1. Wat is de kernhulpvraag van Erik?
Erik komt niet expliciet met een hulpvraag; hij wordt door zijn vader gestimuleerd om
hulp te zoeken. De impliciete hulpvraag is:
“Hoe kan ik stoppen of controle krijgen over mijn gokgedrag zodat mijn schulden,
stress en studievertraging afnemen?”
Daarnaast is er een secundaire hulpvraag:
“Hoe kan ik omgaan met stress zonder te gokken?”
2. Welke onderliggende factoren dragen bij aan zijn gokgedrag?
Cognitieve factoren: illusie van controle (“ik kan het terugwinnen”)
Emotionele factoren: stress, spanning, mogelijk vermijding van emoties
Gedragsfactoren: positieve bekrachtiging door eerdere winst
Sociale factoren: weinig praten over gevoelens, beperkte steun
Systeemfactoren: financiële druk en de houding van zijn vader
Biopsychosociaal perspectief (Morrison & Bennett): impulsregulatie,
coping, stressbelasting
3. Wat maakt de situatie op langere termijn risicovol?
Escalatie van schulden
Kans op studie-uitval
Toenemende afhankelijkheid
Verslechterde mentale gezondheid
Vervreemding van familie
Risico op geheimhouding en schaamte → isolatie
4. Welke vormen van verandertaal verwacht je?
Wens: “Ik wil wel stoppen, maar…”
Vermogen: “Ik denk dat ik het zou kunnen als ik steun heb.”
Redenen: “Het kost me mijn studie en rust.”
Noodzaak: “Het moet anders, zo kan het niet langer.”
Commitment: “Misschien moet ik echt stoppen.”
, 5. Mogelijke weerstand?
Bagatelliseren: “Zo erg is het niet.”
Rationaliseren: “Iedereen gokt tegenwoordig.”
Ontkennen: “Ik heb geen probleem.”
Omkeren van verantwoordelijkheid: “Als ik meer geld had, was het niet zo
erg.”
Weerstand is een reactie op de interactie → niet de fout van de cliënt.
6. Mogelijke valkuilen voor jou als coach?
Te snel advies geven
Moraliseren
Focussen op schuld in plaats van gedrag
Ongevraagd confronteren
Te sturend willen zijn
7. Hoe reageer je als Erik zegt: “Ik kan zelf stoppen wanneer ik wil”?
Met een reflectie, bijvoorbeeld:
“Je hebt het gevoel dat je nog controle hebt, terwijl je tegelijkertijd merkt dat het je
leven beïnvloedt.”
Hiermee erken je zijn perspectief én nodig je uit tot verdieping zonder te duwen.
8. Hoe helpt het verkennen van ambivalentie?
Het maakt de tweestrijd zichtbaar en bespreekbaar
Het vermindert weerstand
Het versterkt verandertaal
Het vergroot autonomie
Het helpt de cliënt zelf beslissingen te nemen
9. Waarom is zelfregulatie belangrijk in deze casus?
Gokgedrag wordt mede in stand gehouden door:
impulsgedrag
vermijdingsgedrag
behoefte aan spanning
Zelfregulatie helpt Erik om: