel het handboek! Geschreven in 2026 en gedoceerd door Frederik Swennen

Institution
Course

Content preview

DEEL 1: PERSONENRECHT

HOOFDSTUK 2. PERSONEN

AFDELING 1: WAAROVER GAAT HET? ................................................................................. 2

Focus 2. Over personen, dieren & voorwerpen................................................................. 3

AFDELING 2: DE NATUURLIJKE PERSOON .......................................................................... 3

§2 VANAF DE GEBOORTE ................................................................................................... 3
A. Levende & levensvatbare geboorte ............................................................................... 3
B. Doodgeboorte ............................................................................................................ 4
C. Nog geen geboorte ..................................................................................................... 5
Focus 3. Het menselijke leven voor de geboorte .............................................................. 5

§3 TOT AAN ZIJN OVERLIJDEN ............................................................................................ 6
A. Overlijden ................................................................................................................. 6
B. Afwezigheid ............................................................................................................... 6
C. Gerechtelijke verklaring van overlijden .......................................................................... 8
Focus 4. Het menselijke leven na de dood ...................................................................... 8

AFDELING 3: DE MENSELIJKE PERSOON & ZIJN PERSOONLIJKHEIDSRECHTEN.................. 8

§1 WAAROVER GAAT HET? ................................................................................................. 8

§2 KENMERKEN ................................................................................................................ 9

AFDELING 4: DE JURIDISCHE PERSOON & ZIJN STAAT .................................................... 10

§1 DE STAAT VAN DE PERSOON ........................................................................................ 10
A. Waarover gaat het? .................................................................................................. 10
B. Kenmerken (v/d staat van personen) ......................................................................... 10

§2 DE VORDERINGEN VAN DE STAAT................................................................................. 11
A. Waarover gaat het? .................................................................................................. 11
B. Kenmerken ............................................................................................................. 12

§3 HET BEZIT VAN STAAT ................................................................................................ 13
A. Waarover gaat het? .................................................................................................. 13
B. Functies (v/h bezit van staat) .................................................................................... 13

AFDELING 5: DE IDENTIFICATIE VAN DE PERSOON ......................................................... 14

§1 WAAROVER GAAT HET? ............................................................................................... 14
Focus 6. Forever young? ............................................................................................ 14

§2 NAMEN ...................................................................................................................... 15

§3 WOONPLAATS & VERBLIJFPLAATS ................................................................................. 19

§4 GESLACHT ................................................................................................................. 20
A. Waar gaat het over? ................................................................................................. 20
B. Eerste toekenning .................................................................................................... 21
C. Latere wijzigingen .................................................................................................... 22

,Algemeen personenrecht = de regels v/h personenrecht die van toepassing zijn op
ALLE juridische personen zonder enige onderscheidt
1- De menselijke persoon: de persoonlijkheidsrechten
2- De juridische persoon: de staat van de persoon
3- Identificatie van de natuurlijke persoon
« bijzonder personenrecht = van toepassing op specifieke categorieën



AFDELING 1: WAAROVER GAAT HET?
- Art. 3:35 BW à onderscheidt de natuurlijke persoon v/d rechtspersoon

- De wetgever schrijft aan beide rechtspersoonlijkheid toe = rechten en plichten (art.
58, §3, 1ste lid oud BW)

- De rechtspersoonlijkheid = de individuele hoedanigheid, of bundel, waarmee een
persoon a/d rechtsgemeenschap deelneemt.


Natuurlijke
personen
Personen

Rechtspersonen

Dieren

Lichamelijk

Voorwerpen Goederen

Onlichamelijk



Persoon
- Personen nemen deel aan de rechtsgemeenschap (met hun rechtspersoonlijkheid)

- De staat van de persoon (art. 6, §2 oud BW) bepaalt in welke rollen, met welke bundel,
een juridische persoon ten tonele mag verschijnen.



Antropocentrisch recht
- Slechts 2 soorten entiteiten als personen kunnen deelnemen aan de
rechtsgemeenschap: de mensen (= NP) & entiteiten die door en met mensen
werden gecreëerd (= RP)

- Enkel die entiteiten zijn bestemmelingen van het objectief recht, dat hen subjectieve
rechten dan wel verplichtingen oplegt.

- Het objectief recht ordent de samenleving met die rechten en verplichtingen als
spelregels.


2

,Natuurlijke persoon
- (1) mensen, (2) van vlees & bloed, (3) met een juridische rol, (4) te identificeren

- De persoonlijkheid = regels over zijn lichaam, gedachte, gevoelens & gedrag. Die
worden taalkundig gezamenlijk de persoonlijkheid genoemd.

- De persoonlijkheidsrechten = de juridische regels over de persoonlijkheid



Rechtspersoon
- Hebben rechtspersoonlijkheid (rechten en plichten) zoals de NP

- Rechtssubjecten = dragers van rechten en plichten (enkel de mens)


- Rechtsobjecten = voorwerp van rechten en plichten van het rechtssubject



Focus 2. Over personen, dieren & voorwerpen



AFDELING 2: DE NATUURLIJKE PERSOON
§2 VANAF DE GEBOORTE
A. LEVENDE & LEVENSVATBARE GEBOORTE
Situering
- Rechtspersoonlijkheid als natuurlijke persoon pas aanvat op de dag & het uur v/d
levende & levensvatbare geboorte (art. 3:13 BW)



Begrip
- Levend: indien hij enig teken van leven heeft gegeven
o Doorgaans in- en uitademen

- Levensvatbaar: Als hij bij de geboorte de noodzakelijke menselijke eigenschappen
bezit om minstens enige tijd zelfstandig in leven te blijven.
o Indien niet: geen rechtspersoonlijkheid verworven en dus geen NP bestaan (art.
58, §3 oud BW)

- Wettelijke levensvatbaarheidsgrens (art. 326 oud BW): de levensvatbare geboorte
weerlegbaar vermoed vanaf een foetale leeftijd van 180 dagen (vanaf de
verwekking)
o De geboorte voordien wordt weerlegbaar vermoedt niet-levensvatbaar te zijn
(art. 58, §1 & art. 326 oud BW)

- Bij gebrek aan levensvatbaarheid kan geen akte van geboorte worden opgesteld (art. 42
BW) & de regeling van doodgeboorte is evenmin van toepassing (art. 58 BW)
o De levensvatbare geboorte is geen algemene voorwaarde voor het juridisch
(hebben) bestaan van een natuurlijk persoon




3

,Akte van geboorte (art 42-48)
- Art. 58, §1 oud BW: de levende & levensvatbare geboorte (na 180 dagen) wordt
vastgesteld i/e medisch attest opgesteld door een arts of vroedvrouw

- De ambt.bs. maakt vervolgens een akte van geboorte (art. 44 oud BW) op
o Op basis van de akte van geboorte weet men op welk ogenblik de
rechtspersoonlijkheid is aangevangen & de NP is beginnen te bestaan



Akte van geboorte & overlijden
- Overlijdt het kind ná de vaststelling maar vóór de aangifte v/d levende geboorte,
dan moet een akte van geboorte & erna een akte van overlijden worden
opgesteld. Het kind heeft rechtspersoonlijkheid verworven, met alle gevolgen
vandien.
o Hetzelfde geldt uiteraard indien het kind overlijdt na de opstelling van een akte
van geboorte.



B. DOODGEBOORTE
Begrafenis of crematie – Ten eerste
- Levensvatbaarheidsgrens nog niet bereikt (180 dagen niet bereikt)
à KAN op verzoek v/d ouders gecremeerd of begraven worden


- Levensvatbaarheidsgrens wél bereikt (180 dagen wel bereikt)
à MOET begraven of gecremeerd worden



Akte van een levenloos kind – Ten tweede
- Kinderen die overleden zijn op het ogenblik v/d vaststelling v/d bevalling (art. 58-59)
o Er is nooit een persoon beginnen te bestaan (art. 58, §3, 1ste lid)
§ Geen rechtspersoonlijkheden
o De akte heeft slechts de rechtsgevolgen i/d wet bepaald (art. 58, §3, 2de lid).

