2. Benoem 3 functies van verkering in de adolescentie.
3. Wat is het verschil tussen functioneel spel en constructief spel?
4. Initiatief-versus-schuld volgens Erikson -> leg uit wat dat inhoudt.
5. Wat zijn kenmerken van jongens en meisjes vriendschappen in de schooltijd? (3 voor jongens, 3
voor meisjes)
6. Wat houdt verslaving specifiek in voor de adolescent 12 – 18 jaar?
7. Wat zijn de signalen van verslaving?
Casus 1: Mark is een normale jongen van 10 jaar. Zijn ouders vinden van niet. Hij zit op voetbal en
speelt gitaar. Zijn ouders zeggen elke dag tegen hem dat hij een winnaar moet zijn. Zijn vader heeft
voetbalschoenen gekocht want een profvoetballer verdiend het om goede voetbal schoenen te
hebben. Mark is geen uitblinker en hij weet dit ook. Zijn gitaarleraar vindt dat hij niet zo goed gitaar
speelt maar Mark gaat er toch mee verder omdat hij het leuk vindt. Mark vindt het lastig op school
om opstellen te schrijven. Tot aan groep 6 ging alles hem altijd goed af en nog steeds behalve het
schrijven van een opstel.
a. wat is de opvoedstijl die wordt gehanteerd en licht toe.
b. wat kan de docent doen om de negatieve cirkel te doorbreken.
Casus 2.: Een gezin met 2 ouders die beide 4 dagen per week werken en de huishoudelijke taken
evenredig hebben verdeeld. Zij hebben samen 2 kinderen. 1 jongen van 3,5 en een meisje van 5.
Beide krijgen dezelfde opvoeding, speelgoed en kleding. De jongen speelt graag wilde spelletjes en
het meisje vindt rollenspellen leuk om te spelen en ontwikkelt een voorkeur voor roze kleding.
a. licht toe vanuit de sociale leertheorie wat bovenstaande betekend voor de ontwikkeling en wat de
consequentie is.
b. licht toe vanuit de cognitieve leertheorie wat bovenstaande betekend voor de ontwikkeling en wat
de consequentie is.