GIO week 6
Hoofdstuk 10: stress en conflicten
Stress= de druk die iemand ervaart -> spanning
Stressoren= de kenmerken van het werk die spanning oproepen
Stressoren op werk -> stress -> onvoldoende herstelmomenten -> draaglast is hoger dan
draagkracht -> stressreactie
Langdurig psychische belasting gevolgen:
- Fysiologische klachten, hoge bloeddruk en hartslag
- Emotionele klachten, ontevredenheid irritatie angsten
- Gedragsmatige klachten, meer roken en drinken
- Opgebrand zijn (burn-out), grote mate van uitputting
Burn out=
1. Emotionelen uitputting= het gevoel hebben dat je helemaal leeg bent
2. Depersonalisatie= een negatieve, onpersoonlijke en cynische houding ontwikkelt
3. Verminderde persoonlijke bekwaamheid= het gevoel dat iemand niet meer goed kan
functioneren in het werk -> negatief zelfbeeld
Mensen die werken in mensberoepen -> meer kans op burn-out
Fasen:
1. Een onbalans tussen de gestelde werkeisen en de eigen mogelijkheden om daar goed
mee om te gaan
2. Een reactie op de onbalans die gekenmerkt wordt door gevoelens van spanning,
vermoeidheid en uitputting
3. Veranderingen in houding en het gedrag tav mensen met wie men werkt
Werkgerelateerde oorzaken burn-out:
- Aard van het werk, werkdruk, autonomie
- Onderlinge relaties
- Rolonduidelijkheid en rolconflicten
- Verantwoordelijkheid en toekomstperspectief
Aard van het werk, werkdruk, autonomie:
Werkdruk= wanneer er een van de volgende factoren aanwezig is
- Werk is moeilijk en vereist veel mentale spanning
- Veel werk te doen
- Onder tijdsdruk gewerkt worden
Autonomie= de mogelijkheid van een medewerker om het werk naar eigen inzicht te kunnen
regelen
, JDC-model:
Relatie onderling -> geeft aan hoe iemand zich voelt
Slechte relatie kenmerken:
- Men vertrouwd elkaar niet
- Er zijn conflicten
- Mensen voelen zich niet gewaardeerd en voelen zich ondersteund
- Kritiek krijgen zonder hulp voor oplossingen
- Te veel autoritair gedag van leidinggevende
- Gevoel dat leidinggevende andere werknemers voortrekt
Slechte relatie -> stress
Goede relatie kenmerken:
- Onderlinge waardering, loyaliteit
- Sociale steun
JDC model -> DCS model (Karasek en Theorell)
Voorspelt:
- Hoge werkdruk, weinig sturingsmogelijkheden, weinig sociale steun -> meer stress
Buffereffect= een hoge sociale steun de negatieve gevolgen van een hoge werkdruk verzacht
of tenietdoet
Rolonduidelijkheid= wanneer taken en bevoegdheden niet goed zijn afgebakend
Rolconflict= wanneer er tegenstrijdige en niet met elkaar te verenigen eisen aan iemand rol
worden gesteld
Oorzaken rolproblemen:
- Eerste baan
- Promotie
- Verandering van functie
- Nieuwe leidinggevende
- Verandering van structuur of cultuur in organisatie
Hoofdstuk 10: stress en conflicten
Stress= de druk die iemand ervaart -> spanning
Stressoren= de kenmerken van het werk die spanning oproepen
Stressoren op werk -> stress -> onvoldoende herstelmomenten -> draaglast is hoger dan
draagkracht -> stressreactie
Langdurig psychische belasting gevolgen:
- Fysiologische klachten, hoge bloeddruk en hartslag
- Emotionele klachten, ontevredenheid irritatie angsten
- Gedragsmatige klachten, meer roken en drinken
- Opgebrand zijn (burn-out), grote mate van uitputting
Burn out=
1. Emotionelen uitputting= het gevoel hebben dat je helemaal leeg bent
2. Depersonalisatie= een negatieve, onpersoonlijke en cynische houding ontwikkelt
3. Verminderde persoonlijke bekwaamheid= het gevoel dat iemand niet meer goed kan
functioneren in het werk -> negatief zelfbeeld
Mensen die werken in mensberoepen -> meer kans op burn-out
Fasen:
1. Een onbalans tussen de gestelde werkeisen en de eigen mogelijkheden om daar goed
mee om te gaan
2. Een reactie op de onbalans die gekenmerkt wordt door gevoelens van spanning,
vermoeidheid en uitputting
3. Veranderingen in houding en het gedrag tav mensen met wie men werkt
Werkgerelateerde oorzaken burn-out:
- Aard van het werk, werkdruk, autonomie
- Onderlinge relaties
- Rolonduidelijkheid en rolconflicten
- Verantwoordelijkheid en toekomstperspectief
Aard van het werk, werkdruk, autonomie:
Werkdruk= wanneer er een van de volgende factoren aanwezig is
- Werk is moeilijk en vereist veel mentale spanning
- Veel werk te doen
- Onder tijdsdruk gewerkt worden
Autonomie= de mogelijkheid van een medewerker om het werk naar eigen inzicht te kunnen
regelen
, JDC-model:
Relatie onderling -> geeft aan hoe iemand zich voelt
Slechte relatie kenmerken:
- Men vertrouwd elkaar niet
- Er zijn conflicten
- Mensen voelen zich niet gewaardeerd en voelen zich ondersteund
- Kritiek krijgen zonder hulp voor oplossingen
- Te veel autoritair gedag van leidinggevende
- Gevoel dat leidinggevende andere werknemers voortrekt
Slechte relatie -> stress
Goede relatie kenmerken:
- Onderlinge waardering, loyaliteit
- Sociale steun
JDC model -> DCS model (Karasek en Theorell)
Voorspelt:
- Hoge werkdruk, weinig sturingsmogelijkheden, weinig sociale steun -> meer stress
Buffereffect= een hoge sociale steun de negatieve gevolgen van een hoge werkdruk verzacht
of tenietdoet
Rolonduidelijkheid= wanneer taken en bevoegdheden niet goed zijn afgebakend
Rolconflict= wanneer er tegenstrijdige en niet met elkaar te verenigen eisen aan iemand rol
worden gesteld
Oorzaken rolproblemen:
- Eerste baan
- Promotie
- Verandering van functie
- Nieuwe leidinggevende
- Verandering van structuur of cultuur in organisatie