Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Aantekeningen hoorcollege Individu & Identiteit | ISW | UvA | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
50
Geüpload op
21-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit zijn alle aantekeningen van de hoorcolleges van I&I + nog een aantal aanvullingen vanuit het boek (Gray, P. & Bjorklund, D.F., (2018) Psychology. New York: Worth (8th ed.)). Dit is alleen GEEN samenvatting van het volledige boek. Voor de tentamens was dit voor mij wel uitgebreid genoeg

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Alleen gedrag is observeerbaar, emoties en gedachtes kunnen alleen afgeleid
worden uit gedrag
In het dagelijks leven toetst iedereen theorieën, maar in de wetenschap gebeurt
dit op een andere manier. Grootste vraag  wat is de waarheid? Deze hangt af
van:
 Hoe je denkt dat de wereld in elkaar steekt, bestaat alles ‘echt’ of bestaat
het alleen ‘in mensen’ (gemaakt door mensen), bv racisme
 Wat vind je dat kennis is, is kennis pas iets als je het zintuigelijk kan
waarnemen, of ook als je het kan interpreteren
Deze manier van construeren van de werkelijkheid is een paradigma:
Kwantitatief paradigma  dingen zintuigelijk waarnemen, meten
Kwalitatief paradigma  dingen interpreteren
Vaak zijn de sociale wetenschappen kwalitatief en de exacte wetenschappen
kwantitatief. Binnen de sociale wetenschappen komt beide voor, soms
kwantitatief waarnemen door middel van metingen met bv hartslag, zweet, brein
etc.

Psychologie vs. sociologie  twee paradigma’s binnen de sociale wetenschap
Behaviorisme vs. cognitivisme  twee paradigma’s binnen de psychologie

Drie fundamenten van Psychologie
In 1879 opende Wundt het eerste echt psychologische laboratorium  heel
experimenteel, kwantitatief. Fundamenten:
1. Gedrag en mentale ervaring hebben een fysieke oorzaak, en kunnen dus
onderworpen worden aan wetenschappelijke analyse
Waardoor voelen, denken en gedragen wij ons zoals wij doen?
Ook de Grieken stelde deze vraag al, tijdens de middeleeuwen kwam dit stil te
liggen, in de renaissance kwam het een beetje opgang, maar pas vanaf de
verlichting weer volledig  oorzaak: invloed van de kerk (het dualisme,
immaterieel (ziel) en materieel (lichaam) werd apart gezien, ziel was
bovennatuurlijk en mocht je niet bestuderen)
Descartes was een van de eerste die tegen het dualisme in ging, hij deed lijken
onderzoek. Het ontdekken van reflexen zorgde voor zijn eerste twijfel in het
dualisme. Volgens hem was de zetel van de ziel (het denken) in de pijnappelklier,
tegenwoordig blijkt dat het zenuwstelsel te zijn.
Thomas Hobbes voelde zich vrijer om verder te gaan om het dualisme te
bevragen (stond geen doodstraf meer op). Hij stelde dat de ziel een
betekenisloos concept is, al het menselijke kan begrepen worden in termen van
massa en energie  materialisme
19e -eeuwse fysiologie: heel veel experimenten op dieren, wat gebeurt er als
specifieke hersendelen worden geprikkeld. De zij stroming is de reflexologie
(Sechenov)  als het gedrag komt voort uit reflexen. Nog erg speculatief. De
pseudowetenschap stelde dat bepaalde deuken op je hoofd
karaktereigenschappen konden bepalen  bleek later onjuist. Maar wel
belangrijke stap die later ontwikkeld werd in de cognitieve- en neurowetenschap
waarin gesteld wordt dat verschillende onderdelen van ons brein
verantwoordelijk zijn voor bepaalde acties.
2. De manier waarop een persoon zich gedraagt, denkt en voelt, verandert over
de tijd door de ervaringen van de persoon en zijn omgeving (kwam op einde 17 de/
begin 18de eeuw)
Empirisme: menselijk kennis en gedachten komen allemaal uit zintuigelijke
waarnemingen. Als we allemaal machines zijn, zijn we wel machines die leren.
Bekende filosofen (als Lock) stelde dat alle kennis komt uit ervaringen, alles komt
doordat je het een keer tot je hebt genomen. Mensen hebben geen basiskennis

