College 1
Wat houdt ontwikkelingspsychologie in?
Het identificeren en beschrijven van veranderingen in verschillende ontwikkelingsdomeinen en de
processen achter deze veranderingen
o Ontwikkeling van de levensloop Moment vanaf het begin tot in de ouderdom en dood. Het
gaat over de hele levensloop. De meeste aandacht gaat echter wel uit naar de periode babytijd
tot adolescentie, omdat er in deze periode veel ontwikkeling is.
o Multidisciplinair Kennis vanuit verschillende wetenschapsgebieden om vraagstukken over
ontwikkeling te kunnen beantwoorden
Diagnostiek
Diagnostische cyclus:
Klachten: Alles moet altijd hetzelfde gaan, praat raar en is heel erg gericht op dinosaurussen
Hypothese orthopedagoog (op basis van kennis): Stoornis in het autistische spectrum
Onderzoeksmiddelen: VISK, semigestructureerd interview
Indien hypothese bevestigd: handelingsplan
Je krijgt hierbij eigenlijk al meteen te maken met ontwikkelingspsychologie. Op welk gebied heeft het
kind zich ontwikkelt enzovoort.
Voor kennis over de normale ontwikkeling…
Moet je beschikken over een goede kennis van verschillende theorieën
Moet je weten op welke verschillende manieren onderzoek wordt uitgevoerd, zodat je
resultaten op de juiste manier kunt beoordelen
Oftewel: Je moet in staat zijn op een wetenschappelijke manier te denken.
Het verschil tussen psycholoog en pedagoog
Empirische wetenschap versus theoretische wetenschap Psychologie is een empirische
wetenschap (kijken naar verbanden etc.) & pedagogiek is een zuiver theoretische wetenschap
(kindbeeld, mensvisie etc.) Pedagogiek houdt zich grotendeels bezig met levensovertuigingen,
ontwikkelingspsychologie met feiten.
Bepalen wat goede opvoeding is?
o waardevrij versus waarden-principes Pedagogiek houdt wel rekening met
waardenprincipes, ontwikkelingspsychologie is daarentegen waardevrij.
Wat is ontwikkeling?
In één woord: verandering. Qua uiterlijk, maar ook qua innerlijk. Niet elke verandering is per
definitie ontwikkeling. Wanneer spreek je van ontwikkeling: als deze verandering relatief blijvend en
onomkeerbaar is, en als er sprake is van een reeks veranderingsprocessen.
Multidirectioneel Ontwikkeling kan ook achteruit gaan (bijv. bij ouderdom), en is dus niet per
definitie groei/toename. Ontwikkeling is ook multidimensionaal: het wordt beïnvloed door heel veel
verschillende factoren: omgeving, genen, cultuur, sociale & economische context etc.
,Context van de ontwikkeling
Onderscheid tussen normatieve en niet-normatieve
gebeurtenissen. Normatief (binnen een bepaalde groep op
dezelfde manier voltrekken):
Normatief leeftijdsgebonden (motoriek, taal)
Normatief historische invloeden (cohort belangrijke
veranderingen in tijd hebben veel invloed op hele
leeftijdscohorten (vb. opa's en oma's zijn een cohort
oorlog meegemaakt) babyboom )
Niet-normatieve invloeden (persoonsgebonden)
gebeurtenissen die niet iedereen treffen, vb. ernstige ziekte. Maar ook het winnen van heel veel
geld is een niet-normatieve invloed.
Belangrijke ontwikkelingen van vroeger tot nu
Vroeger gingen kinderen nauwelijks naar school (ze gingen al vroeg werken), maar door de
Verlichting veranderde dit. Basisschool werd verplicht, maar pas sinds 1930 werd het
middelbaar onderwijs ook verplicht.
De levensverwachting is met de jaren ook heel erg gestegen. Rond 1900 was de
levensverwachting 46 jaar, terwijl dit in 2000 76.7 jaar was! Deze revolutie van de 20e eeuwse
levensverwachting is misschien wel de belangrijkste mijlpaal in de geschiedenis van ons ras.
Het heeft ervoor gezorgd dat we nu onze maximale levensduur kunnen bereiken. Dit komt o.a.
door de betere hygiëne, betere medicijnen etc. We sterven tegenwoordig niet zo snel meer aan
infecties, maar aan chronische ziektes. De ‘young-old’ zijn mensen die in de 60 of 70 zijn, ze
voelen zich nog relatief fit en zien er nog goed uit. De ‘old-old’ zijn mensen boven de 80, deze
groep krijgt sneller te maken met fysieke en mentale problemen.
