Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Basiskennis taalonderwijs Hoofdstuk 2, 3, 8, 9 en 10

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
9
Geüpload op
27-10-2014
Geschreven in
2014/2015

Samenvatting Basiskennis taalonderwijs H2, 3, 8, 9, 10

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Basiskennis taalonderwijs

2. Taalonderwijs en taal
Taalronde: een manier van werken waarin veel domeinen van het taalonderwijs samenkomen.
Aspecten van het taalonderwijs: mondelinge taalvaardigheid, het schrijven van teksten, begrijpend
lezen, spelling, woordenschat, taalbeschouwing.
Vijf goede argumenten om apart onderwijs te geven in taal:
1. Schriftelijke taalvaardigheid leren kinderen niet spontaan
2. Niet alle kinderen kunnen zich zelfstandig een bepaald niveau van taalvaardigheid eigen
maken
3. Op school leer je een ander soort taalgebruik dan in het dagelijks leven
4. Bepaalde taalvormen leer je alleen met behulp van het taalonderwijs
5. Als je kinderen plezier in het lezen van boeken wilt bijbrengen, dan moet je daar apart
aandacht aan besteden.
Het lesgeven met behulp van een methode noemen we traditioneel taalonderwijs. In de Wet op het
Basisonderwijs zijn voor het taalonderwijs kerndoelen opgenomen. Hierin wordt voor het
taalonderwijs de volgende onderverdeling gehanteerd:
- mondeling onderwijs
- schriftelijk onderwijs
- taalbeschouwing, waaronder strategieën
In de Kennisbasis vinden we echter de volgende indeling:
- mondelinge taalvaardigheid
- woordenschat
- beginnende geletterdheid
- voortgezet technisch lezen
- begrijpend lezen
- stellen
- jeugdliteratuur
- taalbeschouwing
- spelling

Taal heeft verschillende functies:
- De communicatieve of sociale taalfunctie: we gebruiken de taal als een communicatiemiddel.
Sociale taalfuncties:
 Zelfhandhaving: zichzelf beschermen en verdedigen
 Zelfsturing: aankondigen van plannen en handelen
 Sturing van anderen: gedrag van anderen beïnvloeden
 Structurering van het gesprek: de taal gebruiken om het gespreksverloop te
beïnvloeden
- De conceptualiserende of cognitieve functie: je gebruikt de taal als een hulpmiddel om je gedachten
te ordenen en greep te krijgen op de werkelijkheid.
Cognitieve taalfuncties:
 Rapporteren: beschrijven
 Redeneren: stapje verder dan beschrijven
 Projecteren: je verplaatsen in de gedachten en gevoelens van iemand anders
- De expressieve functie: het gebruik om te experimenteren, gevoelens te uiten, om iets te zeggen
dat anderen nog niet eerder zo gezegd hebben. Wordt gebruikt als expressiemiddel.

,De verschillende niveaus van de taal:
- Fonologisch niveau: uitspraak
- Morfologisch niveau: opbouw van woorden
- Syntactisch niveau: volgorde van woorden
- Semantisch niveau: betekenis
- Pragmatisch niveau: gebruik
- Orthografisch niveau: spelling

Taal is een recursief systeem: een element van de taal kan weer eenzelfde element van de taal kan
bevatten. Zo kan een zin ook weer een andere zin bevatten.