- De toepasselijke regeling verschilt naargelang de zwangerschapsduur
o Zwangerschapsduur ≥ 180 dagen
à aangifte van doodgeboorte verplicht & moet de ambt.bs. ook een akte van
levenloos kind opstellen (art. 58, §1)
o Zwangerschapsduur ≥ 140 dagen
à ambt.bs. stelt slechts een akte van levenloos kind op, na verzoek v/d moeder,
vader of meemoeder (art. 58, §2)
o Zwangerschapsduur ≤ 140 dagen
à akte van levenloos kind niet mogelijk

- Vermeldingen (art. 59 oud BW)
Zwangerschap Akte? “Ouders” Voornamen Namen
<140 dagen / / / /
>140 < 180 d Verzoek Altijd Verzoek /
>180 dagen Altijd / Verplicht Altijd Verzoek Verzoek


4

,C. NOG GEEN GEBOORTE
Infans-conceptusregel:
- Retroactieve toekenning van rechtspersoonlijkheid v/h verwekte kind


- Het kind is nog niet geboren, maar voor toepassing van rechtsregels doen we alsof
dat wel zo is


- Geldt slechts al bewarende maatregel, met de opschortende voorwaarde dat het
kind levend & levensvatbaar geboren wordt


- Op dat ogenblik krijgt de fictie volle uitwerking, we gaan met terugwerkende
kracht rechtspersoonlijkheid toekennen, vanaf (wettelijk vermoede) verwekking.
o Wordt het kind niet leven én levensvatbaar geboren, dan doet zich geen
enkel rechtsgevolg voor en wordt het kind beschouwd nooit te hebben
bestaan


- Art. 326 oud BW: vermoeden van verwekking tussen de 180ste & 300ste dag voor de
geboorte én binnen dat tijdvlak, op het tijdstip dat voor het kind het gunstigste is


- VB: prenataal kind door misdrijf gestorven à kan als burgerlijke partij een vordering
tot schadeloosstelling nalaten aan zijn fictieve erfgenamen


- Het verwekte kind is nog GEEN rechtssubject indien het nog niet geboren is à wordt
enkel als zodanig beschouwd (anders zou abortus moord zijn)


- Wettelijke toepassingen v/d regel in art. 3:13 BW, art. 328, §3, 725, 906 oud BW



Focus 3. Het menselijke leven voor de geboorte




5

,§3 TOT AAN ZIJN OVERLIJDEN
A. OVERLIJDEN
Situering
- De rechtspersoonlijkheid vd NP eindigt op de dag & het uur v/h overlijden

- Erfenis valt erdoor open & wie niet meer bestaat kan geen titularis meer zijn van
zakelijke rechten (art. 3:313 BW, art. 56 & 718 oud BW)



Akte van overlijden
- Overlijdensattest (art. 55, §1 BW)
o Opgesteld door een arts

- Akte van overlijden (art. 56-57 BW)
o Ambtenaar burgerlijke stand stelt een akte van overlijden op zodra hij
het overlijdensattest ontvangt waarin de arts het overlijden vaststelt.




B. AFWEZIGHEID à ART. 112-125 OUD BW
Situering: soms is het onzeker of iemand al dan niet nog in leven is
- Het einde van een NP veronderstelt de vaststelling van diens overlijden door
een arts ( art. 56 oud BW)
o Zeker overleden? à gerechtelijke verklaring van overlijden
o Onzeker persoon in leven is? à statuut van afwezigheid
o Zeker niet overleden à geen reden om tussen te komen



1. VERMOEDEN VAN AFWEZIGHEID
Voorwaarden
- Vermoeden van afwezigheid als aan 3 voorwaarden voldaan is (art. 112, §1)



Gevolgen
- Goederen (art. 113, §1, 1e lid BW)
o Beheerd door algemeen gevolmachtigde à indien geen: gerechtelijk
bewindvoerder aangesteld die het bewind over de goederen krijgt

- Kinderen à voogdijrecht wordt toegepast (art. 125, 375 en 316 BW)
o Vermoedelijke afwezige was enige overblijvende ouder? à voogdij
o Nog andere beschikbare ouder? à oefent alleen gezag uit (art. 375 oud BW)
o Vermoedelijk afwezige man: niet automatisch vader v/d kinderen als bevalling na
300d van de verdwijning plaatsvindt (art. 316 oud BW)

- Geen onmiddellijke gevolgen voor de huwelijks- of andere relatie (art. 214 & 220
oud BW) (art. 1477, §1).

