Hoofdstuk 3: groepen in organisaties
Verzameling= een groep die willekeurig in elkaar nabije verkeren verzamelen
Groep voorwaarden:
- Als er twee of meer mensen regelmatig en op een directe manier met elkaar omgaan
- Als deze mensen gemeenschappelijke doelen hebben
- Als deze mensen voor het bereiken van die doelen in zekere mate van elkaar
afhankelijk zijn
- Als deze mensen het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van een groep
Verzameling groepen= een organisatie gegroepeerd is in taken
Soorten groepen:
1. Formele groepen
2. Informele groepen
Formele groepen:
1. Bestuurlijke groepen
2. Uitvoerende groepen
3. Zelfsturende teams
Redenen oprichten:
a. Verhogen van kwaliteit van arbeid
b. Meer klantgericht te werken
c. Vergroten van flexibiliteit van productie of dienstverlening
Gemeenschappelijke kenmerken:
a. Taken van team moeten uitvoerend als regelend/controlerend zijn
b. Min mogelijk zaken dienen van bovenaf te zijn vastgelegd
c. Team moet leden een thuisbasis geven
4. Virtuele groepen
Informele groepen= groepen die zich spontaan ontwikkelen
Functies groepen:
- Evolutionaire en biologische functie; groepen bieden het individu in gevaarlijke
situaties bescherming en hebben de mogelijkheid tot voortplanting
- Psychologische functie; mensen hebben behoefte aan contact met andere mensen
zodat ze het gevoel hebben dat ze erbij horen en gewaardeerd worden
- Cognitieve functie; mensen kunnen met elkaar meer presteren dan afzonderlijk
Evolutionaire en biologische functie:
Voordelen van in een groep leven:
- Gezamenlijke jacht en voedselverzameling
- Gezamenlijke voedselverbouwing en bereiding
- Gezamenlijke inspanning voor het bouwen van huizen, het ontginnen van de grond
en het maken van verdedigingswallen
- Grotere waakzaamheid in gevaarlijke omstandigheden
- Betere bescherming tegen bedreiging van buitenaf
- Meer zorg voor jongeren, zieken en ouderen
- Meer mogelijkheden tot voortplanting
, Evolutietheorie van Darwin= bij levende organisme is er sprake van natuurlijke
selectie
Psychologische functie:
Behoefte aan sociale steun, identiteit en status en informatie wordt bevredigd
Sociale steun vormen:
- Emotionele steun; het laten blijken van meegevoel en van zorg voor het welzijn van
anderen
- Advies en hulp; het geven van raad en bijstand
- Positieve feedback; laten blijken van waardering
Verlenen van identiteit en status:
Tajfel en Turner -> het zelfbeeld van iemand bestaat uit een persoonlijke en sociale
Identiteit
Sociale identiteit= het gedeelte van de identiteit die iemand aan zijn sociale
omgeving ontleent
Cognitieve functie:
Collectieve behoefte= een behoefte om eenzelfde doel te bereiken bij meer mensen
Iemand zoekt aansluiting bij een groep wanneer hij/zij dezelfde behoefte heeft
Sociale beïnvloeding= actief of passief
Actieve sociale beïnvloeding= een vorm van bewust invloed uitoefenen, overtuigen
Passieve sociale beïnvloeding= een vorm van onbewust invloed uitoefenen
Conformeren= aanpassen aan de groep
Deviantie= afwijkend gedrag
Deviante mening? -> randpositie in groep, je hoort er alsmaar minder bij
Factoren die conformere versterken of verzwakken:
- Omvang van de meerderheid en de unanimiteit
Redenen unanimiteit invloed heeft op conformiteit:
o Ongemakkelijk gevoel;
o Onzekerheid
o Medestanders
- De kenmerken van de taak of het onderwerp dat ter sprake komt
Meningen en opvattingen die diepgeworteld zitten in groepslid, zullen niet gauw
beinvloed worden door andere groepsleden -> conformiteit minder
- De kenmerken van de persoon
3 persoonskenmerken:
1. Zelfbeeld; laag zelfbeeld -> meer conformeren
Hoog zelfbeeld -> minder conformeren
2. Behoeften; sterke behoefte naar acceptatie zullen eerder ongemakkelijkheid
voelen als ze afwijken -> sterk conformeren
3. Betrokkenheid; sterk betrokken bij groep en groep is belangrijk voor ze -> sneller
conformeren
Verzameling= een groep die willekeurig in elkaar nabije verkeren verzamelen
Groep voorwaarden:
- Als er twee of meer mensen regelmatig en op een directe manier met elkaar omgaan
- Als deze mensen gemeenschappelijke doelen hebben
- Als deze mensen voor het bereiken van die doelen in zekere mate van elkaar
afhankelijk zijn
- Als deze mensen het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van een groep
Verzameling groepen= een organisatie gegroepeerd is in taken
Soorten groepen:
1. Formele groepen
2. Informele groepen
Formele groepen:
1. Bestuurlijke groepen
2. Uitvoerende groepen
3. Zelfsturende teams
Redenen oprichten:
a. Verhogen van kwaliteit van arbeid
b. Meer klantgericht te werken
c. Vergroten van flexibiliteit van productie of dienstverlening
Gemeenschappelijke kenmerken:
a. Taken van team moeten uitvoerend als regelend/controlerend zijn
b. Min mogelijk zaken dienen van bovenaf te zijn vastgelegd
c. Team moet leden een thuisbasis geven
4. Virtuele groepen
Informele groepen= groepen die zich spontaan ontwikkelen
Functies groepen:
- Evolutionaire en biologische functie; groepen bieden het individu in gevaarlijke
situaties bescherming en hebben de mogelijkheid tot voortplanting
- Psychologische functie; mensen hebben behoefte aan contact met andere mensen
zodat ze het gevoel hebben dat ze erbij horen en gewaardeerd worden
- Cognitieve functie; mensen kunnen met elkaar meer presteren dan afzonderlijk
Evolutionaire en biologische functie:
Voordelen van in een groep leven:
- Gezamenlijke jacht en voedselverzameling
- Gezamenlijke voedselverbouwing en bereiding
- Gezamenlijke inspanning voor het bouwen van huizen, het ontginnen van de grond
en het maken van verdedigingswallen
- Grotere waakzaamheid in gevaarlijke omstandigheden
- Betere bescherming tegen bedreiging van buitenaf
- Meer zorg voor jongeren, zieken en ouderen
- Meer mogelijkheden tot voortplanting
, Evolutietheorie van Darwin= bij levende organisme is er sprake van natuurlijke
selectie
Psychologische functie:
Behoefte aan sociale steun, identiteit en status en informatie wordt bevredigd
Sociale steun vormen:
- Emotionele steun; het laten blijken van meegevoel en van zorg voor het welzijn van
anderen
- Advies en hulp; het geven van raad en bijstand
- Positieve feedback; laten blijken van waardering
Verlenen van identiteit en status:
Tajfel en Turner -> het zelfbeeld van iemand bestaat uit een persoonlijke en sociale
Identiteit
Sociale identiteit= het gedeelte van de identiteit die iemand aan zijn sociale
omgeving ontleent
Cognitieve functie:
Collectieve behoefte= een behoefte om eenzelfde doel te bereiken bij meer mensen
Iemand zoekt aansluiting bij een groep wanneer hij/zij dezelfde behoefte heeft
Sociale beïnvloeding= actief of passief
Actieve sociale beïnvloeding= een vorm van bewust invloed uitoefenen, overtuigen
Passieve sociale beïnvloeding= een vorm van onbewust invloed uitoefenen
Conformeren= aanpassen aan de groep
Deviantie= afwijkend gedrag
Deviante mening? -> randpositie in groep, je hoort er alsmaar minder bij
Factoren die conformere versterken of verzwakken:
- Omvang van de meerderheid en de unanimiteit
Redenen unanimiteit invloed heeft op conformiteit:
o Ongemakkelijk gevoel;
o Onzekerheid
o Medestanders
- De kenmerken van de taak of het onderwerp dat ter sprake komt
Meningen en opvattingen die diepgeworteld zitten in groepslid, zullen niet gauw
beinvloed worden door andere groepsleden -> conformiteit minder
- De kenmerken van de persoon
3 persoonskenmerken:
1. Zelfbeeld; laag zelfbeeld -> meer conformeren
Hoog zelfbeeld -> minder conformeren
2. Behoeften; sterke behoefte naar acceptatie zullen eerder ongemakkelijkheid
voelen als ze afwijken -> sterk conformeren
3. Betrokkenheid; sterk betrokken bij groep en groep is belangrijk voor ze -> sneller
conformeren