3.1 – DUITSLAND (CENTRUMLAND)
Duitsland ontwikkelde zich na de Tweede Wereldoorlog tot een economische grootmacht met het vierde
grootste bbp ter wereld. Het is de grootste bijdrager aan het bbp van de EU en heeft een sociale
markteconomie, waarbij de overheid zorgt voor concurrentie en sociale rechtvaardigheid.
Structuur van Duitsland:
• Duitsland is een federale staat, bestaande uit 16 deelstaten en een Bondsregering.
• Elke deelstaat heeft zijn eigen regering en beleid (bijv. onderwijs, gezondheidszorg), maar moet zich aan de
wetten van de Bondsregering houden.
• De Bondsregering is verantwoordelijk voor buitenlandbeleid, defensie en spoorwegen, terwijl de deelstaten
en Bondsregering samen verantwoordelijk zijn voor zaken als strafrecht, migratie en milieu.
Investeringen na de val van de Muur (1989):
• Duitsland investeerde honderden miljarden in Oost-Duitsland om de infrastructuur te verbeteren.
• Meer dan 10.000 km aan snelwegen en spoorwegen werden aangelegd, en het water- en
telecommunicatienetwerk werd vernieuwd.
Duitsland heeft al sinds vroeger een sterke industriële sector:
• In de 19e eeuw werd het Ruhrgebied het economische zwaartepunt dankzij steenkool, mijnbouw,
hoogovens en staalfabrieken.
• Saarland was samen met het Ruhrgebied een van de welvarendste regio’s.
• Havensteden zoals Hamburg en Bremen hadden veel zware industrie.
• In Zuid-Duitsland (Baden-Württemberg en Bayern) ontwikkelden de auto-industrie en chemische industrie
zich met bedrijven als Bayer (Keulen), BASF (Ludwigshafen) en BMW (München).
Industrie in Duitsland na 1970:
• Goedkope steenkool en wereldwijde concurrentie zorgden voor mijnsluitingen, werkloosheid, vervuiling en
verval in oude industrie- en havengebieden.
• Auto-industrie en de chemische industrie ondervonden minder problemen -> zwaartepunt verschuift van
noorden naar het zuiden.
• Industrie nog steeds belangrijk: Aandeel van de beroepsbevolking in de industrie (secundaire sector) boven
het EU-gemiddelde (25%). En Duitsland is een van de grootste exporteurs van industrieproducten ter wereld.
In deelstaten zoals Bayern, Baden-Württemberg en Hessen ligt het inkomen per hoofd (€25.500 in 2022) hoger
dan in deelstaten met oude industrie.
München is een belangrijk centrum voor innovatie, hightech, IT, auto-industrie en creatieve sectoren. Grote
bedrijven (zoals Allianz, BMW, Siemens en FlixMobility) zorgen voor economische groei.
Door deze kennis en aanwezigheid van bedrijven is de stad aantrekkelijk voor andere bedrijven, deze vestigen
net buiten de stad, want daar is de grond en huur goedkoper. Dit zorgt voor werkgelegenheid in gebieden rond
de stad= spreadeffect.
Met de deelstaat Nordrhein-Westfalen gaat het minder goed. In Oude industriesteden in het Ruhrgebied zijn
vertrekoverschotten door gebrek aan werkgelegenheid na de crisis in de jaren 1970.
Hoogopgeleiden uit het Nordrhein-Westfalen trekken naar succesregio’s zoals München, Frankfurt en Hamburg
Dit soort economische en sociale nadelen= backwasheffect.
Overheid probeert de backwasheffecten te beperken door:
• Aanleg van groene landschapsparken op oude mijnbergen met sportterreinen, fietspaden en vijvers.
• Hergebruik van industriële gebouwen voor musea, theaters, pretparken en dienstverlening.
, Verouderde bevolking:
In Duitsland steeg het Inwonersaantal van 69,3 miljoen (1950) naar 84,3 miljoen (2022), maar niet door
natuurlijke bevolkingsgroei. Het aantal kinderen per vrouw neemt namelijk af, o.a. door anticonceptiepil.
In Duitsland treedt er vergrijzing op en de levensverwachting is toegenomen. Maar zijn er over een aantal jaar
nog voldoende arbeidskrachten?
Daarom pensioenleeftijd verhoogd van 65 -> 67 jaar en studenten onderzoeken mogelijkheden voor
zorgrobots, zoals ‘Pepper’, om zorgtekorten door vergrijzing op te vangen.
Bevolkingsdichtheid: Gemiddeld 233 inwoners per km², met duidelijke verschillen tussen stedelijke en
landelijke gebieden.
Verstedelijking: 77,5% van de bevolking woont in steden. Grote concentraties in:
• Ruhrgebied: Duisburg, Essen, Dortmund, Oberhausen vormen één agglomeratie (= gebied waarin steden aan
elkaar gegroeid zijn).
• Rond Frankfurt, München, Stuttgart en in het oosten (Berlijn-Potsdam, Dresden, Leipzig).
Redenen om in stad te wonen: werkgelegenheid, vergrijzing, hoge energieprijzen en files.
Middelgrote steden: Ongeveer de helft van de Duitse steden heeft <200.000 inwoners, populair bij jonge
gezinnen.
Bedrijven in DDR waren van de staat en er was een planeconomie.
• Na val van de muur konden deze bedrijven de concurrentie niet aan met West-Duitse bedrijven en werden
geprivatiseerd= overgenomen door individuen, was dus niet meer van de staat. Hierdoor raakten veel banen
verloren.
• Ook was de manier van leven en de opleidingen in West-Duitsland aantrekkelijker. Veel Oost-Duitsers, vooral
jongeren en hoogopgeleiden, trokken in 1989 naar het westen. In het oosten bleven ouderen, daklozen en
kansarmen over. Kwam braindrain= backwasheffect waardoor economie in het oosten nog slechter werd.
De ruimtelijke ongelijkheid werd tussen Oost- en West-Duitsland groter.
• Oostelijke deelstaten proberen jongeren vanaf 2000 terug te halen met betere universiteiten en
voorzieningen, maar ouderen en kansarmen voelen zich vaak achtergesteld.
• Sinds 2017 komen meer mensen (30+) naar het oosten dan vertrekken, vooral naar Sachsen, Brandenburg en
Mecklenburg-Vorpommern. Toch vertrekken jongeren nog steeds vaker doordat gemeenten rondom grote
steden (zoals München en Berlijn) betaalbare woningen en banen voor hoogopgeleiden aanbieden.
Na 1955 groeide de West-Duitse economie snel, vooral door de industrie. Er ontstond een arbeidstekort,
waardoor gastarbeiders uit Turkije werden aangetrokken.
• Ze werkten vooral in het Ruhrgebied en andere industriële regio’s, zoals Berlijn. Veel mannen kwamen eerst,
gevolgd door hun gezinnen via gezinshereniging.
• De regio Noordrijn-Westfalen (in Ruhrgebied) heeft nu nog steeds de meeste Turken (ongeveer 1,1 miljoen).
• Tot 1989 kwamen er ook migranten uit Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie.
Na die Wende (= val van de muur en hervorming in DDR) zijn er tussen 1991 en 2020 ongeveer 32,6 miljoen
migranten naar Duitsland gekomen, terwijl er 23,7 miljoen mensen naar het buitenland migreerden. Het
migratiesaldo was dus 8,9 miljoen.
• Een deel van deze migratie werd veroorzaakt door het remigreren van Duitsers (= Duitsers die in het
verleden naar andere landen waren geëmigreerd, terugkeren naar Duitsland) na de val van de muur en het
uiteenvallen van de Sovjet-Unie, en de komst van vluchtelingen uit gebieden zoals Joegoslavië en Syrië.
• In 2021 had 27,2% van de Duitse bevolking een migratieachtergrond, waarvan 53% de Duitse nationaliteit
had en 47% een andere nationaliteit. Migranten vestigen zich vooral in de grote steden waar
werkgelegenheid is, wat ook een economische bijdrage levert aan hun land van herkomst.