3. Mondelinge taalvaardigheid
Theorieën over taalverwerving:
 Behaviorisme: kinderen leren hun taal door imitatie. Daardoor worden de meest frequente
woorden het eerste geleerd. Ook speelt de goedkeuring van de ouders een belangrijke rol.
 Creatieve constructietheorie (of het mentalisme): binnen deze theorie gaat men ervan uit
dat kinderen taal niet simpelweg imiteren, maar zelf over een aangeboren taalvermogen
beschikken waarmee ze op een creatieve manier zinnen kunnen bouwen. Binnen deze
theorie werd sterk de nadruk gelegd op de creatieve manier waarop een kind met behulp
van taalvermogen zelf zijn taal construeerde. De aandacht voor het taalaanbod raakte wat op
de achtergrond.
 Interactionele benadering: hierin onderschrijft men het belang van het aangeboren
taalleervermogen, maar men benadrukt dat het taalaanbod van de omgeving en de
interactie tussen een kind en andere moedertaalsprekers belangrijk is bij het leren van een
taal. Het taalaanbod moet wel afgestemd zijn op de mogelijkheden van het kind.
In het taalverwervingsproces van een kind onderscheiden we de volgende twee perioden:
1. De prelinguale periode (0 tot 1 jaar): in het eerste levensjaar produceren kinderen allerlei
geluiden. Huilen. Vocaliseren: het kind ontdekt de klank van de taal en oefent zijn
spraakmechanisme. Na ongeveer 4 maanden begint het kind steeds meer te experimenteren
(vocaal spel). Na ongeveer 6 maanden begint de fase van het brabbelen. Een kind oefent in
de prelinguale periode dus met verschillende aspecten van de taal: de articultie, de
klankstructuur van de taal, de zinsmelodie en de communicatie met anderen.
2. Linguale periode: een kind gaat woorden en zinnen als communicatiemiddel gebruiken.
 De vroeglinguale periode (1 tot 2,5 jaar): het brabbelen van de baby gaat
langzamerhand over naar betekenisvol taalgebruik. Eenwoordzinnen, op de leeftijd
van anderhalf jaar beginnen kinderen woorden te combineren en dan spreken we
van de periode van de tweewoordzin > telegramstijlfase. Deze periode wordt relatief
snel opgevolgd door de periode van de meerwoordzin.
 De differentiatiefase (2,5 tot 5 jaar): eerst had de taalontwikkeling zich voornamelijk
voorgedaan op het fonologisch, semantisch en syntactisch niveau, maar vanaf nu
leert een kind ook allerlei morfologische en pragmatische aspecten van de taal. De
actieve woordenschat van de kinderen neemt enorm toe, dat heeft voor een
gedeelte te maken met de uitbreiding van de belevingswereld van kinderen, maar
ook met de taalontwikkeling. Ze leren ook nieuwe woordsoorten en dat de vorm van
een woord belangrijke informatie bevat.
 De voltooiingsfase (5 tot 9 jaar): alle processen die in de vorige fase zijn begonnen,
worden nu verder uitgebouwd. Een kind beheerst aan het einde van deze periode de
taal op dezelfde manier als een volwassene, alleen natuurlijk nog veel minder
woordenschat.

, Het proces van leren van een tweede taal is anders dan het leren van een eerste taal. Simultane
tweetaligheid: als iemand twee talen min of meer gelijktijdig leert. Successieve tweetaligheid:
kinderen leren een tweede taal nadat ze een eerste taal hebben geleerd. Interferentiefouten: fouten
die voortkomen uit de verschillen tussen een eerste en tweede taal.

Spreekstrategie: de manier van spreken die iemand hanteert om een bepaald spreekdoel te
bereiken. Iemand die een voordracht houdt, gaat op ongeveer een zelfde manier te werk als iemand
die een schriftelijke tekst wil produceren, de volgende stappen zijn daarbij van belang:
 Oriënteren op de inhoud
 Doel en publiek bepalen
 Plannen
 Presenteren
 Reflecteren op doel en inhoud
Binnen deze stappen kan een spreker nog weer andere spreekstrategieën gebruiken, zoals:
 Een gespreksvorm hanteren
 Presentatietechnieken hanteren
 Een bepaald taalgebruik hanteren

Er zijn vier verschillende luisterstrategieën:
1. Globaal luisteren: je probeert globaal te volgen wat de spreker te vertellen heeft, het gaat
om het begrijpen van de informatie, je let minder op de details > begrijpend luisteren.
2. Intensief luisteren: je probeert dan ook alle details van een verhaal in je op te nemen, zodat
je een zo volledig mogelijk beeld krijgt van wat de spreker te vertellen heeft.
3. Kritisch luisteren: je probeert tijdens het luisteren een mening te vormen.
4. Selecterend of gericht luisteren: dit pas je toe als je geïnteresseerd bent in bepaalde
aspecten van een verhaal.
Bij alle luisterstrategieën kun je ook weer verschillende luistervaardigheden inzetten:
 Een beschrijving kunnen volgen
 Gevoelens en meningen begrijpen en waarderen
 Inhoud interpreteren en beoordelen
 Een utleg volgen
 De strategie van de spreker doorzien
 Passende feeback geven
 Vragen stellen

Spreekdoelen
1. Informeren: het overbrengen van feitelijke informatie.
2. Amuseren: het doel om de toehoorders te vermaken, te boeien of te ontroeren.
3. Instrueren: de spreker wil iets uitleggen of verduidelijken.
4. Overtuigen: wil de luisteraar overhalen een bepaald stadpunt of mening in te nemen. Of om
tot een bepaalde actie over te gaan.
5. Emotioneren: de spreker wil bepaalde gevoelens losmaken of overbrengen.
6. Waarderen: de spreker wil zijn oordeel over iets geven.
7. Beschouwen: de spreker wil verschillende kanten van een probleem belichten.

Luisterdoelen:
1. Iets te weten willen komen > intensief luisteren
2. Een bepaald gevoel willen ondergaan > globaal luisteren
3. Zich een mening willen vormen > kritisch luisteren
4. Een bepaalde handeling willen uivoeren > gericht luisteren
5. Een spel mee willen spelen

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
27 oktober 2014
Bestand laatst geupdate op
2 november 2014
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.76
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
k2908 Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1567
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
803
Documenten
131
Laatst verkocht
2 maanden geleden

3.8

418 beoordelingen

5
65
4
252
3
75
2
17
1
9

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen