Achtergrond:
Osgood- schlatter (OS) komt vaak voor bij jongens tussen de 10 en 15 jaar die fysiek actief
zijn. Het is een groei gerelateerde overbelasting aandoening die pijnklachten van de
tuberositas tibiae geeft. Bij voetballers kan deze aandoening langdurige functionele
beperkingen veroorzaken. Hoewel de aandoening vaak vanzelf overgaat waarna de
groeischrijven volgroeid zijn houdt een percentage ook chronische klachten over. De
effectiviteit van fysiotherapeutische oefeninterventies gericht op sport specifieke verbetering
bij OS is nog beperkt onderzocht in de literatuur.
Methode:
In dit case report wordt een 13-jarige mannelijke topsport voetballer gedurende een periode
van 6 weken oefentherapie gericht op kracht- en stabiliteit van de onderste extremiteiten. De
belangrijkste uitkomstmaat was de Numeric Rating Scale (NRS) tijdens de schietbeweging.
Ook is er gekeken naar spierlengte (Thomas-test, Ely-test), kracht (Hamstring Bridge Test)
rompstabiliteit (Double Leg Lowering Test). De ervaringen subjectieve beperkingen werden
gemeten door de VISA-P en PSK.
Behandeling:
De interventie bestond uit krachttraining gericht op quadriceps, hamstring- en
heupspierkracht in combinatie van rompstabiliteit oefeningen. Vier keer in de week is er
ongeveer 60 minuten oefentherapie geweest gedurende 6 weken. De opbouw is volgens de
principes van progressieve overload aangepast aan de hand van belastbaarheid en
pijnrespons.
Resultaten:
Na 6 weken oefentherapie daalde de NRS van 10 naar 2 tijdens het uitvoeren van de
schietbeweging. De VISA-P ging van 33 naar 72 en de PSK voor schieten ging van 10 naar
4. Daarnaast nam de functionele kracht van de posterieure keten en verbeterde de
rompstabiliteit (heuphoek van 50 naar 60 graden). De patiënt is aangesloten bij de groep en
is beschikbaar voor wedstrijden.
Conclusie:
Dit case report laat zien dat gerichte oefentherapie met focus op kracht, stabiliteit effectief
kan zijn bij verminderen van taak-specifieke pijn bij jonge topsporters met OS. Een actieve
benaderingen sturing op zelfmanagement lijken een positief effect te hebben op het herstel
en de terugkeer naar sport. Deze casus suggereert dat gepersonaliseerde oefentherapie een
waardevolle bijdragen kan leveren aan het herstel bij OS in de topsport.
Sleutelworden: Osgood-Schatter, jeugdige topsporter, kniepijn, schietbeweging,
oefentherapie, krachttraining, rompstabiliteit, functionele revalidatie, taak-specifieke pijn,
zalfmanagement
,Abstract
Background:
Osgood-Schlatter disease (OS) commonly affects physically active boys between the ages of
10 and 15. It is a growth-related overuse injury that causes pain in the tibial tuberosity. In
football players this condition can lead to long-lasting functional limitations. Although
symptoms often resolve once the growth plates close a percentage of athletes experience
persistent or chronic complaints. The effectiveness of physiotherapeutic exercise
interventions specifically aimed at improving sports performance in cases of OS remains
under-researched in the literature.
Method:
This case report describes the course of a 13-year-old male elite football player undergoing
six weeks of exercise therapy focused on strength and stability of the lower extremities. The
primary outcome measure was the Numeric Rating Scale (NRS) for pain during the kicking
motion. Secondary outcomes included muscle length (Thomas test, Ely test), strength
(Hamstring Bridge Test), and core stability (Double Leg Lowering Test). Subjective limitations
were assessed using the VISA-P questionnaire and the Patient-Specific Complaints (PSC)
scale.
Treatment:
The intervention consisted of strength training targeting the quadriceps, hamstrings, and hip
muscles, combined with core stability exercises. The athlete engaged in approximately 60
minutes of exercise therapy, four times a week for six weeks. Progression was based on the
principles of progressive overload, tailored to the individual’s load capacity and pain
response.
Results:
After six weeks, the NRS pain score during the kicking motion decreased from 10 to 2. The
VISA-P score improved from 33 to 72, and the PSC score for "kicking" improved from 10 to
4. Additionally, functional posterior chain strength increased and core stability improved (hip
angle increased from 50° to 60°). The athlete returned to full team training and became
available for competitive matches.
Conclusion:
This case report demonstrates that targeted exercise therapy focused on lower limb strength
and core stability can effectively reduce task-specific pain in young elite athletes with OS. An
active treatment approach, combined with a focus on self-management, appears to
contribute positively to recovery and return to sport. This case suggests that personalized
exercise therapy may offer meaningful benefits in managing OS within elite sports settings.
Keywords: Osgood-Schlatter, youth elite athlete, knee pain, kicking, exercise therapy,
strength training, core stability, functional rehabilitation, task-specific pain, self-management
, Inleiding
Osgood-Schlatter (OS) is een apofysitis van de tuberositas tibiae, die vaak voorkomt bij
fysiek actieve jongens tussen de 10 en 15 jaar (Guldhammer et al., 2019). De aandoening
wordt gekenmerkt door pijn, zwelling en gevoeligheid bij palpatie van de tuberositas tibiae.
Vaak nemen de klachten van OS toe bij belasting van de knie-extensoren (Hirschmüller et
al., 2010). De prevalentie van OS bij 13-jarigen bedraagt 12,9% waarbij 21% van deze
jongeren op relatief hoog niveau sport (Kujala et al., 1985).
Hoewel OS doorgaans als zelflimiterend wordt beschouwd, is het beloop ervan erg variabel.
Bij ongeveer 75–80% van de adolescenten herstelt de aandoening spontaan binnen 12 tot
24 maanden. Dit is de periode waar bij veel van de jongeren hun groeischijven sluiten (Circi
et al., 2017). Tegelijkertijd laat literatuur zien dat een substantiële groep langdurig
restklachten houdt. Enkele studies rapporteren dat 10–20% van de adolescenten
aanhoudende pijn houdt en een lange termijnstudie bij voormalige atleten tot 60% die lichte
klachten ervaren bij specifieke bewegingen zoals knielen of hurken. Deze langdurende
pijnklachten zijn mogelijk gerelateerd aan een doorgemaakte OS (Zwerver et al., 2022).
Verschillende factoren in de literatuur worden geassocieerd met een gunstiger of ongunstiger
beloop, bijvoorbeeld leeftijd bij aanvang, therapietrouw en belastingregulatie (Circi et al.,
2017). Factoren die in verband zijn gebracht als negatieve voorspellers zijn bilaterale
klachten, hoge trainingsbelasting en radiologische afwijkingen zoals ossificatiefragmenten
(Guldhammer et al., 2019). Topsporters worden in de literatuur als risicogroep beschreven,
wat mogelijk komt door de frequente piekbelastingen op de knie (Zwerver et al., 2022).
De behandeling van OS is overwegend conservatief en richt zich op pijnreductie,
spierversterking en het verbeteren van de functionele belastbaarheid. Guldhammer et al.,
(2023) concludeerden in een systematische review dat er weinig consistente bewijs is voor
de effectiviteit van conservatieve behandelstrategieën zoals oefentherapie, loadmanagement
en educatie. De geïncludeerde studies hanteerden uiteenlopende uitkomstmaten zoals
pijnscores, functionele beperkingen en terugkeer naar sportbeoefening. De kwaliteit van
bewijs werd als laag beoordeeld. Bovendien richten de meeste studies zich op algemene
pijnscores en functionele beperkingen terwijl sport-specifieke prestatieparameters nauwelijks
onderzocht worden (Kaya et al., 2022). Kennis rondom de conservatieve behandeling
specifiek binnen de topsportomgeving is nog beperkter. Er zijn enkele positieve resultaten
voor een conservatief traject bij jonge profvoetballers. Hierbij werd echter geen gebruik
gemaakt van gestandaardiseerde meetinstrumenten of een controlegroep (Elattar et al.,
(2021). Dit geld echter ook voor andere groei-gerelateerde aandoeningen zoals de ziekte
van Stenvers of Sinding Larsen-Johansson.
Ondanks de beperkte evidentie voor effectiviteit van oefentherapie bij OS zijn er enkele
redenen om een te nemen dat gerichte oefentherapie kan bij dragen aan een beter herstel.
Bij patellofemoraal pijnsyndroom is er aangetoond dat gerichte krachttraining van de heup-
en knie-extensoren kan bij dragen tot afname van pijn en verbetering van sportfuncties
(Crossley et al., 2016). Hoewel de pathofysiologie verschilt met OS wordt er ook bij OS
gesuggereerd dat een verstoring in de krachtverdeling en trekkrachten op het kniegewricht
een rol kan spelen in het klachtenpatroon (Guldhammer et al., 2019). Biomechanische
studies laten zien dat onvoldoende proximale controle mogelijk leidt tot verhoogde belasting
op de knie tijdens schietbewegingen (Waiteman et al., 2022)
Bij jonge voetballers die regelmatig piekbelastingen ervaren zou het verbeteren van deze
ketencontrole en spiercapaciteit daarom kunnen bijdragen aan het verlagen van pijn en het
verbeteren van sport specifieke bewegingen zoals schieten (Riel et al., 2019). Tegelijkertijd