Leerdoelen:
- Belangrijkste kenmerken psychopathologieën onderscheiden en mogelijk wisselwerking met
neurologische en somatische aandoeningen uitleggen.
- Belangrijkste cognitieve determinanten en gevolgen benoemen van veelvoorkomende
psychopathologie in de klinische praktijk.
- Diverse neurobiologische/cognitieve theorieën over de aard en oorsprong van verschillende
psychopathologieën beschrijven.
- De huidige consensus wetenschappelijk onderzoek beschrijven op het gebied van de
psychopathologie in relatie tot KNP vraagstellingen.
- De huidige stand van zaken wat betreft onderzoek op het gebied van psychopathologie
relateren aan de praktijk van de KNP.
- Differentiaal diagnostische afwegingen analyseren bij NP vraagstellingen over bijkomende
psychopathologie.
Specifieke leerdoelen – geldt voor angst, stemmings…
- Weet de stoornissen van elkaar en van andere pathologieën te onderscheiden
- Mogelijke wisselwerking met neurologische en somatische aandoeningen kunnen uitleggen
- Indien besproken, de neurobiologische/cognitieve theorieën over de aard en oorsprong
beschrijven
Week 1 – DSM5, RDoC en leerstoornissen
Hoorcollege
Deel 1
Leerdoelen:
- Weten wat verschil diagnose (dx) en classificatie is
- Weten wat de DSM-5 en ICD-11 zijn
- Weten wat RDoC en HiToP is
- Weten wat transdiagnostisch is
- Het bovenstaande aan elkaar kunnen relateren
- (In staat tot kritische reflectie van bovenstaande)
Diagnose vs. classificatie (Michelini et al.)
- Diagnose (dx): op individu gericht (uniek/verschillen)
o Context: wat, waar, met wie en wanneer
o Ontwikkeling: start, verandering, waarom nu hulp zoeken?
o Persoonskenmerken: betekenis van klachten voor iemand, hoe staat iemand in het
leven, typische reacties/interacties, cognities (hoe je nadenkt over dingen)
o Neurobiologische/cognitieve functies en rol omgeving
o Biopsychosociaal model (combi medisch en sociaal model)
- Classificatie: op categorie gericht (generiek/overeenkomst)
o Kijkt naar de overeenkomsten die mensen in al hun verschillen hebben
o Geeft kader/denkrichting, maar geen verklaring
o Is géén diagnostisch systeem
o Nooit genoeg om iemand goede hulp te geven
- Verschillende perspectieven/methodes
, Categorieel Dimensionaal Prototypisch
Uitgangspun Kwalitatief (alles of niets) Kwantitatief (meer Grote variabiliteit en
t of minder) overeenkomsten
Werkwijze Afgebakend in niet Gesitueerd op Onderverdeling o.b.v.
overlappende klassen continuüm overeenkomsten
Systeem Hiërarchisch (als je voldoet Dimensies (geen Specifiers/Ernst
aan het een, dan niet aan hiërarchie) (Dimensie die je
het ander. Ene belangrijker extra in kaart brengt)
dan andere hiërarchie)
o DSM is prototypisch
Eerste stap is categorieel, daarna kijk je binnen de categorie naar dimensies.
Categorie gebaseerd op beschrijving van prototype
o ICD-11 ook prototypisch
DSM-5 & ICD-11 (Michelini et al.)
- APA: DSM-5
o Focus psychische problematiek
o Sterke focus op anglo-saksische cultuur
o 20 hoofdcategorieën met classificaties, bijv.:
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (NBOS)
o Elke classificatie bepalen welke instandhoudende factoren en oordeel: licht, matig,
ernstig (dimensie)
Ziekte-inzicht en motivatie
Comorbiditeit en suïcidaliteit
Invloed leeftijd, geslacht en cultuur
Lijdensdruk? Schaal 0-3
o Deze cursus focus op DSM-5
- WHO (World Health Organization): ICD-11
o Omvat veel meer dan psychische classificaties, dus ook somatische ziektes, veel
uitgebreider dan DSM-5
o Cultuuronafhankelijker, beter voor diverse samenleving
o Voor iedereen gratis online toegankelijk
- DSM-5 en ICD-11 beide
o Geïnspireerd op medisch model
o Prototypisch classificatiesysteem
o Descriptieve classificatie: beschrijving karakteristieke eigenschappen
o Etiologische en pathogenetische classificaties: verkenning factoren die stoornis
hebben veroorzaakt, uitgelokt, bevorderd, of in stand houden (etiologie) en hoe ze
tot de stoornis leiden (pathogenese).
o Prognose: voorspelling beloop
o Interventie: beloop veranderen
o Preventie: ontstaan voorkomen
o Voor- en nadelen
Voordelen Nadelen
Gemeenschappelijke taal Reïficatie: iets wordt een opzichzelfstaand iets, het lijkt iets
te verklaren i.p.v. beschrijven, terwijl het puur een naam is
voor de symptomen.
Duidelijkheid: op wie focus Medicalisatie: gedrag wat het bij het leven hoort wordt te
, veel gezien als iets slechts/stoornis
Praktisch: onderzoek/literatuur Versimpeling van heterogeniteit
Geeft denkrichting (Zelf)stigma
Over-/onderdiagnose (kan niet goed toegespitst zijn op
mensen van bepaalde groep, bijv. ADHD kenmerken vooral
op jongens gebaseerd)
o Symptomen worden gezien als onafhankelijk en gelijkwaardig, terwijl een deel
afhankelijk is
Alternatief: netwerk benadering
o Overlap in verklarende en instandhoudende factoren en symptomen
Daar komen RDoC en HiToP vandaan
Alternatief: transdiagnostische benadering -> RDoC en HiToP
RDoC & HiToP (Michelini et al.)
- Vijf kritiekpunten in artikel op DSM en ICD
o 1. Onvoldoende reflectie van onderliggende continua
o 2. Gebaseerd op symptomen i.p.v. onderliggende etiologie
o 3. Negeren comorbiditeit en ontwikkeling
o 4. Geen handvatten i.v.m. rekening houden met heterogeniteit en verschillende
behandelrespons
o 5. Overlap in symptomen maakt differentiaal diagnosticeren (d.d.) lastig en verhoogt
risico misdiagnoses
- RDoC doet wat aan 1, 2 en 4
o Door onderzoek aan fundamentele dimensionale biobehavioural systemen aan te
moedigen -> door die grenzen heen
o Doel om de processen die onderliggend zijn aan mentale problemen duidelijker te
maken
- HiToP doet wat aan 1, 3, 4 en 5
o Door afbakenen van bredere dimensies die de heterogeniteit binnen aandoeningen
en de overlap tussen aandoeningen tegemoet komt (comorbiditeit)
- RDoC = Research Domain Criteria
o Transdiagnostische biobehavioral framework
o
o Rijen verschillende (sub)constructen, onderverdeeld in domeinen (negatieve valentie,
positieve valentie, cognitieve systeem, etc.)
, o Kolommen zijn niveaus van analyse
o Lastig om onderzoek op die verschillende analyseniveaus met elkaar te verbinden
o Kan inzoomen in ieder systeem, bijv. Cognitieve systemen
Aandacht, Perceptie, Geheugen, Cognitieve controle, Werkgeheugen
En hierbinnen weer inzoomen op genen, cellen, hersencircuit, fysiologie, etc.
Analyseniveaus
- Relatie tussen DSM en RDoC
o DSM is ontworpen als classificatietool (dat klopt dus niet in plaatje)
o
o RDoC niet ontwikkeld om klinisch in te zetten, is nooit het doel geweest, bedoeld als
raamwerk voor onderzoek
- HiToP = Hierarchical Taxonomy of Psychopathology
o Ontwikkeld vanuit factormodellen, classificeren o.b.v. covariantie.
o Doel: reorganiseren en reconceptualiseren van klinische classificatie om de klinische
praktijk te verbeteren en informeren over behandeling en preventie
o P-factor => psychopathologie factor