Hoofdstuk 2 – Rechtsstaat
§ 2.1 – VRIJHEID OF VEILIG HEID?
• Ondermijnende criminaliteit is vaak niet direct zichtbaar, maar tast het gezag van de overheid aan .
Doordat criminelen illegale activiteiten mengen met de legale samenleving en ambtenaren en
burgemeesters onder druk zetten. De overheid pakt dit aan door alertheid van politie en burgers te
stimuleren, met bijvoorbeeld waakagenten.
• De politie en leger zorgt voor veiligheid en voert namens de overheid het GEW EL DSMO NO PO L IE uit:
alleen de overheid mag geweld gebruiken om orde te handhaven en criminaliteit op te sporen.
• Geweld: bij een arrestatie of een bedreigende situatie.
Politie meerdere bevoegdheden om orde te handhaven (handhavingstaak) en criminele activiteiten op te
sporen (opsporingstaak).
• Iemand staande houden: gevraagd naar persoonsgegevens en verblijfadres. Gegronde verdenking voor zijn.
• Aanhouden: wordt verdachte en dus gearresteerd.
• Verdacht: redelijk vermoeden van schuld bestaat dat iemand de wet heeft overtreden.
Alle bevoegdheden van de overheid zijn aan regels gebonden. Nederland is namelijk een RECHTSSTA A T.
• Staat: als overheid macht en gezag uitoefent over een bepaald volk op een bepaald grondgebied.
• Recht: staat is gebonden aan dit recht. Rechtsregels worden door wetgevende macht voor de hele
samenleving gemaakt en gelden dus voor iedereen. Hierin staat rechten en plichten van burgers.
○ Om conflicten tussen mensen te voorkomen en orde te handhaven.
• Rechtsregels helpen om machtsmisbruik te voorkomen: Overheidsdiensten mogen alleen handelen binnen
hun wettelijke bevoegdheden en rechtmatig verkregen middelen. Door samenwerking tussen verschillende
instanties kan meer informatie worden gebruikt.
Volgens filosoof Thomas Hobbes zouden mensen zonder regels vooral aan zichzelf denken, wat zou leiden tot
een voortdurende strijd: een ‘oorlog van allen tegen allen’ → een hogere macht nodig om orde te bewaren.
• Burgers geven daarom een deel van hun vrijheid op aan de overheid in ruil voor veiligheid en orde.
Dit noemde Hobbes het SO CIA A L CO NTRA CT. Daarbij accepteert de samenleving dat de overheid het
geweldsmonopolie heeft en dat iedereen zich aan de regels houdt.
Georganiseerde misdaad speelt zich af in de onderwereld (illegaal) en de bovenwereld (legaal).
• Legale activiteiten kunnen illegaal worden als ze worden gebruikt om crimineel geld wit te wassen.
○ Daarom werken overheidsdiensten samen, hebben integrale aanpak (=samenhangend). De politie zoekt
verbanden tussen weinig officieel inkomen en veel bezit met hulp van de Belastingdienst.
• Als er verdachte situaties zijn kan de politie opsporingsmiddelen inzetten.
○ De officier van justitie geeft bij de opsporingstaak leiding en moet toestemming geven om bepaalde
opsporingsmethodes te gebruiken. Alle officiers van justitie samen= openbaar ministerie (OM).
Rijksrecherche: doet onderzoek naar inzet van politiegeweld bij twijfel aan rechtvaardigheid.
○ Politie overtreedt de wet bij verzamelen informatie → onrechtmatig verkregen → juridisch onbruikbaar.
Elke keuze die een agent maakt, moet hij of zij achteraf kunnen verantwoorden.
Criminelen: ondermijnen het geweldsmonopolie van de overheid en negeren het sociaal contract dat zij als
burger met de overheid hebben gesloten. Daarnaast ondermijnen ze met dergelijke activiteiten de
rechtshandhaving.
, In sommige landen misbruikt de politie macht zonder verantwoording, zoals in politiestaten, waar burgers
worden onderdrukt en rechten vaak genegeerd worden. Zulke staten kunnen geen rechtsstaat zijn.