Lifestyle revolutie feminisme komt op, dit leidt ertoe dat mensen veel vaker van elkaar
scheiden, waardoor er meer eenoudergezinnen ontstaan, wat weer leidt tot meer
levensvrijheid.
Invloeden op ontwikkeling
De grote recessie van 2008 invloed SES: ontwikkelde landen & ontwikkelingslanden
Invloed van cultuur en etniciteit Westerse landen zijn over het algemeen meer
individualistisch, terwijl landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika over het algemeen meer een
collectivistische cultuur kennen.
Invloed van geslacht Vrouwen zijn het sterkere geslacht (biologisch gezien). Verder zijn
er ook allerlei verschillen tussen mannen en vrouwen, o.a.: toekomstige baan, speelgoed,
agressiviteit en nog veel meer. Maar komt dit door Nature of Nurture?
Gevolg van unieke samenspel van invloeden
DE ontwikkeling bestaat niet. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier (vb. kan ver voor zijn op
het gebied van motoriek, maar wat minder in de taal) Is de ontwikkeling van een kind dan totaal
onvoorspelbaar? Nee!
1. Normatieve ontwikkelingsstappen (mijlpalen vb. levensverwachting)
2. Stabiliteit in ontwikkelingspaden (IQ-scores) vb. karaktertrekken blijven vrij stabiel, IQ ook
, Conclusie
Ontwikkeling =
Een uniek proces
Toch (in zekere mate) voorspelbaar Niet in termen van zekerheden, maar wel in termen van
kansen
Enkel algemene lijn schetsen (hoe verloopt normale ontwikkeling gemiddeld genomen), wetende dat
afwijkingen (binnen bepaalde grenzen) heel gewoon zijn.
Twee basisvragen over ontwikkeling
Aanleg of aangeleerd (nature of nurture?)
Nature (naturisten: mens is gedetermineerd) or
nurture? (empiristen, vb. Watson: een kind is
een onbeschreven blad en door omgeving kan je
een kind brengen waar hij wil) nu duidelijk
dat het een combinatie is.
Doorgaande lijn of niet (continue of discontinue)? Hoe kan je veranderingen het beste typeren?
Veranderingen in 1 lijn, of sprongs/stapsgewijs? Discontinue = kwantitatief, continue =
kwalitatief. Tegenwoordig meestal continue omschrijving.
Door onze eigen ervaringen richten we ons op dingen waarvan wij denken dat die op een bepaalde
leeftijd gebeuren. Bijvoorbeeld wanneer iemand zijn eerste woordje zegt, dan vinden we dat dat op
een bepaalde leeftijd hoort te gebeuren.
Theorie
Definitie: ‘Een logisch en samenhangend geheel van begrippen en relaties, waarmee gepoogd wordt een
bepaald aspect van de werkelijkheid te beschrijven, te verklaren en te voorspellen’.
Nut: Een theorie kan je gebruiken om te verklaren, als communicatiemiddel, te voorspellen & voor
preventie, interventie en behandeling.
Overzicht theorieën
1. Psychodynamisch perspectief
Psychosociale theorie van
Erikson: Zij geloven dat gedrag
gemotiveerd wordt door
psychodynamische 'levels'.
Innerlijke krachten waar we ons
niet zo bewust van zijn, maar die
wel doorspelen in de rest van ons
leven. 8 stadia waarin een
ontwikkelingscrisis is wat volgens Erikson opgelost moet worden. De oplossing per fase heeft
weer invloed op de rest van ons leven en ook op het volgende stadium. Dit gaat dus over de
hele levensloop. Het is echter heel moeilijk om met deze theorie voorspellingen te doen.
2. Behavioristisch perspectief
Klassieke conditionering (Watson) Hond van Pavlov
Operante conditionering (Skinner) Sprake van een manier van leren door vrijwillige
respons dat gevolgen heeft of het in de toekomst wel/niet optreedt.
Sociaal-cognitieve leertheorie (Bandura) Belang cognitieve processen, mensen zijn
sociale wezens en apen anderen na (ouder als voorbeeld: kinderen doen wat je doet en