Oefententamen Jeugdrecht I
Dit betreft een oefententamen op basis waarvan je, in aanvulling op de vragen die tijdens de
werkgroepen zijn besproken, een indruk krijgt van het type vragen dat je op het tentamen kunt
verwachten. Je kunt je desgewenst op het tentamen voorbereiden door de vragen te maken.
Na de vragen vind je een modelbeantwoording, zodat duidelijk wordt wat we van jou
verwachten m.b.t. de beantwoording.
M.b.t. het digitale tentamen Jeugdrecht geldt het volgende:
· Het tentamen bestaat uit 5 of 6 vragen;
· Tijdens het tentamen kun je terugkeren naar een vraag om je antwoord te wijzigen;
· Het betreft een tentamen met open vragen;
· Ieder antwoord moet je motiveren en daarbij verwijs je, uitsluitend indien daarnaar wordt
gevraagd, naar de relevante wettelijke bepalingen. Je hoeft niet te verwijzen naar literatuur of
specifieke rechterlijke uitspraken (in voorkomende gevallen aangeven dat bepaalde informatie
uit de jurisprudentie volgt, volstaat);
· Bij de essayvragen wordt naast de inhoud ook gelet op de schrijfstijl/het taalgebruik, de
opbouw van de tekst en, voor zover van toepassing, op de onderbouwing van de argumentatie
(academisch niveau);
· De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan:
o Wettenbundel
o Digitaal kladpapier
o Schriftelijk kladpapier.
1
, Vragen oefententamen (totaal 50 punten):
Vraag 1 (8 punten):
Frenk en Anneli hebben een informele relatie. Anneli baart een kind, Mees. Mees wordt
door Frenk erkend. Frenk en Anneli oefenen gezamenlijk het gezag over hem uit. Als
Mees tien jaar is, ontdekt Frenk dat Anneli hem heeft bedrogen. Frenk blijkt, anders dan hij
altijd dacht, niet de biologische vader van Mees te zijn. Als Mees twaalf jaar is, start Frenk een
gerechtelijke procedure die ervoor zou moeten zorgen dat hij niet langer de juridische vader
van Mees is. Mees en Anneli willen juist dat Frenk de juridische vader blijft.
a) Leg uit of Frenk er in bovengenoemde situatie voor kan zorgen dat
hij zijn juridische vaderschap kwijtraakt. Verwijs naar de relevante wettelijke bepaling(en).
b) Wie vertegenwoordigt c.q. vertegenwoordigen de belangen van Mees in deze procedure en
waarom is dat zo? Verwijs naar de relevante wettelijke bepaling(en).
Vraag 2 (essayvraag) (12 punten):
Stelling: De wettelijke grondslag voor het opleggen van een ondertoezichtstelling (art. 1:255
lid 1 BW) dient te worden gewijzigd; de teksten met betrekking tot de aanvaardbare
termijn en ‘het niet of onvoldoende accepteren van hulp’ dienen te worden geschrapt.
Geef twee argumenten vóór en twee argumenten tegen bovenstaande stelling. Leg
vervolgens gemotiveerd uit of jij het, alles afwegende, eens of oneens bent met deze stelling.
NB dit is een essayvraag (bij dit onderdeel wordt gelet op schrijfstijl/taalgebruik, opbouw van
de tekst en de onderbouwing van de argumentatie (academisch niveau)).
Vraag 3 (10 punten):
Hoewel hiervoor in de rechtspraak criteria zijn ontwikkeld, vinden rechters het vaak lastig om
te moeten oordelen in zaken waarin een ouder met gezag om vervangende toestemming voor
een verhuizing met een kind vraagt, omdat de andere ouder met gezag weigert hiervoor
toestemming te geven.
a) Noem de wettelijke bepaling en noem twee criteria die in de rechtspraak zijn ontwikkeld op
basis waarvan de rechter in deze zaken oordeelt.
b) Leg op maximaal ½ A4 uit waarom rechters het volgens jou lastig vinden om in deze zaken
te beslissen.
2
Dit betreft een oefententamen op basis waarvan je, in aanvulling op de vragen die tijdens de
werkgroepen zijn besproken, een indruk krijgt van het type vragen dat je op het tentamen kunt
verwachten. Je kunt je desgewenst op het tentamen voorbereiden door de vragen te maken.
Na de vragen vind je een modelbeantwoording, zodat duidelijk wordt wat we van jou
verwachten m.b.t. de beantwoording.
M.b.t. het digitale tentamen Jeugdrecht geldt het volgende:
· Het tentamen bestaat uit 5 of 6 vragen;
· Tijdens het tentamen kun je terugkeren naar een vraag om je antwoord te wijzigen;
· Het betreft een tentamen met open vragen;
· Ieder antwoord moet je motiveren en daarbij verwijs je, uitsluitend indien daarnaar wordt
gevraagd, naar de relevante wettelijke bepalingen. Je hoeft niet te verwijzen naar literatuur of
specifieke rechterlijke uitspraken (in voorkomende gevallen aangeven dat bepaalde informatie
uit de jurisprudentie volgt, volstaat);
· Bij de essayvragen wordt naast de inhoud ook gelet op de schrijfstijl/het taalgebruik, de
opbouw van de tekst en, voor zover van toepassing, op de onderbouwing van de argumentatie
(academisch niveau);
· De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan:
o Wettenbundel
o Digitaal kladpapier
o Schriftelijk kladpapier.
1
, Vragen oefententamen (totaal 50 punten):
Vraag 1 (8 punten):
Frenk en Anneli hebben een informele relatie. Anneli baart een kind, Mees. Mees wordt
door Frenk erkend. Frenk en Anneli oefenen gezamenlijk het gezag over hem uit. Als
Mees tien jaar is, ontdekt Frenk dat Anneli hem heeft bedrogen. Frenk blijkt, anders dan hij
altijd dacht, niet de biologische vader van Mees te zijn. Als Mees twaalf jaar is, start Frenk een
gerechtelijke procedure die ervoor zou moeten zorgen dat hij niet langer de juridische vader
van Mees is. Mees en Anneli willen juist dat Frenk de juridische vader blijft.
a) Leg uit of Frenk er in bovengenoemde situatie voor kan zorgen dat
hij zijn juridische vaderschap kwijtraakt. Verwijs naar de relevante wettelijke bepaling(en).
b) Wie vertegenwoordigt c.q. vertegenwoordigen de belangen van Mees in deze procedure en
waarom is dat zo? Verwijs naar de relevante wettelijke bepaling(en).
Vraag 2 (essayvraag) (12 punten):
Stelling: De wettelijke grondslag voor het opleggen van een ondertoezichtstelling (art. 1:255
lid 1 BW) dient te worden gewijzigd; de teksten met betrekking tot de aanvaardbare
termijn en ‘het niet of onvoldoende accepteren van hulp’ dienen te worden geschrapt.
Geef twee argumenten vóór en twee argumenten tegen bovenstaande stelling. Leg
vervolgens gemotiveerd uit of jij het, alles afwegende, eens of oneens bent met deze stelling.
NB dit is een essayvraag (bij dit onderdeel wordt gelet op schrijfstijl/taalgebruik, opbouw van
de tekst en de onderbouwing van de argumentatie (academisch niveau)).
Vraag 3 (10 punten):
Hoewel hiervoor in de rechtspraak criteria zijn ontwikkeld, vinden rechters het vaak lastig om
te moeten oordelen in zaken waarin een ouder met gezag om vervangende toestemming voor
een verhuizing met een kind vraagt, omdat de andere ouder met gezag weigert hiervoor
toestemming te geven.
a) Noem de wettelijke bepaling en noem twee criteria die in de rechtspraak zijn ontwikkeld op
basis waarvan de rechter in deze zaken oordeelt.
b) Leg op maximaal ½ A4 uit waarom rechters het volgens jou lastig vinden om in deze zaken
te beslissen.
2