Basisboek opvoedvraagstukken
Hans Malschaert
,Basisboek opvoedingsvraagstukken
Hoofdstuk 1
Angst hangt af van de leeftijd en;
- Context (thuis)
- Controle (opgesloten)
- Betrokkenen
Niveaus waarop depressieve verschijnselen zich uiten:
- Emotioneel niveau
- Negatief denken
- Lichamelijke verschijnselen
- In relatie tot motivatie
Soorten depressies
1. Dysthyme stoornis: wel goed kunnen functioneren, maar geen plezier hebben
2. Postnatale/ postpartum: na de geboorte
3. Seizoensgebonden
4. Manisch depressieve stoornis: van het ene in het andere uiterste
Liegen = bewust de waarheid verdraaien
Er wordt van bedplassen gesproken als een kind boven vanaf 6 jaar meer dan 3x per
week in zijn bed plast
Van der Ploeg: 10 toetsen over gedrag
Opvoedingsproblemen kan door de opvoeders komen
- Zijn het wel echt opvoeders?
- Hebben de opvoeders wel wat over voor de kinderen?
Kunnen opvoedingsproblemen ook door kinderen komen?
- Voelt het kind zich wel veilig
- Heeft het kind voldoende eigen?
Opvoedingsproblemen kunnen ook door de omgeving komen
Hoofdstuk 2
Opvoeden: een bepaalde vorm van omgang tussen volwassen en jeugdigen die erop
gericht is steun en richting te geven aan het proces van volwassenwording
- Natuurlijke/ primaire opvoeders: ouders
- Secundaire opvoeders: Juf/ oppas
- Indirecte opvoeding: boeken
- Concurrerende opvoeders: videoclips, internet
Opvoeden is wederzijds handelen, soms enerzijds (als de kinderen jonge zijn, helpen
ontwikkelen)
, Opvoedingstaken (ter Horst)
Beschermen (&) verzorgen, overdragen (van kennis en vaardiheden), inleiden (in
betekenissen), inwijden (in geheimen)
Pedagogiek: een interventiewetenschap, men streeft naar verbetering en verandering,
het gaat dus uiteindelijk om het handelen.
De pedagogiek kan in drie werkveldgericht vakgebieden worden onderverdeeld
1. Onderwijskunde
2. Sociale pedagogiek (12-24 jaar)
3. Orthopedagogiek (specifiek opvoeden)
4. Interculturele pedagogiek (verschillende culturen)
5. Gezinspedagogiek
De patronen die de afgelopen eeuwen zijn ontwikkeld, is de manier waarop er naar het
kind en de opvoeding wordt gekeken
Drie hoofdlijnen te herkennen:
1. De positieve kijk – het kind is goed zoals het is
2. De negatieve kijk – het kind moet veranderd worden
3. Onbeschreven blad (locke)
Hoofdstuk 3
Zes grondvragen die van belangzijn binnen de ontwikkelingspsychologie;
1. Heeft betrekking op het generalisatieniveau. Is er een overgang tussen de
persoonlijkheidsontwikkeling, spelontwikkeling, gewetensontwikkeling. Is er dus
een overgang waar te nemen tussen de ene en de andere fase?
2. Welke fase doorlopenen we en welke mechanismen zijn verantwoorlijk voor de
overgang van de ene naar de andere fase?
3. Gaat hier ^ op door de controverse: continu en doscontinu is ontwikkeling een
doorlopend proces of zijn er sprongsgewijze overgangen?
4. De verhouding tussen ontwikkeling en context. Welke invloed heeft de
omgeving? Nature-nurture; aanleg – milieu
5. Gaat over de passieve of actieve rol van kinderen bij de ontwikkeling
6. In hoeverre kan er worden gesproken van een normale ontwikkeling?
Veel psychologen hebben zich bezig gehouden met fase indelingen. De fases volgen
elkaar op; Piaget.
