Theorie is van belang voor het maken van een beslissing voor de behandelvorm. Je hebt
een idee van wat is er mis (een soort verklaring (natuurlijk, maan)).
Waarom theorie nodig? à je weet nooit echt welke theorie waar is en vaak worden
theorieën ook weer achterhaald. Je wilt een theorie hebben omdat je toch iets wil
kunnen zeggen over de waarheid.
Bij een perfectie theorie: theorie = waarheid.
Slechte theorie: er is enige overlap (toeval) tussen waarheid en theorie. We houden ons
altijd bezig met hoe groot het overlappende gedeelte is (hoe kloppend de theorie is) à
daarom gaan we waarnemen, vallen deze waarnemingen binnen of buiten de theorie.
Echter zijn waarnemingen niet perfect, er zijn ontzettend veel waarnemingen in
interpretatie van waarnemingen (availability bias, confirmation bias).
Popper à falsificeren, niet gaan zoeken naar bevestiging maar juist naar ontkrachting
zoeken.
Theorie ook onderdeel van behandelen
1
,Hoeft niet 1, kan ook een
combinatie van beide.
Conversiestoornis à impliciete
processen waardoor explicitie
aansturing het niet meer doet.
Theorie in de praktijk:
Veel ePect studies, kijken op
basis van specifieke stoornis en
of specifieke behandeling past (of
iemand beter wordt of niet)
Soms ook kortdurende
behandelingen, experimenteel, kijken hoe dat mechanisme nou in elkaar zit. Je kan
mensen na trauma op verschillende manier behandelen, specifiek manipuleren wat wel
en niet werkt.
à valkuil: lastig om mensen langste volgen, weinig zuivere groepen (groepen zonder
comorbiditeit terwijl dit wel regelmatig het geval is.
Zonder theorie zijn observaties zinloos en het is nodig om beslissingen te nemen.
Je begint een behandeling altijd met theorie op persoonsniveau (diagnositische cyclus)
Weten WAT je doet en WAAROM je het
doet.
Je vormt theorie en deze moet je constant
bijstellen.
Transdiagnostisch behandelen
DSM-5 meest gebruikte
classificatiesysteem (ICD-10 meer door medici). Geen diagnose systeem, geen oorzaak
gevolg maar beschrijving van clusters van symptomen, heel medisch, het is
categorisch(!), hier is veel kritiek op. Het is voor behandeling wel makkelijk dat er
categorieën zijn. Doordat je met de DSM wel gemakkelijk een diagnose kan krijgen, of
meerdere, zijn prevalenties van emotionele stoornissen wel enorm gestegen.
Er is wel eenduidigheid over wat het probleem nou is, benaming en kenmerken en zorgt
voor gericht onderzoek. Het stimuleert samenwerking en communicatie en heeft een
belangrijke rol bij de ontwikkeling van evidence based behandelingen gehad.
Goede behandeling is beschikbaar voor elke stoornis, maar als er comorbiditeit is
(meestal), waar begin je dan? Hier zijn eigenlijk geen richtlijnen voor.
Betere implementatie en acceptatie van evidence based behandelingen, want dit werkt
niet bij iedereen en er is sprake van terugval. Andere manier is transdiagnostiek, het
2
,richten op aspecten van de problematiek die specifieke stoornissen overstijgen of die ze
gemeenschappelijk hebben.
Behandelingen (medicatie, exposure) worden natuurlijk ookal bij heel veel stoornissen
gebruikt, transdiagnostiek is dus niet nieuw.
3 therapeutsiche niveaus:
Onderzoek artikel
Basis is fear conditioning, klassieke conditionering.
Leren associatie tussen neutrale cue met schok (US):
1. Acquisitie (aanleren van angst)
2. Extinctie (afweren angst, zelfde stimuli aanbieden zonder narigheid waardoor
reactie uitdooft).
à exposre is transdiagnostische aanpak voor angst (extinctie).
Opzet: leertraject met acquisitiefase, eentje met en eentje zonder instructie en daarna
extinctiefase. De vraag was, hoe zit het nou met leren?
Gezonde mensen en mensen met heel veel verschillende soorten angst.
3
, Meer patiënten in rode groepen, geen verschil in de US verwachting en in de startle.
Angst heel moeilijk afgeleerd en wel snel nieuwe angst aangeleerd. Toch nog steeds
narigheid verwachten, implicaties voor behandeling.
Evidence based werken kan ook transdiagnostisch (3rd wave CBT, mindfullness, ACT,
metacognitieve therapie).
Waarom trans diagnostisch werken:
- Doordat er veel comorbiditeit is
- Onderliggende basis is hetzelfde
2 systemen voor theorie hiervoor
4