,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1............................................................................................................................ 3
Hoofdstuk 2............................................................................................................................ 6
Hoofdstuk 3............................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 4.......................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 5.......................................................................................................................... 18
Hoofdstuk 6.......................................................................................................................... 22
Hoofdstuk 8.......................................................................................................................... 25
Hoofdstuk 9.......................................................................................................................... 33
Hoofdstuk 10........................................................................................................................ 36
2
,Hoofdstuk 1
1.1 Wat is een organisatie?
Belangrijke kenmerken van een organisatie:
1. De menselijke factor
2. Een samenwerkingsvorm
3. Doelgerichtheid
4. Continuïteit
De menselijke samenwerkingen binnen in een organisatie:
Zonder de mens kan een organisatie niet bestaan.
Synergie-effect: Als meerdere onderdelen bij elkaar gevoegd worden, zal het eindresultaat
meer of beter zijn dan de delen op zichzelf.
Doelgerichtheid: Een organisatie is altijd opgericht met een bepaald doel.
Continuïteit: Onder normale condities streeft een onderneming ernaar de organisatie te
continueren. Een onderneming blijft investeren om in de toekomst te blijven bestaan.
Going-concern-gedachte: Men gaat bij het nemen van managementbeslissingen uit van de
continuïteit van de organisatie.
Interne hoofddoelstelling: het voortbestaan van de organisatie
Externe hoofddoelstelling: het voorzien in maatschappelijke behoeften
Gemeenschappelijke kenmerken van een organisatie:
Machtsverdeling in lagen
Geschoold personeel
Formele communicatie, regelgeving en methoden
Werkverdeling naar functie
Omschreven doelstellingen
Functionele organisatiebegrip: bijv. De organisatie van een campagne.
Institutionele organisatiebegrip: bijv. Organisatie Phillips ligt in Eindhoven.
Instrumentele organisatiebegrip: bijv. De organisatie van Philips is verdeeld in verschillende
managementlagen.
1.2 Organisatie, bedrijf en onderneming
Organisatie: Menselijke samenwerking die doelgericht en blijvend is.
Bedrijf: Een organisatie die goederen en/of diensten voortbrengt met doel deze op de
afzetmarkt te verkopen.
Onderneming: Een bedrijf dat altijd gericht is op het maken van winst. Een onderneming is
dus hetzelfde als een bedrijf met winstoogmerk.
Er zijn bedrijven met of zonder winstoogmerk. Bedrijven zonder winstoogmerk (non-profit)
streven naar levering van goederen en/of diensten voor algemeen nut tegen de laatst
mogelijke offers. Bedrijven met winstoogmerk streven naar winst. Dat betekent dat zij op
3
, eigen kracht trachten een opbrengst voor hun producten en/of diensten te realiseren die
hoger is dan de kosten van het produceren ervan.
1.3 Rechtsvormen
Ondernemingsvormen: Verschillende juridische structuren binnen een onderneming.
Rechtsvorm: De gekozen ondernemingsvorm
Rechtspersoon: Een natuurlijk persoon is drager van de rechten en plichten zoals deze
verwoord zijn in de wet.
Rechtsvormen bij natuurlijke personen:
1. De eenmanszaak
2. De maatschap
3. De vennootschap onder firma (VOF)
4. De commanditaire vennootschap (CV)
Eenmanszaak
De eigenaar is met zijn gehele private vermogen aansprakelijk voor de schulden van de
eenmanszaak. De eenmanszaak hoeft geen jaarstukken openbaar te maken, maar heeft wel
een administratieplicht voor de belastingen. Voordelen zijn de volledige zelfstandigheid van
de eigenaar, de grote invloed van de eigenaar op het bedrijfsresultaat en de flexibiliteit.
Nadeel is dat het privé vermogen van de eigenaar aansprakelijk is en dat het bedrijf afhangt
van de capaciteiten van de eigenaar.
Maatschap
De maatschap is en samenwerkingsovereenkomst tussen zelfstandige, natuurlijke personen
of rechtspersonen die zich verbinden om iets in een gemeenschap te brengen met het doel
het daaruit ontstane voordeel met elkaar te delen. De inbreng van de deelnemers kan
bestaan uit geld maar ook uit arbeid. De maten zijn ieder voor een gelijk deel aansprakelijk
voor de schulden van de maatschap. Een voorbeeld zijn tandartsen.
Vennootschap onder firma
Vof is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen onder één
gemeenschappelijke naam. De inbreng van vennoten kan bestaan uit geld maar ook uit
arbeid, goederen of vergunningen. De vennoten zijn ieder hoofdelijk (met privévermogen)
aansprakelijk voor de totale schulden van de onderneming. De vof heeft geen
publicatieplicht. Voordelen zijn het verspreiden van het ondernemersrisico over meerdere
personen en het voortbestaan van de onderneming is niet afhankelijk van een persoon.
Nadelen zijn de kansen op onenigheid, onduidelijkheid over de taakverdeling en het feit dat
iedereen aansprakelijk is.
Commanditaire vennootschap
De commanditaire vennootschap is vergelijkbaar met een vof, met dit verschil dat er binnen
de cv onderscheid gemaakt wordt tussen beherende vennoten en stille vennoten. De
beherende vennoot is de ‘werkende’ vennoot, terwijl de stille vennoot uitsluitend de
geldschieter en deler in de winst is. De stille vennoot kan alleen aansprakelijk gesteld
worden voor zijn eigen investeringsbedrag. De stille vennoot heeft in principe geen invloed
op het bedrijfsbeleid. De voor- en nadelen zijn vergelijkbaar met een vof.
Rechtsvormen bij rechtspersonen:
4