,Voorwoord
Mijn naam is XXX. Ik ben X jaar en woonachtig in het dorpje XXX . Ik ben op dit moment voor het zesde jaar
werkzaam als leerkracht op een basisschool. Om de privacy van dit onderzoek te waarborgen kies ik ervoor om de
naam en locatie van mijn werkplek niet in dit verslag op te nemen. Ik sta op dit moment vier dagen voor de groep, wat
ik combineer met de HBO Bachelor Toegepaste Psychologie met een specialisatie in kinderpsychologie en
pedagogiek. Door het volgen van deze opleiding hoop ik mijn kennis te verbreden en mijn werkzaamheden met meer
zekerheid uit te voeren. Op dit moment sta ik met veel plezier voor de klas, maar in de toekomst hoop ik werkzaam te
zijn op een plek waar nog meer oog is voor de individuele behoeften van kinderen.
Voor u ligt de moduleopdracht van de module Praktijkgericht Psychologisch Onderzoek. Deze module heb ik gevolgd
tijdens het derde leerjaar van mijn opleiding tot Toegepast Psycholoog. Deze moduleopdracht betreft een onderzoek
naar de leesmotivatie van de leerlingen in groep 3 van basisschool X. Een opdracht die voor mij op werkgebied heel
waardevol is geweest en veel nieuwe inzichten heeft gegeven. Ik zou graag mijn docent Winifred van Oudenniel willen
bedanken voor de leerzame lessen en het voorzien van feedback op mijn verslag. Daarnaast zou ik graag mijn
collega willen bedanken voor het interview en de openheid om dit onderzoek uit te voeren in groep 3.
Veel leesplezier!
2
, Samenvatting
Dit onderzoek richt zich op de leesmotivatie van leerlingen uit groep 3 van basisschool X. Naar aanleiding van een
interview met de leerkracht bleek dat er bij de leerlingen uit deze groep sprake is van een afnemende of lage
leesmotivatie, wat gevolgen kan hebben voor hun leesontwikkeling en succeservaring in het lezen. Na een uitgebreid
literatuuronderzoek wordt de leesmotivatie in dit onderzoek gezien als een multidimensionaal model, bestaande uit de
intrinsieke motivatie, extrinsieke motivatie en prestatiemotivatie. Factoren die invloed kunnen hebben op de
leesmotivatie zijn succeservaringen, autonomie, de belevingswereld, de rol van zowel ouders als leerkracht en de
contextuele omstandigheden.
Het praktijkonderzoek werd uitgevoerd onder 25 leerlingen uit groep 3 door middel van de Reading Motivation
Questionnaire – Elementary (RMQ-E), aangevuld met drie open vragen. Er is gebruik gemaakt van een Mixed-method
onderzoek, waarin zowel kwalitatieve informatie, als kwantitatieve informatie is verzameld. De kwantitatieve resultaten
laten zien dat de gemiddelde leesmotivatie matig positief is (M = 3.03). Wanneer wordt gekeken naar de drie
individuele dimensies, scoort prestatiemotivatie het hoogst (M = 2.42), gevolgd door extrinsieke motivatie (M = 2.99).
De intrinsieke motivatie scoort het laagst (M = 2.88). Dit wijst er op dat leerlingen vaker lezen om zichzelf te bewijzen
of om een beloning te verkrijgen in plaats van vanuit interesse of leesplezier.
De kwalitatieve resultaten laten zien dat leerlingen lezen vooral leuk vinden wanneer het leerzaam is, wanneer
verhalen aansluiten bij hun interesses en wanneer de leerlingen succeservaringen opdoen. Een grote invloed op de
leesmotivatie van leerlingen is wanneer het moeilijk is en wanneer de teksten niet aansluiten bij hun interesses. Deze
resultaten bevestigen het eerdere literatuuronderzoek, waarbij succeservaringen een belangrijke factor zijn voor de
intrinsieke leesmotivatie. Daarnaast lijkt het aansluiten op interesses ook een positieve factor te zijn voor de
intrinsieke motivatie: leerlingen zijn eerder geneigd te lezen wanneer de inhoud hen persoonlijk aanspreekt of
nieuwsgierig maakt. Extrinsieke en prestatiemotivatie zijn kwetsbaar op de lange termijn.
Op basis van deze resultaten wordt een programma aanbevolen om de leesbevordering te stimuleren. Dit
implementatieplan is voornamelijk gefocust op het stimuleren van de intrinsieke motivatie, rijke leesmomenten en
keuzevrijheid. Onder andere wordt het leeshongermodel geadviseerd en is er aandacht voor thematische en
interessegerichte hoeken. Het effect van de interventie kan worden geëvalueerd door een herhaalde meting van de
RMQ-E. Het doel van deze leesinterventie is het stimuleren van intrinsieke leesmotivatie, met als gevolg een betere
leesontwikkeling en leesvaardigheid op de lange termijn.
3