- Het OM is belast met het waken over de belangen v/d vermoedelijk afwezige doordat
het wordt gehoord in alle vorderingen die hem aanbelangen (art. 112, §2 BW)


6

,Einde
Het statuut van vermoeden van afwezigheid komt in de volgende hypothesen tot een einde
(art. 117 BW)
1. Terugkeer of men ontvangt nieuws à geen onzekerheid meer over leven of dood
o Maatregelen i.v.m. de kinderen vervallen (art. 125 oud BW) (i.v.m. het gezag)
o Vaderschapsregel herleeft NIET met betrekking tot kinderen geboren vóór de
terugkeer (art. 316)

2. Overlijden
o Terugvinden v/e identificeerbaar lijk
o Beëindiging gerechtelijk bewind met verplichting voor bewindvoerder om
rekenschap af te leggen
o Deze hypothese = gelijk gesteld aan: gerechtelijke verklaring overlijden

3. Verklaring van afwezigheid




2. DE VERKLARING VAN AFWEZIGHEID: HET ALSOF OVERLIJDEN
Toepassingsvoorwaarden (art. 118, §1 BW):
- Alternatief voor de procedure bij overlijden of gerechtelijke verklaring van
overlijden

- Verklaring van afwezigheid: heeft de juridische gevolgen v/e overlijden (art.
119-120 oud BW)



Gevolgen
- Art. 121 oud BW: heeft alle gevolgen v/e overlijden vanaf de datum v/d opmaak v/d
akte van afwezigheid

- Art. 61 oud BW: ambt.bs. stelt de akte van afwezigheid op a.d.h.v. het beschikkend
gedeelte v/d beslissing tot afwezigheidsverklaring

- Art. 18 Gw.: verklaring van afwezigheid = de vorm aanneemt v/d burgerlijke dood

- Art. 124 BW: kinderen à kennisgeving a/d vrederechter voorzien met oog op
toepassing voogdijrecht
o Niets voorzien in verband met het vaderschap van de kinderen van wie de
echtgenote v/e afwezige bevalt vooraleer 300 dagen sinds het alsof overlijden
zijn verstreken (art. 316 oud BW)



Terugkeer v/d betrokkene
- Terugkeren of bewijs van bestaan? à Vordering tot verbetering v/e akte v/d burgerlijke
stand (art. 35 jo. 122 oud BW)

- Verbeterde vonnis wordt bekendgemaakt op dezelfde wijze als het verzoek & verklaring
(art. 123 BW)


7

,C. GERECHTELIJKE VERKLARING VAN OVERLIJDEN à ART. 126-135 OUD BW
Situering:
- Soms staat het vast dat een bepaalde persoon is overleden maar is de vaststelling
daarvan onmogelijk doordat er geen (identificeerbaar) lijk is.

- De beëindiging v/d rechtspersoonlijkheid

- Geen onzekerheid bestaat over het overlijden: dat is namelijk zeker.



Toepassingsvoorwaarden (art. 126 BW)
- Verzoek KAN (op initiatief v/d rb.) i/h BS worden gepubliceerd (art. 129 oud BW)

- Tijdens de procedure: ad hoc beschermingsmaatregelen (art. 128 oud BW)



Gevolgen (art. 131-132 BW)



Verbetering (art. 35 jo. 134, 1e en 2e lid BW; art. 134 jo, 119 BW)
- Terugkeer of bewijs van bestaan à akte van overlijden verbeterd volgens: de procedure
tot verbetering v/e akte v/d burgerlijke stand (art. 35 jo. 134, 1ste & 2de lid oud BW)

- Uittreksel van deze verbetering: bekendgemaakt i/h BS, 2 lokale dagbladen, 1 nationaal
(art. 134 jo. 119 oud BW)



Focus 4. Het menselijke leven na de dood




AFDELING 3: DE MENSELIJKE PERSOON & ZIJN PERSOONLIJKHEIDSRECHTEN

§1 WAAROVER GAAT HET?
Situering:
- NP heeft regels over zijn lichaam, gedachte(goed), gevoelens & gedrag.
o Deze vormen samen: de persoonlijkheid v/d mens
o De regels noemen persoonlijkheidsrechten


- Op grond van deze persoonlijkheidsrechten verkrijgt de natuurlijke persoon een zeker
zeggenschap over zijn beschermde persoonlijke belangen.
o Persoonlijkheidsrechten betreffen: (1) de identiteit die de menselijke persoon
op zichzelf vormt & (2) sociaal component
o Persoonlijkheid = het geheel van iemands hoedanigheden, eigenschappen &
karaktertrekken, die de identiteit van een individu samenstellen.




8

,Indeling/Horizontale werking
- Persoonlijkheidsrechten regelen de bescherming van iemand zijn persoonlijkheid
in verhouding met de andere burgers
o Oorsprong i/d grondrechten



§2 KENMERKEN
1. Algemeen = de bescherming v/d de persoonlijkheidsrechten komen toe aan elke
persoon. Ze worden niet voorbehouden voor bepaalde categorieën van personen.



2. Tegenstelbaar/Absoluut = de bescherming v/d persoonlijkheidsrechten is
tegenstelbaar aan iedereen.
o Moeten door iedereen (zowel Staat als burgers) gerespecteerd worden,
ook zonder contractuele afspraak.

- (A) Negatieve bescherming, als afweerrecht tegen ongewenste inmengingen.
o Sluit aan bij de opvatting van persoonlijkheidsrechten als vrijheden

- (B) Positieve zeggenschap over zichzelf op grond waarvan een individu zich actief kan
ontplooien. (= zelfbeschikkingsrecht)



3. Extrapatrimoniaal:
- Persoonlijkheidsrechten zijn onlosmakelijk verbonden met de persoon.
o Ze vallen buiten (extra) iemand zijn vermogen (extra patrimonium)

- Niet vatbaar voor beslag of zijdelingse vordering door de schuldeiser

- Niet overerfbaar à de persoonlijkheidsbescherming stopt bij overlijden.



4. Onvervreemdbaar
- De persoonswaarde zelf kan niet vervreemd worden

- Onverjaarbaar: zowel door verkrijgende als uitdovende verjaring



5. Geen algemene vertegenwoordiging:
- Voor de pers. rechten wordt de mogelijkheid tot algemene vertegenwoordiging
uitgesloten.
o Uitz. voor meerderjarige beschermde personen (art. 497/2, °20 BW) ¹ de vorming
v/d persoonlijkheid op grond van eigen recht (ouderlijk gezag: treden niet op in
naam & voor rekening)

- Enkel een bijzondere en uitdrukkelijke lastgeving is mogelijk (geen in algemene
bewoordingen)



9

, AFDELING 4: DE JURIDISCHE PERSOON & ZIJN STAAT

§1 DE STAAT VAN DE PERSOON
A. WAAROVER GAAT HET?
Definitie
- De staat v/d persoon = art. 6, §2 oud BW
o Juridische masker waarmee hij deelneemt a/d rechtsGS


- Juridische identiteit / rechtstoestand = bundelt het geheel van wat hij mag en
heeft. (r, p en verboden)
o Wat hij heeft = zijn vermogen (art. 3:35 BW)
o Wat hij mag = zijn rechtspersoonlijkheid

- Alle personen worden ingedeeld in categorieën waarvoor abstract wordt bepaald
in welke mate zij mogen deelnemen aan onze rechtsgemeenschap
o De staats / status = de indeling v/e individu in een bepaalde categorie o.b.v.
een bepaalde eigenschap, die we element van staat noemen.

Driedeling
- (1) De staat van de persoon als enkeling = bepaalt iemands rechtstoestand i/h
rechtsverkeer i/h algemeen. (o.b.v. persoonlijke eigenschappen)
o Relevante element van staat zijn: fysieke, psychische of morele eigenschappen

- (2) De staat van de personen in de familie
o Aanknopingspunten: persoonlijke verhoudingen waarin iemand zich bevindt à
daarom: géén elementen van staat maar wél: verhoudingen van staat

- (3) De staat van de persoon in de natie = bepaalt iemands rechtstoestand
tegenover de overheid


B. KENMERKEN (V/D STAAT VAN PERSONEN)
- (1) Wettelijk bepaald

- (2) Buiten de handel = er kan niet contractueel vorm aangegeven worden, behalve
in de mate de wet dit toelaat (art. 2 & 1128 BW)

- (3) Tegenstelbaar = aan iedereen, ook zonder contractuele afspraak moet de inhoud
ervan door de andere deelnemers a/h rechtsverkeer (overheid én burgers)
gerespecteerd worden.

- (4) Enkelvoudig = iemand heeft een bepaalde staat of niet, hij kan niet beide zijn.

- (5) Ondeelbaar: een bepaalde staat heeft steeds vooraf een bepaalde inhoud

- (6) Onverjaarbaar = de elementen & verhoudingen van staat zijn niet vatbaar voor
verkrijgende of uitdovende verjaring. VB: samenwoners zijn niet gehuwd omdat ze zo
leefden


10

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 19, 2026
Number of pages
198
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$11.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jeanneeggers Karel de Grote-Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
15
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
2 hours ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions