Geschiedenis en contextgebruik
Binnen het geschiedenisonderwijs is het werken met contexten essentieel om leerlingen
historisch besef te laten ontwikkelen. Leerlingen begrijpen het verleden beter wanneer ze
het kunnen koppelen aan hun eigen leefwereld. Daarom wordt vaak gestart met lokale en
regionale geschiedenis, zoals gebeurtenissen in de eigen stad of buurt. Dit maakt het
onderwijs concreet en herkenbaar. Vervolgens wordt dit uitgebreid naar de Nederlandse
geschiedenis, waarin belangrijke gebeurtenissen bijdragen aan identiteitsvorming en begrip
van de samenleving. Tot slot wordt dit in een breder perspectief geplaatst door Europese en
wereldgeschiedenis te behandelen.
In dit proces leren leerlingen belangrijke historische vaardigheden, zoals het denken in tijd
(chronologisch ordenen), het herkennen van oorzaak-gevolgrelaties en het bekijken van
gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven (multiperspectiviteit). De leerkracht
speelt hierbij een belangrijke rol door betekenisvolle contexten te kiezen en leerlingen
actief te laten nadenken over verbanden tussen verleden, heden en toekomst.
OJW – Natuurwetenschappen en techniek
Binnen natuuronderwijs staat het ontwikkelen van een onderzoekende houding centraal.
Verwondering en nieuwsgierigheid vormen de basis van leren. Leerlingen worden
gestimuleerd om vragen te stellen over de wereld om hen heen en actief op onderzoek uit te
gaan. Hierbij wordt gebruikgemaakt van ‘hands-on’ activiteiten (zelf doen en ervaren) en
‘brains-on’ activiteiten (nadenken en redeneren). Deze combinatie zorgt voor diepgaand
leren.
Onderzoekend leren speelt een grote rol. Leerlingen doorlopen een cyclus van waarnemen,
vragen stellen, hypothese vormen, experimenteren en concluderen. Daarnaast is er
ontwerpend leren, waarbij leerlingen oplossingen bedenken voor problemen en zelf
producten ontwerpen.
Waardeontwikkeling is ook belangrijk binnen OJW. Leerlingen leren nadenken over
duurzaamheid, milieu en ethische vraagstukken. Ze ontwikkelen respect voor de natuur en
leren omgaan met maatschappelijke vraagstukken.
De concept-contextbenadering wordt gebruikt om abstracte kennis te verbinden met
concrete ervaringen. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met preconcepten en
misconcepten van leerlingen. Door hierop in te spelen kan de leerkracht het leerproces
verdiepen. Daarnaast worden vaardigheden zoals meten, modelleren, systeemdenken en
het stellen van vragen ontwikkeld.