AVV/I | PR1 | Probleemformulering werkgroepmodule..............................2
AVV/I | C1 | Discoursanalyse.....................................................................5
AVV/I | WG1 | Discoursanalyse.................................................................9
AVV/I | WG2 | Maatwerk in het sociaal domein als juridisch
onderzoeksobject...................................................................................10
AVV/I | WG3 | Kwaliteitscriteria en ethiek...............................................17
Z | AVV/I | Een keuze tussen verschillende analyse strategieën.............22
Z | AVV/I | Wat is abductieve analyse?...................................................25
AVV/I | WG4 | Werkgroepmodule het leggen van een abductieve puzzel
...............................................................................................................28
AVV/I | C2 | Responsiecollege.................................................................31
1
,AVV/I | PR1 | Probleemformulering werkgroepmodule
Leerdoelen:
Een kwalitatief onderzoek evalueren op basis van criteria die betrekking hebben op
de kwalitatieve probleemformulering.
Een thematische analyse van een tekst maken
Deel 1 - Think, Pair, Share
We beginnen de werkgroep met een think-pair-share oefening. Ter voorbereiding van de
werkgroep heb je een korte kwalitatieve probleemformulering geschreven. Deel je
kwalitatieve probleemformulering met degene naast je en neem 10 minuten de tijd om
jullie stukken met elkaar te bespreken. Wat werkt goed? En wat werkt minder goed?
Bespreek de verbeterpunten van jullie probleemanalyses aan de hand van de teksten
van Mortelmans die jullie ter voorbereiding op de werkgroep hebben gelezen. We
bespreken plenair de uitkomsten van jullie gesprekken.
Gebruik daarbij in ieder geval onderstaande criteria. Zie ook de criteria rondom
kwalitatieve probleemformulering in Mortelmans.
Criteria probleemformulering:
De situering is logisch t.o.v. doelstelling en vraagstelling;
Het onderzoek is haalbaar;
De situering vertrekt vanuit juiste vooronderstellingen;
Er is een eenduidig centrale vraag en er is aansluiting tussen hoofd- en deelvragen;
Er worden kernconcepten uit de kennislijn genoemd.
Criteria onderzoeksvragen:
De vragen zijn als vraag geformuleerd;
De vragen zijn af te leiden van de doelstelling;
De vragen beginnen met “wat” of “hoe” en er worden explorerende werkwoorden
(zoals “begrijpen”, “exploreren”) gebruikt;
Er worden geen woorden of begrippen gebruikt die richting suggereren (zoals
"optimaliseren", “veroorzaken,” “het beste,” “verbeterd worden”, "invloed");
De hoofdvraag is een overkoepelende vraag;
In de hoofdvraag staan sleutelbegrippen/kernconcepten uit de literatuur of deze zijn
er logischerwijs aan te relateren.
Wat zijn de ervaringen van teamleden met de huidige communicatie, en hoe begrijpen zij
mogelijke verbeteringen?
Hoe geven medewerkers van verpleeghuizen invulling aan eigen regie?
Hoe ervaren medewerkers van de jeugsbescherming het samenwerking met
ervaringsdeskundigen?
Welke dilemma’s ervaren hulpverleners bij een begeleid wonen instelling bij het
stimuleren van het zelfredzaamheid van jongeren?
Van den Berg, H. (2004). Discoursanalyse. Kwalon,
Discourseanalyse gaat over alles wat als betekenisdrager functioneert en een rol
speelt in alledaagse communicatie (gesprekken) en geïnstitutionaliseerde vormen
van communicatie zoals massamedia
Discoursanalyse wijkt af van de gebruikelijke benadering waarbij taal opgevat wordt
als de reflectie van een realiteit buiten de taal.
Taal wordt dan gezien als een middel om informatie over te dragen over de
werkelijkheid (referentiële functie) of over opvattingen en gevoelens van de spreker
over die werkelijkheid (expressieve functie).
1. De belangrijkste implicatie is dat taalgebruik vooral opgevat wordt als constructie van
een werkelijkheid en niet als een weerspiegeling of expressie daarvan.
2
,2. Bij communicatie worden niet alleen ‘boodschappen’ uitgewisseld, maar ook
metaboodschappen die inherent zijn aan het taalgebruik
3. De derde implicatie is dat taalhandelingen, net als andere sociale handelingen,
bedoeld of onbedoeld verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
Onbedoelde effecten: door middel van taal worden betekenissen geconstrueerd die
een eigen leven kunnen gaan leiden met alle gevolgen van dien. Dat is het
mechanisme van de self fullfilling prophecy: het ontwikkelen van definities van de
situatie en verwachtingen kan ertoe leiden dat men zich zodanig gaat gedragen dat
de verwachtingen ook gerealiseerd worden.
Ten slotte is taalgedrag contextafhankelijk. Wat mensen vertellen, kan sterk variëren
naar gelang de sociale situatie. Sociale regels spelen daarbij een belangrijke rol, want
evenals andere sociale handelingen wordt taalgedrag gereguleerd door sociale
regels.
Discourseanalyse is een verzamelnaam voor verschillende benaderingen:
- Foucault (1971) die de term discours gebruikt als aanduiding van het geheel van
sociale regels en sociale praktijken via welke een specifiek systeem van betekenissen
geproduceerd wordt.
- Laclau & Mouffe (1985) hanteren een discoursbegrip, dat breder is dan taalgebruik en
alle sociale praktijken omvat.