Een rechtsstaat heeft vier belangrijke kenmerken:
1. GRO NDRECHTEN: beschermen burgers tegen machtsmisbruik van overheid, bijv het recht op privacy.
2. L EGA L ITEITSBEGINSEL : alles wat de overheid doet moet wettelijk zijn toegestaan: je kunt alleen gestraft
worden voor iets dat op dat moment strafbaar is.
3. MA CHTENSCHEIDING (TRIA S PO L ITICA ) : wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht controleren
elkaar om macht in balans te houden.
4. O NA FHA NKEL IJKE RECHTSPRA A K : rechters handelen volgens de wet en zijn onafhankelijk: niet laten
beïnvloeden door andere machten. En onpartijdig: (persoonlijke) belangen mogen geen rol spelen.
Het recht is verdeeld in burgerlijk recht (civiel recht): conflicten tussen burgers onderling, bestuursrecht:
conflicten tussen burgers en de overheid en strafrecht: iemand wordt verdacht van een strafbaar feit.
De Grondwet beschermt burgers tegen willekeur en machtsmisbruik= rechtsbescherming.
De overheid moet criminelen aanpakken en de veiligheid en het gezag van de staat beschermen, maar wil ook
een rechtstaat zijn waarin de rechten van alle burgers in Nederland gelden, ook van verdachten. Dit betekent
dat de overheid zich bij opsporing en handhaving aan de wet moet houden.
• Er ontstaat een dilemma over veiligheid en rechtsbescherming: hoeveel mag de overheid individuele
vrijheden beperken om de samenleving veilig te houden?
§ 2.2 – G RONDRECTEN: BEPERKEN OF NIET?
• ETNISCH PROFILEREN: iemand eruit pikken/controleren, omdat iemand niet ‘zou thuishoren’ in een buurt.
Is een vorm van discriminatie en dus wettelijk verboden → politie stelt richtlijnen.
• PREVENTIEF FOUILLEREN: mensen die nog niet verdacht zijn, mag de politie aan kleding onderzoeken. Politie
moet hiervoor wel toestemming van officier van justitie hebben. Mag alleen in een door de burgemeester
aangewezen veiligheidsrisicogebied.
○ Selectief preventief fouilleren: politie maakt keuzes bij het fouilleren. Hierdoor worden
sommige groepen vaak gecontroleerd en andere groepen (bijna) nooit.
• Identificatieplicht: iedereen boven de 14 moet zich kunnen identificeren. De politie mag niet de beslissing
maken om iemand aan te houden en vragen om te laten identificeren op basis van uiterlijke kenmerken.
Grondrechten uit de Grondwet beschermen burgers tegen (te veel) macht van de overheid.
• Grondrechten zijn meestal KLASSIEKE GRONDRECHTEN (mensenrechten of fundamentele rechten).
In te delen in: ○ Gelijkheidsrechten, ○ Politieke rechten, ○ Vrijheidsrechten.
○ GEL IJKHEIDSRECHTE N: tegen discriminatie en voor gelijkheid.
Artikel 1 van grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.
Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond
dan ook, is niet toegestaan.’ Artikel 1 is uitgewerkt is verschillende wetten.
○ PO L ITIEKE RECHTEN: maken het voor burgers mogelijk om te stemmen (actief kiesrecht) en zich
verkiesbaar te stellen (passief kiesrecht). Kan je alleen ontzegt worden door rechter naast een
gevangenisstraf van minstens een jaar.
○ VRIJHEIDSRECHT EN: bieden vrijheden voor burgers, waarbij overheid zich zo terughoudend mogelijk
moet opstellen. Hierdoor de vrijheid om mening te uiten.
• Grondwet bevat ook SOCIALE GRONDRECHTEN. Zijn artikel 19 t/m 23. Invloed op welzijn van burgers.
○ De overheid heeft hierbij alleen een inspanningsverplichting: zorg besteden aan onderwijs, huisvesting,
volksgezondheid en bestaanszekerheid.
→ Dus je kan geen betaalbare woning eisen als er een tekort is.