Leerdoelen Management en Organisatie 1.1
Inhoud
1. Wat is het verschil tussen Scientific Management, General Management en Human Relations
Management?........................................................................................................................................2
2. Wat zijn de vier verschillende leiderschapsstijlen?.............................................................................3
3. Wat zijn de 4 belangrijkst stappen hoe organisaties zich ontwikkelen?.............................................4
4. Wat is het verschil tussen visie en missie? Vertaal dit naar strategisch, tactische en operationeel
beleid......................................................................................................................................................5
5. Wat is de interne en externe analyse (SWOT) en waarom is dit van belang voor de ontwikkeling
van beleid?.............................................................................................................................................6
6. Wat zijn de verschillende onderdelen van de interne en externe analyse? Hoe vertaal je dit naar
een confrontatiematrix en herken je op basis daarvan SMART-doelen?................................................7
7. Wat zijn de verschillende onderdelen van de Boston Consultancy Matrix en wat zijn de
verschillende functies van de onderdelen?............................................................................................8
8. Wat is de concurrentieanalyse van Porter en hoe pas je die toe?......................................................9
9. Wat is het belang van motivatietheorieën voor de organisatie?......................................................11
, 1. Wat is het verschil tussen Scientific Management, General
Management en Human Relations Management?
Scientific Management: Systematische, samenhangende bedrijfskundige benadering voor de wijze
waarop de productie georganiseerd zou moeten worden. Een bedrijfsleider moet een brede visie
hebben op zijn taak in de organisatie die bestaat uit plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en
het controleren van resultaten. (Frederick Taylor 1900). Bouwde zijn systeem op vanuit en voor de
productieafdeling. (organisatie zonder mensen).
Wetenschappelijke analyse van de werkzaamheden en het uitvoeren van bewegingsstudies.
Een vergaande taakverdeling en trainen van de arbeiders, waarbij elke handeling en
beweging precies is voorgeschreven; hierdoor krijgt de arbeider veel routine, waardoor weer
hogere productienormen gehaald kunnen worden.
Hechte, vriendschappelijke samenwerking tussen leiding en arbeiders.
Bedrijfsleiders zijn verantwoordelijk voor analyseren van en het zoeken naar werkmethoden
en het scheppen van productievoorwaarden; voorheen werd dit naar de uitvoering
geschoven.
De juiste man op de juiste plaats door zorgvuldige selectie.
Het invoeren van prestatiebeloning met als doel te komen tot lagere productiekosten.
Verder had hij een arbeidsverdeling voor de leiding van de productieafdeling over acht functies, elk
door een aparte functionaris uitgevoerd:
1. Tijd en kosten 5. Onderhoud
2. Werkinstructies 6. Kwaliteitscontrole
3. Bewerkingen en hun volgorde 7. Technische leiding
4. Werkvoorbereiding en uitgifte 8. Personeelsbeheer
Dit stelsel staat ook wel bekend als het 8 bazen stelsel. Onder zijn leiding werkte dit stelsel maar
vanwege de vele afstemmingsproblemen tussen de chefs en onduidelijkheden voor de medewerkers
is het verder bijna niet gebruikt
General Management: Een samenhangend stelsel van opvattingen over de wijze waarop organisaties
in hun geheel bestuurd zouden moeten worden. Het zijn algemene principes die overal gelden waar
mensen samenwerken. (Henry Fayol 1900). Formuleren van een theorie voor het algemene
management dus voor de gehele organisatie. Niet alleen voor industriële ondernemingen maar ook
voor andere organisaties. Was bedoeld als onderwijsmodel. Hij onderscheidde 6 onafhankelijke
managementgebieden:
1. Technisch 4. Zelf beschermend (veiligheid van mensen)
2. Commercieel 5. Boekhouding
3. Financieel 6. Besturing
Besturing zorgt voor onderlinge samenhang op overige gebieden. Deze besturing is uiteraard het
belangrijkste onderdeel van de functie van de managers en bestaan uit 5 taken:
1. Plannen of vooruitzien: opstellen van actieplan voor de toekomst
2. Organiseren: opbouw van organisatie met mensen en middelen
3. Bevel voeren: zorgen dat mensen aan het werk blijven
4. Coördineren: onderling afstemmen van de activiteiten
5. Controleren: toezien dat de resultaten gelijk zijn met het plan.
2
Inhoud
1. Wat is het verschil tussen Scientific Management, General Management en Human Relations
Management?........................................................................................................................................2
2. Wat zijn de vier verschillende leiderschapsstijlen?.............................................................................3
3. Wat zijn de 4 belangrijkst stappen hoe organisaties zich ontwikkelen?.............................................4
4. Wat is het verschil tussen visie en missie? Vertaal dit naar strategisch, tactische en operationeel
beleid......................................................................................................................................................5
5. Wat is de interne en externe analyse (SWOT) en waarom is dit van belang voor de ontwikkeling
van beleid?.............................................................................................................................................6
6. Wat zijn de verschillende onderdelen van de interne en externe analyse? Hoe vertaal je dit naar
een confrontatiematrix en herken je op basis daarvan SMART-doelen?................................................7
7. Wat zijn de verschillende onderdelen van de Boston Consultancy Matrix en wat zijn de
verschillende functies van de onderdelen?............................................................................................8
8. Wat is de concurrentieanalyse van Porter en hoe pas je die toe?......................................................9
9. Wat is het belang van motivatietheorieën voor de organisatie?......................................................11
, 1. Wat is het verschil tussen Scientific Management, General
Management en Human Relations Management?
Scientific Management: Systematische, samenhangende bedrijfskundige benadering voor de wijze
waarop de productie georganiseerd zou moeten worden. Een bedrijfsleider moet een brede visie
hebben op zijn taak in de organisatie die bestaat uit plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en
het controleren van resultaten. (Frederick Taylor 1900). Bouwde zijn systeem op vanuit en voor de
productieafdeling. (organisatie zonder mensen).
Wetenschappelijke analyse van de werkzaamheden en het uitvoeren van bewegingsstudies.
Een vergaande taakverdeling en trainen van de arbeiders, waarbij elke handeling en
beweging precies is voorgeschreven; hierdoor krijgt de arbeider veel routine, waardoor weer
hogere productienormen gehaald kunnen worden.
Hechte, vriendschappelijke samenwerking tussen leiding en arbeiders.
Bedrijfsleiders zijn verantwoordelijk voor analyseren van en het zoeken naar werkmethoden
en het scheppen van productievoorwaarden; voorheen werd dit naar de uitvoering
geschoven.
De juiste man op de juiste plaats door zorgvuldige selectie.
Het invoeren van prestatiebeloning met als doel te komen tot lagere productiekosten.
Verder had hij een arbeidsverdeling voor de leiding van de productieafdeling over acht functies, elk
door een aparte functionaris uitgevoerd:
1. Tijd en kosten 5. Onderhoud
2. Werkinstructies 6. Kwaliteitscontrole
3. Bewerkingen en hun volgorde 7. Technische leiding
4. Werkvoorbereiding en uitgifte 8. Personeelsbeheer
Dit stelsel staat ook wel bekend als het 8 bazen stelsel. Onder zijn leiding werkte dit stelsel maar
vanwege de vele afstemmingsproblemen tussen de chefs en onduidelijkheden voor de medewerkers
is het verder bijna niet gebruikt
General Management: Een samenhangend stelsel van opvattingen over de wijze waarop organisaties
in hun geheel bestuurd zouden moeten worden. Het zijn algemene principes die overal gelden waar
mensen samenwerken. (Henry Fayol 1900). Formuleren van een theorie voor het algemene
management dus voor de gehele organisatie. Niet alleen voor industriële ondernemingen maar ook
voor andere organisaties. Was bedoeld als onderwijsmodel. Hij onderscheidde 6 onafhankelijke
managementgebieden:
1. Technisch 4. Zelf beschermend (veiligheid van mensen)
2. Commercieel 5. Boekhouding
3. Financieel 6. Besturing
Besturing zorgt voor onderlinge samenhang op overige gebieden. Deze besturing is uiteraard het
belangrijkste onderdeel van de functie van de managers en bestaan uit 5 taken:
1. Plannen of vooruitzien: opstellen van actieplan voor de toekomst
2. Organiseren: opbouw van organisatie met mensen en middelen
3. Bevel voeren: zorgen dat mensen aan het werk blijven
4. Coördineren: onderling afstemmen van de activiteiten
5. Controleren: toezien dat de resultaten gelijk zijn met het plan.
2