Leerdoelen Project Management 1.1
Inhoud
1. Wat zijn de 6 procesfasen die horen bij projectmanagement en welke activiteiten horen daarbij?. .2
2. Wat zijn SMART geformuleerde doelen en niet-SMART geformuleerde doelen en hoe kun je ze
onderscheiden?......................................................................................................................................2
3. Wat is de definitie van projectmatig werken en projectmanagement?..............................................3
4. Wat is het verschil tussen improviserende werkzaamheden, routinematige werkzaamheden en
projectmatige werkzaamheden?............................................................................................................3
5. Wat zijn de verschillende projectrollen en welke taken horen daarbij?.............................................5
6. Welke methode leidt tot een projectplanning?..................................................................................6
7. Wat is het verschil tussen een netwerkplanning en een strokenplanning?........................................6
8. Welke 5 elementen behoren en bij projectbeheersing (GOKIT)?.......................................................8
, 1. Wat zijn de 6 procesfasen die horen bij projectmanagement en
welke activiteiten horen daarbij?
1. Initiatieffase: het idee nog geen sprake van een project, wel een probleem of een idee. De
eerste stap wordt gezet. Wanneer er wordt besloten om het project te starten kunnen de
volgende activiteiten worden uitgevoerd: onderzoek naar huidige stand van zaken, bepalen
van globale probleemstelling, doel of resultaat van het project vaststellen en bepalen wat de
haalbaarheid van het project is, hiervoor kan een haalbaarheids- of vooronderzoek worden
uitgevoerd.
Resultaat: eventuele goedkeuring of besluit om geen verdere acties te ondernemen.
2. Definitiefase: wat moet er gebeuren? geeft duidelijkheid over wat er van het project
verwacht kan worden, er is een opdracht om een project te starten, vereiste projectresultaat
wordt vastgesteld waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen eisen en wensen. Eisen
moeten verplicht worden gerealiseerd binnen het project, wensen wil men graag realiseren
maar zijn niet noodzakelijk.
Resultaat: er is een plan van aanpak waarin het project precies wordt ‘gedefinieerd’ en de
vraag ‘Wat is er klaar als we klaar zijn?’ is beantwoord.
3. Ontwerpfase: hoe gaat het worden? er wordt aangegeven hoe de oplossing eruit zal
komen te zien. Deze fase vraag creativiteit, dit kan gestimuleerd worden door te
brainstormen over mogelijke oplossingen. Om te beoordelen of de oplossing aan de wensen
voldoet kan er een prototype gemaakt worden.
Resultaat: ontwerp dat aan de opdrachtgever duidelijk maakt wat hij krijgt en het maakt de
voorbereiders van de volgende fase duidelijk wat er gemaakt moet worden.
4. Voorbereidingsfase: hoe moet het gemaakt worden? ontwerp uit vorige fase wordt
geschikt gemaakt voor realisatie. Men maakt zich druk over hoe het ontwerp te maken is.
Resultaat: geen project gemaakt! Er wordt gezorgd dat de realisatie probleemloos kan
verlopen. Eerst denken, dan doen.
5. Realisatiefase: doen! er wordt praktisch aan de slag gegaan. Hoe meer voorbereiding, hoe
minder kans op onaangename verassingen. ‘Product’ wordt gemaakt. Ook zal implementatie
uitgevoerd worden: zorgen voor de invoering van het resultaat van het project, bij de
overgang van oud naar nieuw heb je te maken met conversie: medewerkers zullen moeten
leren met het nieuwe om te gaan.
Resultaat: projectresultaat is opgeleverd.
6. Nazorg: gebruik en instandhouding projectresultaat wordt gebruikt. Door
omstandigheden die in de loop van de tijd wijzigen, zullen ook de eisen die aan het
projectresultaat gesteld worden veranderen en het projectresultaat heeft dus nazorg nodig.
Resultaat: na invoering van het project is men nog niet klaar, het resultaat moet in stand
gehouden worden. De kosten hiervoor kunnen soms een veelvoud zijn van de kosten die
gemaakt moeten worden om het project uit te voeren.
2. Wat zijn SMART geformuleerde doelen en niet-SMART
geformuleerde doelen en hoe kun je ze onderscheiden?
SMART geformuleerde doelen bevatten de volgende onderdelen:
Ze zijn Specifiek: grondig omschreven met voldoende details. Dus: Wat gaan we precies doen. Er mag
geen misverstand bestaan over het te behalen eindresultaat.
Voorbeeld: we gaan de levering van onze producten verbeteren. De levertijd van onze producten
moet omlaag.
2
Inhoud
1. Wat zijn de 6 procesfasen die horen bij projectmanagement en welke activiteiten horen daarbij?. .2
2. Wat zijn SMART geformuleerde doelen en niet-SMART geformuleerde doelen en hoe kun je ze
onderscheiden?......................................................................................................................................2
3. Wat is de definitie van projectmatig werken en projectmanagement?..............................................3
4. Wat is het verschil tussen improviserende werkzaamheden, routinematige werkzaamheden en
projectmatige werkzaamheden?............................................................................................................3
5. Wat zijn de verschillende projectrollen en welke taken horen daarbij?.............................................5
6. Welke methode leidt tot een projectplanning?..................................................................................6
7. Wat is het verschil tussen een netwerkplanning en een strokenplanning?........................................6
8. Welke 5 elementen behoren en bij projectbeheersing (GOKIT)?.......................................................8
, 1. Wat zijn de 6 procesfasen die horen bij projectmanagement en
welke activiteiten horen daarbij?
1. Initiatieffase: het idee nog geen sprake van een project, wel een probleem of een idee. De
eerste stap wordt gezet. Wanneer er wordt besloten om het project te starten kunnen de
volgende activiteiten worden uitgevoerd: onderzoek naar huidige stand van zaken, bepalen
van globale probleemstelling, doel of resultaat van het project vaststellen en bepalen wat de
haalbaarheid van het project is, hiervoor kan een haalbaarheids- of vooronderzoek worden
uitgevoerd.
Resultaat: eventuele goedkeuring of besluit om geen verdere acties te ondernemen.
2. Definitiefase: wat moet er gebeuren? geeft duidelijkheid over wat er van het project
verwacht kan worden, er is een opdracht om een project te starten, vereiste projectresultaat
wordt vastgesteld waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen eisen en wensen. Eisen
moeten verplicht worden gerealiseerd binnen het project, wensen wil men graag realiseren
maar zijn niet noodzakelijk.
Resultaat: er is een plan van aanpak waarin het project precies wordt ‘gedefinieerd’ en de
vraag ‘Wat is er klaar als we klaar zijn?’ is beantwoord.
3. Ontwerpfase: hoe gaat het worden? er wordt aangegeven hoe de oplossing eruit zal
komen te zien. Deze fase vraag creativiteit, dit kan gestimuleerd worden door te
brainstormen over mogelijke oplossingen. Om te beoordelen of de oplossing aan de wensen
voldoet kan er een prototype gemaakt worden.
Resultaat: ontwerp dat aan de opdrachtgever duidelijk maakt wat hij krijgt en het maakt de
voorbereiders van de volgende fase duidelijk wat er gemaakt moet worden.
4. Voorbereidingsfase: hoe moet het gemaakt worden? ontwerp uit vorige fase wordt
geschikt gemaakt voor realisatie. Men maakt zich druk over hoe het ontwerp te maken is.
Resultaat: geen project gemaakt! Er wordt gezorgd dat de realisatie probleemloos kan
verlopen. Eerst denken, dan doen.
5. Realisatiefase: doen! er wordt praktisch aan de slag gegaan. Hoe meer voorbereiding, hoe
minder kans op onaangename verassingen. ‘Product’ wordt gemaakt. Ook zal implementatie
uitgevoerd worden: zorgen voor de invoering van het resultaat van het project, bij de
overgang van oud naar nieuw heb je te maken met conversie: medewerkers zullen moeten
leren met het nieuwe om te gaan.
Resultaat: projectresultaat is opgeleverd.
6. Nazorg: gebruik en instandhouding projectresultaat wordt gebruikt. Door
omstandigheden die in de loop van de tijd wijzigen, zullen ook de eisen die aan het
projectresultaat gesteld worden veranderen en het projectresultaat heeft dus nazorg nodig.
Resultaat: na invoering van het project is men nog niet klaar, het resultaat moet in stand
gehouden worden. De kosten hiervoor kunnen soms een veelvoud zijn van de kosten die
gemaakt moeten worden om het project uit te voeren.
2. Wat zijn SMART geformuleerde doelen en niet-SMART
geformuleerde doelen en hoe kun je ze onderscheiden?
SMART geformuleerde doelen bevatten de volgende onderdelen:
Ze zijn Specifiek: grondig omschreven met voldoende details. Dus: Wat gaan we precies doen. Er mag
geen misverstand bestaan over het te behalen eindresultaat.
Voorbeeld: we gaan de levering van onze producten verbeteren. De levertijd van onze producten
moet omlaag.
2