In de eerste zes maanden richten kinderen zich op elke verzorgen, daarna ontstaat er
een hechte band met de ouders (hechting/attachment)
Babyfase 0-6
Tweede babyfase 6mnd- 2 jaar
Peuter/kleuter 2-6
Schoolperiode 6-12
Adolescentie van 12 tot volwassenheid
Kindsoldaten hebben geen adolescentie
Hans Malschaert
,Basisboek opvoedingsvraagstukken
Hoofdstuk 1
Angst hangt af van de leeftijd en;
- Context (thuis)
- Controle (opgesloten)
- Betrokkenen
Niveaus waarop depressieve verschijnselen zich uiten:
- Emotioneel niveau
- Negatief denken
- Lichamelijke verschijnselen
- In relatie tot motivatie
Soorten depressies
1. Dysthyme stoornis: wel goed kunnen functioneren, maar geen plezier hebben
2. Postnatale/ postpartum: na de geboorte
3. Seizoensgebonden
4. Manisch depressieve stoornis: van het ene in het andere uiterste
Liegen = bewust de waarheid verdraaien
Er wordt van bedplassen gesproken als een kind boven vanaf 6 jaar meer dan 3x per
week in zijn bed plast
Van der Ploeg: 10 toetsen over gedrag
Opvoedingsproblemen kan door de opvoeders komen
- Zijn het wel echt opvoeders?
- Hebben de opvoeders wel wat over voor de kinderen?
Kunnen opvoedingsproblemen ook door kinderen komen?
- Voelt het kind zich wel veilig
- Heeft het kind voldoende eigen?
Opvoedingsproblemen kunnen ook door de omgeving komen
Hoofdstuk 2
Opvoeden: een bepaalde vorm van omgang tussen volwassen en jeugdigen die erop
gericht is steun en richting te geven aan het proces van volwassenwording
- Natuurlijke/ primaire opvoeders: ouders
- Secundaire opvoeders: Juf/ oppas
- Indirecte opvoeding: boeken
- Concurrerende opvoeders: videoclips, internet
Opvoeden is wederzijds handelen, soms enerzijds (als de kinderen jonge zijn, helpen
ontwikkelen)
, Opvoedingstaken (ter Horst)
Beschermen (&) verzorgen, overdragen (van kennis en vaardiheden), inleiden (in
betekenissen), inwijden (in geheimen)
Pedagogiek: een interventiewetenschap, men streeft naar verbetering en verandering,
het gaat dus uiteindelijk om het handelen.
De pedagogiek kan in drie werkveldgericht vakgebieden worden onderverdeeld
1. Onderwijskunde
2. Sociale pedagogiek (12-24 jaar)
3. Orthopedagogiek (specifiek opvoeden)
4. Interculturele pedagogiek (verschillende culturen)
5. Gezinspedagogiek
De patronen die de afgelopen eeuwen zijn ontwikkeld, is de manier waarop er naar het
kind en de opvoeding wordt gekeken
Drie hoofdlijnen te herkennen:
1. De positieve kijk – het kind is goed zoals het is
2. De negatieve kijk – het kind moet veranderd worden
3. Onbeschreven blad (locke)
Hoofdstuk 3
Zes grondvragen die van belangzijn binnen de ontwikkelingspsychologie;
1. Heeft betrekking op het generalisatieniveau. Is er een overgang tussen de
persoonlijkheidsontwikkeling, spelontwikkeling, gewetensontwikkeling. Is er dus
een overgang waar te nemen tussen de ene en de andere fase?
2. Welke fase doorlopenen we en welke mechanismen zijn verantwoorlijk voor de
overgang van de ene naar de andere fase?
3. Gaat hier ^ op door de controverse: continu en doscontinu is ontwikkeling een
doorlopend proces of zijn er sprongsgewijze overgangen?
4. De verhouding tussen ontwikkeling en context. Welke invloed heeft de
omgeving? Nature-nurture; aanleg – milieu
5. Gaat over de passieve of actieve rol van kinderen bij de ontwikkeling
6. In hoeverre kan er worden gesproken van een normale ontwikkeling?
Veel psychologen hebben zich bezig gehouden met fase indelingen. De fases volgen
elkaar op; Piaget.
In de eerste zes maanden richten kinderen zich op elke verzorgen, daarna ontstaat er
een hechte band met de ouders (hechting/attachment)
Babyfase 0-6
Tweede babyfase 6mnd- 2 jaar
Peuter/kleuter 2-6
Schoolperiode 6-12
Adolescentie van 12 tot volwassenheid
Kindsoldaten hebben geen adolescentie