- James Paul Gee (1999) discoursbegrip verenigen waarbij discours duidt op
betekenissystemen die ge(re)produceerd worden via meer omvattende sociale
praktijken
Wat betreft de empirische thema’s is er sprake van een grote diversiteit.
- Discursieve psychologie en conversatieanalyse alledaagse/ institutionele
conversaties
- Kritische discourseanalyse gaat het om micro en mesoniveau
- Bij Laclau & Mouffe (1985) gaat het tenslotte voornamelijk om onderzoeksvragen op
macroniveau
Discoursanalyse wil inzicht geven in hoe sociale werkelijkheden, identiteiten en
relaties in taal worden geconstrueerd en vanzelfsprekend worden gemaakt.
Discoursanalyse heeft daarom per definitie een kritische potentie: datgene wat in het
dagelijks leven als vanzelfsprekend en waar wordt opgevat, wordt door
discoursanalyse ontrafeld als historisch specifiek.
Kritische discourseanalyse kennisdoel: laten zien hoe betekenissen maatschappelijke
ongelijkheid en ideologie kunnen legitimeren, dit doel impliceert dat kritische
discoursanalyse zich niet beperkt tot betekenisconstructies, maar uiteindelijk gericht
is op de relatie tussen discursieve processen en de sociale context waarin die
processen zich voltrekken.
Conversatieanalyse: taalgedrag in sociale interacties, kennisdoel: inzicht in de regels
die in deze interacties een rol spelen.
Een groot deel van het artikel gaat over de wetenschapsfilosofische achtergrond van
discoursanalyse. Veel discours analytische benaderingen zijn constructivistisch: ze
gaan ervan uit dat ook wetenschappelijke kennis een sociale constructie is, wel is er
het probleem dat radicaal relativisme het lastig maakt om wetenschappelijke kennis
van alledaagse kennis te onderscheiden
Conversatieanalyse neemt hierin een eigen positie in door dicht bij de interpretaties
van de actoren zelf te blijven en de analyse zo min mogelijk te laten sturen door de
theorie van de onderzoeker. Doel van deze emic analyse is vaak wel inzicht te krijgen
in relevante discursieve strategieën die in interacties functioneren.
Er bestaan veel verschillende concepten en procedures, mede doordat de
theoretische uitgangspunten sterk uiteenlopen. Wel zijn er op sommige punten
sprake van een zekere vergelijkbaarheid van instrumenten.
3
, Een belangrijk twistpunt is de verhouding tussen tekst en context: sommige
benaderingen willen de context zo strikt mogelijk beperken, terwijl andere juist
vinden dat analyse zonder context niet volwaardig is.
Hodges, B.D., Kuper, A. & Reeves, S. (2008). Qualitative Research: Discourse Analysis.
Formeel linguistic discourse analyse: een gestructureerde analyse van tekst om
de algemene onderliggende regels van de taalkundige of communicatieve functie van
de tekst te achterhalen.
Empirische discours analyse: geen hoge gestructureerde methode, brede thema’s
en functies van taal in acties met conversationanalysis en genre analysis à meer
sociologische taalgebruik
Critical discourse analyse: wijd geïncludeerd: sociale praktijken, individuen,
instituties die het mogelijk maken om fenomenen te begrijpen en standpunten maken
over wat waar is
In praktijk gebruiken onderzoekers meerdere benaderingen samen in een studie
Bij een discourse analyse verwacht je duidelijke documentatie van bronnen,
afbakening van gegevens, en onderzoekscontext. De analysemethode, aannames,
coderings- en synthesetechnieken moeten helder zijn. Tot slot is reflectie op de eigen
sociaal-culturele positie essentieel om machtsstructuren kritisch te kunnen
analyseren.
Wat is een discoursanalyse?
Een discours is een manier waarop over de werkelijkheid wordt gesproken. Binnen
discoursanalyse is het uitgangspunt dat de taal waarmee we over de werkelijkheid
spreken niet neutraal is. Of het nu gaat om de verantwoordelijkheid voor de zorg voor
ouderen of om wachtlijsten in de jeugdzorg: de manier waarop we dingen
beschrijven, benoemen en ‘framen’ kleurt hoe we naar maatschappelijke problemen
kijken. Denk er bijvoorbeeld aan hoe overgewicht soms wordt neergezet als een
individueel probleem (eigen schuld) en soms juist meer als een maatschappelijk
probleem (ongezonde voedselomgeving). Een discoursanalyse helpt je om beter te
begrijpen hoe taal het beleid en de publieke opinie over gezondheidsvraagstukken
beïnvloed.
Zo zagen we bijvoorbeeld vorige week in het artikel van Tonkens & Verhoeven dat de
Nederlandse en Britse overheid twee heel verschillende discoursen gebruiken om hun
burgers te activeren. Waar binnen het discours van de Nederlandse overheid actief
burgerschap werd geconstrueerd als een vervelende plicht die voortkomt uit de
noodzaak om kosten te besparen, was actief burgerschap in het Britse discours juist
een enthousiasmerend collectief project. Het artikel van Peeters liet zien dat
discoursen rondom verantwoordelijkheid een belangrijke rol spelen in de verdeling
van verantwoordelijkheden tussen overheden en burgers binnen gezondheidsbeleid.
Binnen een discoursanalyse zien we taal niet als een neutrale weergave van de
werkelijkheid, maar als een middel waarmee je een specifiek effect probeer te
4