,Observeren/rapporteren
, Observeren rapporteren
Explorerende onderzoeksvraag: er is nog geen duidelijk vastgesteld doel. Er is nog geen probleem en
de observaties zijn algemeen en verkennend.
Beschrijvende onderzoeksvraag: dit is een makkelijk te beantwoorden onderzoeksvraag.
Vergelijkende onderzoeksvraag: dan vergelijk je de ene situatie met de andere.
Toetsende onderzoeksvraag: er is dan al wel een bepaald idee dat getoetst gaat worden. (idee =
hypothese). Er is een aanname die door observaties op waarheid getoetst word.
Probleemoplossende onderzoeksvraag: problemen dienen opgelost te worden!
Concretiseren / operationaliseren: het omzetten van gebruikte termen in concreet en
waarneembaar gedrag.
Eenheden: de mensen waarover uitspraak worden gedaan.
Domein: de reikwijdte van de uitspraken na de observatie.
Variabelen: de eigenschappen van eenheden waarover de onderzoeksvraag betrekking heeft.
Waarden: mogelijke uitkomsten van een variabele.
Meetniveau: nominaal (geen volgorde, maar toevallig in die volgorde gezet), ordinaal (waarden
hebben wel een volgorde maar er is geen vaste afstand tussen die twee), intervalniveau
(betekenisvolle volgorde, vaste meetafstand tussen de waarden maar geen natuurlijk nulpunt),
rationiveau (betekenisvolle volgorde, vaste meetafstand en natuurlijk een nulpunt).
Een 0-meting is een referentiepunt voor de observator, de beginsituatie van de cliënt.
Gestructureerde registratie: je maakt gebruik van een systeem of een formulier.
Ongestructureerde registratie: je maakt geen gebruik van een systeem of een formulier.
Inter-observatiebetrouwbaarheid: tussen jou als observator en verschillende observatoren.
Intra-observatiebetrouwbaarheid: tussen jou als observator en dezelfde observaties.