,vanaf hun geboorte. Association by contiguity  dingen worden geleerd door
ervaringen/ gebeurtenissen die tegelijk of kort na elkaar gebeuren aan elkaar te
koppelen. Zo leert een kind wat een appel is door tegelijkertijd de vorm, kleur en
smaak te ervaren en er bv ook nog een ouder kort erna zegt dit is een appel
Nativisme: tegenovergestelde van empirisme, stellen dat kinderen worden
geboren met ‘ingebouwde’ basiskennis, fundamenten waar ervaringen verder op
kunnen ontwikkelen. Deze ‘a priori’ kennis zorgt ervoor dat je verder kunt leren.
3. De lichamelijke machine, die gedrag en mentale ervaringen produceert, is een
product van evolutie door natuurlijke selectie.
Darwin was de grondlegger, legde de basis met zijn evolutietheorie dat soorten
(later ook mensen) zich ontwikkelen door een survival of the fittest (natuurlijke
selectie). De aangeboren machinerie van de mens zorgt ervoor dat wij emoties
hebben die essentieel zijn voor die natuurlijke selectie (duidelijk connectie met
het nativisme, gaat ook uit van a priori kennis)

Verklaringsniveau en benaderingswijze
Het verklaren van mentale ervaringen en gedrag  oorzaken identificeren,
causale verbanden vinden. Dit kan op 2 onderzoek niveaus:
Biologische processen (kwantitatief)  neutraal, fysiologisch, genetisch,
evolutionair
Processen in omgeving, kennis en ontwikkeling (kwalitatief)  leren, cognitief,
sociaal, cultureel

Specialismen en samenhang met andere sociaalwetenschappelijke
disciplines
Psychologie wordt geplaatst in de natuurwetenschappen, sociale wetenschappen
en geesteswetenschappen. De interdisciplinariteit, psychologie is wel de enige
die focust op het individu.

Uitbreiding van de 3de grondslag:
1. Adaptie (twee mechanisme)
Leren: adaptie van het individu (H8)  snel
Evolutie: adaptie van de soort aan de omgeving (H3)  langzaam (variatie en
natuurlijke selectie
Evolutietheorie Darwin (3 basisideeën van de evolutionaire psychologie)
1. Gedragssystemen, reeks van handelingen die samenhangen en een doel
dienen en bij een soort hoort, bv kraaien van een haan. Worden mede bepaald
door genen, ontstaan in evolutie
2. Gedrag ontstaat door wisselwerking genen met omgeving (het gaat nooit om
alleen genen, omgeving speelt een rol door aanpassing voor betere
overlevingskans)
3. Zowel biologische structuren als gedrag adapteer (om die overlevingskans te
verbeteren)
 Ook de evolutionaire psychologie is een paradigma het heeft een eigen:
 Wereldbeeld: alles bestaat echt
 Ideeën: waarneembaar
 Theorieën
 Onderzoeksmethoden: tweelingenonderzoek

2. Genetische variatie
Klonen: genetisch identiek nageslacht. Natuur wil liever genetisch verschillend
nageslacht  anders dreiging op uitsterven stel het soort kan niet overleven
Technische kant van genen  wat zijn genen?
 Componenten van extreem lange moleculen van DNA

,  2 soorten genen: coderingsgenen en redeneringsgenen
Coderingsgenen beïnvloeden:
 Productie van eiwitmoleculen
 Deze productie beïnvloed de ontwikkeling van motorieke, zintuitgelijke
systemen en zenuwstelsel
 Genen hebben dus indirect invloed op gedrag

Wisselwerking tussen genen en omgeving  fenotype = genotype (alle erfelijke
informatie) + invloed van buitenaf
Elke stap in de afbeelding omvat interactie met de omgeving, aspecten van de
interne omgeving controleren gen activering, zowel de interne als de externe
omgeving heeft invloed op fysiologische systemen om gedrag te controleren. Zo
kan gedrag gen activering beïnvloeden door directe en indirecte effecten op de
interne omgeving




3. Natuurlijke selectie
Doel is adaptie, middelen zijn genen  komen samen bij natuurlijke selectie
Hoe vindt natuurlijke selectie plaats?
 Door hergroeperen van genen bij seksuele reproductie
 Door mutaties (als iets misgaat tijdens het doorgeven van het DNA 
drastische veranderingen door fouten bij de replicatie). Meestal leidt
mutatie ertoe dat er een ongunstig kenmerk ontstaat. Heel soms verbetert
het de overlevingskans.
Natuurlijke selectie is dat alleen de mensen/ dieren/ planten die wel bij de huidige
situatie passen overleven.

4 kernconcepten van Darwins evolutietheorie:
1. Er is overproductie van nakomelingen in elke generatie
2. Er is variatie in kenmerken of eigenschappen binnen leden van een generatie
3. Individuele verschillen worden van generatie op generatie geërfd
4. Individuen met verzamelingen van eigenschappen die goed passen bij de
lokale omgeving hebben een grotere kans om te overleven en meer
nakomelingen te krijgen dan individuen wiens eigenschappen niet goed passen
bij de lokale omgeving

Kanttekeningen evolutietheorie
 Evolutie weet niet waar we naartoe gaan (geen pad naar de toekomst), pas
achteraf wordt de verandering duidelijk
 Geen rangorde in ‘geëvolueerdheid’, bepaalde soorten kunnen niet ‘verder’
geëvolueerd zijn
 Het is geen morele kracht  naturalistic fallacy. Het is niet zo dat het
‘goede’ overleeft. Darwin zelf was dus geen naturalist
 Het is niet zo dat alles al is vastgelegd  deteministic fallacy. Niet denken
dat je er ‘toch niks’ aan kunt doen en dat alles is vastgelegd in genen

, Functionalisme (proberen gedrag te verklaren door de evolutietheorie)
Op twee manieren:
 ‘Ditsal’ verklaringen (evolutionair doel), al het gedrag wordt met doel
gedaan om te overleven (bv zoete dingen lekker vinden, suiker is nodig om
te overleven)
 ‘Proximate’ verklaringen (mechanisme, aanwezige condities), gedrag wordt
verklaard doordat je het mechanisme in je hebt (zoete dingen zijn lekker
omdat je het mechanisme smaakpapillen hebt)

4. Ethologie  species-typical behavior
“Onderdeel van de gedragsstudies waarin men zich expliciet bezighoudt met
gedragingen die karakteristiek zijn voor de soort”
Per soort beschrijven wat soort specifiek is, bv mensen lopen op twee benen,
honden niet. Ook wordt er gekeken welk gedrag ontwikkeld binnen een soort, en
welke omgevingseisen ervoor nodig zijn. Zo kan het evolutionaire pad worden
teruggevonden
 Biological preparedness  het idee dat een soort een bepaalde
anatomische structuur heeft waardoor, als een normaal exemplaar in een
normale omgeving opgroeit, het bepaald soort specifiek gedrag zal
vertonen
 Soort specifieke gedragingen bij de mens  het hebben van zes
basisemoties (boos, vreugde, verdriet, angst, afschuw, verassing). Over de
hele wereld worden emoties op dezelfde manier uitgedrukt (zelfs in
afgelegen stammen)

Hoe bestuderen Ethologen? = door diersoorten te vergelijken. Op 2 verschillen
manieren:
1. Homologie: gelijkenis diersoorten door gelijke voorouders, bv anatomie van
zoogdieren
2. Analogie: gelijkenis door gelijke functie (convergente evolutie), bv vleugels van
vleermuizen en vlinders (past bij distal verklaring, hebben hetzelfde evolutionaire
doel)

5. Sociobiologie =vergelijkende studie van sociale systemen van dieren
 Gericht op de functie van het gedrag
 Vooral kijken naar analogieën: verschillende soorten vergelijken die
hetzelfde gedrag vertonen
Voorbeelden:
 Partnersystemen, de manier hoe mannen en vrouwen samenleven binnen
een sociaalsysteem.  4 hoofdpartnersystemen: Monogamie (1 man, 1
vrouw), Polygynie (veel vrouwen, 1 man (vaak groot, opvallend)),
Polyandrie (veel mannen, 1 vrouw (vaak mooi/ fel gekleurd)),
Polygynandrie/ promiscuïteit (veel mannen en vrouwen (groepsdieren)). De
theorie is afkomstig van de heer Trivers (decennia geleden). Kan niet
toegepast worden op de mens, cultuur speelt een grote rol. Hierdoor past
de mens binnen alle 4 de systemen, afhankelijk van de cultuur
 Agressie: product van evolutie  geeft toegang tot hulpbronnen en
beschermt tegen rovers. In groepen wordt gevochten om dominantie te
tonen en de beste paar-partner te zijn. Bloedvergieten hierbij wordt wel
voorkomen door submissie-signalen (vlak voor verliezen terughouden,
zielig gedragen) of geheugen (onthouden hoe iemand zich vorige keer
heeft gedragen)

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
21 mei 2026
Aantal pagina's
50
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Marg van eenbergen, marloes huuis-ottens
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$13.28
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
isabelhuijberts

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
isabelhuijberts
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
2 weken geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen