Tess, Sociologie leerjaar 2
Hoorcollege 1
Introductie
Filmpje: Ted Talk over ongelijkheid en kansen, hoeveel invloed het heeft wat de ouders
voor opleiding/achtergrond hebben op jouw leven en toekomst. ‘Opportunity gap’.
Wat houdt samenlevingen precies bij elkaar: opvoeding moet gericht zijn op empathie
en verbondenheid, dit heeft gevolgen voor de samenhang in de samenleving
Belangrijke onderdelen/focussen familiesociologie:
- Familiegedrag
- Vanuit het perspectief van ongelijkheid en sociale cohesie
- Met bijzondere aandacht voor context: tijd en plaats
Periode: 2e demografische transitie 1960 – nu (2026)
Eerste demografische transitie: sterfte en geboortecijfer
gingen omlaag, maar de bevolking groeide (doordat minder
kinderen/ouderen stierven) → transitie eindigde jaren
‘50/’60
Context: historisch en
geografisch
Trouwen/scheiden,
taakverdeling,
intergenerationele
solidariteit, fertiliteit, niet-
traditionele gezinnen
Minder mensen trouwen (ongeveer helft daling sinds 1950) (kleine periodieke dip tijdens
corona), maar daarentegen wonen meer mensen ongehuwd samen (ongeveer helft
,stijging sinds 1995),
Meer mensen scheiden (meer dan helft stijging sinds 1950) → dit en ook andere
statistieken verschillen per land
Waarom trends trouwen/scheiden:
Culturele veranderingen (o.a. Lestaeghe, vd Kaa), zoals:
- Individualisering
- Higher order needs van
Maslow (zelfontplooing)
- Secularisering (minder religie)
Structurele veranderingen (o.a. Gary
Becker), zoals:
- Economische veranderingen
(bijv: vrouwen werken) →
meest geciteerd in
familiesociologie
- Institutionele/juridische veranderingen (bijv: echtscheiding makkelijker)
Becker: New Home Economics
(NHE): Ziet het huwelijk als een
economische samenwerking. Het
“voordeel” van trouwen wordt
kleiner wanneer vrouwen zelf meer
verdienen en werken.
independence hypothesis: Hoe
economisch onafhankelijker
vrouwen zijn, hoe minder zij een
huwelijk nodig hebben.
Hoogopgeleide mannen → vaker getrouwd
Hoogopgeleide vrouwen → minder vaak getrouwd
Voor scheiden is dit minder duidelijk.
In Zweden werken meer vrouwen dan in Nederland, maar er zijn wel meer huwelijken
dan in Nederland (dus independence hypothesis klopt
niet altijd)
Valerie Oppenheimer: Economische positie mannen
ook veranderd/verschillend, bijv. toenemende
instabiliteit loopbanen man → kan (negatief) effect
hebben op relaties (trouwen)
,In Nederland zijn er meer flexwerkers dan in Zweden
Waarom geen ‘Oppenheimer’: Rol
SES vrouwen is veranderd door
verandering soc.economische
context:
• Als meer
gangbaar/geaccepteerd dat
vrouwen werken: meer
symmetrische partnerkeuze
(trouwen met vrouwen
dezelfde economische status)
(Kalmijn, 2013)
• Economische veranderingen maken bijdrage vrouw meer nodig (man positie,
levensstandaard)
>Aantrekkelijkheid vrouwen hangt ook af van hun SES
, Kalmijn: In moderne samenlevingen is het inkomen van vrouwen juist steeds
belangrijker geworden voor economische zekerheid van een gezin, dus het effect van
SES vrouw op trouwkans over de tijd is in toenemende mate positief
In traditionele samenlevingen trouwen hoog opgeleide vrouwen minder vaak, maar in
gender-egalitaire (gelijke genderrollen) samenlevingen trouwen hoog opgeleide vrouwen
juist vaker.
Hoge SES vrouwen:
- Combinatie werk en huwelijk mogelijk
- Verschil naar SES, bijv. werkende en niet-werkende vrouwen, minder (selectiviteit
hoge SES vrouwen minder, dus grotere groep waardoor trouwen in combinatie
werk normaler is)
Interactie met context:
- 1. Selectie, bijv. hier: selectiviteit naar SES vrouw kleiner
- 2. Theoretische mechanismen sterker/zwakker/anders, bijv. hier:
preferenties om en met wie te willen trouwen anders
Toen scheiding nog zeldzaam en moeilijk was,
scheidden vooral hoogopgeleiden. Toen scheiding
normaler en makkelijker werd, verspreidde het zich
naar andere groepen en werd scheiding uiteindelijk
vaker bij lager opgeleiden.
Waarom interactie: Economische context is veranderd, dus hoog SES vrouw nu juist
positief (Oppenheimer), dus minder scheiding en selectiviteit hoge SES vrouwen minder
(normaler om te trouwen en werken)