Leerdoelen Financieel Management 1.3
Inhoud
1. Een balans opstellen...........................................................................................................................2
2. Een resultatenrekening opstellen.......................................................................................................3
3. Een liquiditeitsoverzicht opstellen......................................................................................................3
4. Relatie leggen tussen resultatenrekening, liquiditeitsoverzicht en de balans....................................4
5. Verschillende juridische ondernemingsvormen onderscheiden en aangeven welke gevolgen de
keuze voor een ondernemingsvorm voor de financiële verslaggeving heeft..........................................4
6. Het verschil noemen tussen kosten, uitgaven, opbrengsten en ontvangsten....................................8
7. Btw berekenen.................................................................................................................................10
8. Een ratioanalyse (solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit) uitvoeren op basis van de balans en de
resultatenrekening van een organisatie...............................................................................................11
9. De uitkomsten van een ratioanalyse toelichten...............................................................................12
10. Afschrijvingskosten berekenen.......................................................................................................13
11. Extra info........................................................................................................................................14
, 1. Een balans opstellen
Activa:
- Activa: bezittingen (gebouw, voorraden, inventaris en kasgeld),
- Vaste of duurzame activa: langer dan een jaar gebruiken (computers, machines).
- Vlottende activa: korter dan een jaar gebruiken (voorraden, vorderingen op klanten,
debiteuren).
- Liquide middelen: geldmiddelen in kas op de bank. Soms als vlottende activa op de balans.
Eigen en vreemd vermogen:
- Eigen vermogen: zelf ingebracht vermogen. Blijft permanent in de onderneming.
- Vreemd vermogen: door anderen beschikbaar gesteld, b.v. een bank.
- Lang vreemd vermogen (LVV)
- Kort vreemd vermogen (KVV)
DEBET CREDIT
Vaste activa Eigen vermogen
Terrein €140.000,- Eigen vermogen €500.000,-
Gebouw €400.000,-
Inventaris €130.000,- LVV
Hypothecaire lening €200.000,-
Vlottende activa
Voorraden €60.000,-
Debiteuren €18.000,- KVV
Rabobank €60.000,-
Liquide middelen Crediteuren €30.000,-
Kas €16.000,- Nog te betalen €10.000,-
belasting
ABN Amro Bank €36.000,-
Totaal €800.000,- Totaal €800.000,-
Debet:
- Inventaris: alles wat nodig is om een bedrijf in te richten.
- Voorraden: alles wat in het magazijn ligt.
- IJzeren voorraden: minimum voorraad die aanwezig moet zijn. Dit staat expliciet aangegeven
bij vaste activa.
- Debiteuren: de afnemers, klanten die nog niet betaald hebben.
- Kerndebiteuren: er is altijd een minimum bedrag aan debiteuren op de balans.
- Kas: al het aanwezige, contante geld.
- ABN Amro Bank: al het geld dat op je bankrekening staat.
- Eigen vermogen: verschil tussen de waarde van bezittingen en de schulden.
- Hypothecaire lening: lening waarbij onroerend goed (gebouw of grond) als zekerheid dient.
- Rekening-courantkrediet (Rabobank op de balans): lopende rekening bij een bank. Er worden
regelmatig ontvangsten en uitgaven geboekt en de onderneming mag tot een bepaald
bedrag ‘rood’ staan.
- Crediteuren: alle leveranciers waar goederen zijn gekocht maar nog niet zijn afbetaald.
Nog te betalen belastingen: korte schuld aan de staat.
2
Inhoud
1. Een balans opstellen...........................................................................................................................2
2. Een resultatenrekening opstellen.......................................................................................................3
3. Een liquiditeitsoverzicht opstellen......................................................................................................3
4. Relatie leggen tussen resultatenrekening, liquiditeitsoverzicht en de balans....................................4
5. Verschillende juridische ondernemingsvormen onderscheiden en aangeven welke gevolgen de
keuze voor een ondernemingsvorm voor de financiële verslaggeving heeft..........................................4
6. Het verschil noemen tussen kosten, uitgaven, opbrengsten en ontvangsten....................................8
7. Btw berekenen.................................................................................................................................10
8. Een ratioanalyse (solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit) uitvoeren op basis van de balans en de
resultatenrekening van een organisatie...............................................................................................11
9. De uitkomsten van een ratioanalyse toelichten...............................................................................12
10. Afschrijvingskosten berekenen.......................................................................................................13
11. Extra info........................................................................................................................................14
, 1. Een balans opstellen
Activa:
- Activa: bezittingen (gebouw, voorraden, inventaris en kasgeld),
- Vaste of duurzame activa: langer dan een jaar gebruiken (computers, machines).
- Vlottende activa: korter dan een jaar gebruiken (voorraden, vorderingen op klanten,
debiteuren).
- Liquide middelen: geldmiddelen in kas op de bank. Soms als vlottende activa op de balans.
Eigen en vreemd vermogen:
- Eigen vermogen: zelf ingebracht vermogen. Blijft permanent in de onderneming.
- Vreemd vermogen: door anderen beschikbaar gesteld, b.v. een bank.
- Lang vreemd vermogen (LVV)
- Kort vreemd vermogen (KVV)
DEBET CREDIT
Vaste activa Eigen vermogen
Terrein €140.000,- Eigen vermogen €500.000,-
Gebouw €400.000,-
Inventaris €130.000,- LVV
Hypothecaire lening €200.000,-
Vlottende activa
Voorraden €60.000,-
Debiteuren €18.000,- KVV
Rabobank €60.000,-
Liquide middelen Crediteuren €30.000,-
Kas €16.000,- Nog te betalen €10.000,-
belasting
ABN Amro Bank €36.000,-
Totaal €800.000,- Totaal €800.000,-
Debet:
- Inventaris: alles wat nodig is om een bedrijf in te richten.
- Voorraden: alles wat in het magazijn ligt.
- IJzeren voorraden: minimum voorraad die aanwezig moet zijn. Dit staat expliciet aangegeven
bij vaste activa.
- Debiteuren: de afnemers, klanten die nog niet betaald hebben.
- Kerndebiteuren: er is altijd een minimum bedrag aan debiteuren op de balans.
- Kas: al het aanwezige, contante geld.
- ABN Amro Bank: al het geld dat op je bankrekening staat.
- Eigen vermogen: verschil tussen de waarde van bezittingen en de schulden.
- Hypothecaire lening: lening waarbij onroerend goed (gebouw of grond) als zekerheid dient.
- Rekening-courantkrediet (Rabobank op de balans): lopende rekening bij een bank. Er worden
regelmatig ontvangsten en uitgaven geboekt en de onderneming mag tot een bepaald
bedrag ‘rood’ staan.
- Crediteuren: alle leveranciers waar goederen zijn gekocht maar nog niet zijn afbetaald.
Nog te betalen belastingen: korte schuld aan de staat.
2