De grotverkenners
De zaak van de grotverkenners is een ctieve zaak waarin de verschillende benadering wat het
recht is goed naar voren komen.
Truepenny
Truepenny was de president van de supreme court. Zijn perfecte oplossing voor deze casus was
om de grotverkenners te veroordelen, maar daarna een gratieverzoek te steunen aan de Chief
Exectutive. Deze verleende gratie doet hij als burger zijnde, dus niet in de hoedanigheid van een
rechter. Hij wil niet het signaal afgeven dat het goed is om je niet aan de wet te houden. Op deze
manier voldoet hij zowel aan de letter als de geest van de wet.
Omdat Truepenny als rechter zijnde zich aan de letter van de wet houdt, en als burger zijnde
gratie verleend, is hij een rechtspositivist. De waarde rechtszekerheid is voor hem het
belangrijkste.
Deze oplossing is niet zuiver juridisch, aangezien het recht aanvankelijk wordt gevolgd, maar
uiteindelijk er een oplossing wordt gevonden buiten het recht om.
Zijn oordeel in het kort:
Grotverkenners zijn veroordeeld, maar gratieverzoek bij president.
Foster I
Foster zegt dat het recht van Newgarth niet van toepassing is, in plaats daarvan geldt het
natuurrecht.
Het positieve recht heeft alleen gelding op het moment dat er sprake is van vreedzaam
samenleven. In dit geval is er sprake van slechts overleven. Je kan zeggen dat er dan een
natuurtoestand plaatsvind, wat gekenmerkt wordt door de afwezigheid van het recht. In deze
natuurtoestand valt de strafbaarheid van de grotverkenners weg.
De grotverkenners hebben wel een nieuwe afspraak gemaakt in de grot, namelijk het gooien van
een dobbelsteen om te kijken wie er wordt opgeo erd. Deze afspraak kan worden gezien als een
sociaal contract. Deze is dan bindend en als het ware het nieuwe positieve recht. Foster is dus
niet trouw aan de letter van de wet, maar wel aan de geest van de wet, omdat het positieve recht
niet van toepassing kan zijn in een noodsituatie.
Foster is in die zin een constructivist, en zijn belangrijkste waarde is rechtvaardigheid.
Zijn oordeel in het kort:
Grotverkenners worden vrijgesproken.
Foster II
Foster doet nog een argumentatie waarom de grotverkenners moeten worden vrijgesproken.
Indien er wordt aangenomen dat het positieve recht toch van toepassing is, handelde de
verkenners niet wederrechtelijk. Wanneer de wet teleologisch wordt geïnterpreteerd, wordt dat
duidelijk. Juristen moeten een wet redelijk interpreteren, dit houdt in dat je moet zoeken naar de
achterliggende doel van de wet. Je gaat dan niet tegen de wil van de wetgever in, maar je zorgt er
juist voor dat de wil van de wetgever waar wordt door bepaalde fouten op te lossen.
Het achterliggende doel van het strafrecht is dat het afschrikkend moet werken. In deze situatie
was dat niet zo, hij vergelijkt het in die zin met zelfverdediging. Als jij je in een noodsituatie zit, doe
je er alles aan om te overleven, de strafbepaling kan dan nooit afschrikkend werken. Ze zouden
het toch wel doen, omdat ze in hun bestaan worden bedreigd. Het schiet dus zijn doel voorbij.
1
fi fi ff
,Hierbij maakt hij een onderscheid tussen intelligentie trouw aan de wet, en onintelligente trouw
aan de wet. Intelligente trouw aan de wet is de teleologische interpretatie, wat inhoud dat je dus
het doel van de wet moet bezien. Onintelligente trouw zou zijn als je de wet blind zou toepassen.
Foster is in die zin een constructivist, en zijn belangrijkste waarde is rechtvaardigheid.
Zijn oordeel in het kort:
Grotverkenners worden vrijgesproken.
Deze rechter kunnen we associeren met Dworkin
Tatting
Tatting is de enige rechter die geen oordeel heeft. Hij neemt geen beslissing omdat hij innerlijk
verscheurd is; hij vind de zaak te complex. Hij weet niet welke beslissing hij moet nemen, omdat
hij zijn emoties nauwelijks kan onderscheiden van zijn ratio. Dit past bij het rechtsrealisme.
Kritiek op Foster II:
Ten eerste zegt hij dat het strafrecht meerdere doelen kent, niet alleen de afschrikkende werking.
Denk ook aan preventie, vergelding en rehabilitatie. Deze doelen kunnen elkaar soms
tegenspreken, wat zouden we dan in die situaties moeten doen?
Ten tweede is hij het niet eens met de vergelijking dat er sprake zou zijn van zelfverdediging. Hij
zegt dat voor zelfverdediging er een soort natuurlijke reactie moet zijn. In dit geval hebben de
grotverkenners lang nagedacht en gepraat over wat ze precies gaan doen. Er is dan sprake van
‘’voorbedachte rade’’ (=willful act).
De conclusie is dan dat hij vind dat alle overwegingen die je kan hebben worden tegengesproken
met andere overwegingen vanuit de andere kant. Dit is in lijn met de radicale onbepaaldheid. Dit
hoort bij de stroming ‘critical legal studies’. Tatting kan nu niet beslissen, maar de wijze van
argumentatie zit hij wel het dichtbij Foster.
Zijn oordeel in het kort:
Geen oordeel.
Keen
Keen zegt dat deze casus helemaal niet lastig is, zolang we de juiste vraag stellen. De enige vraag
die moet worden beantwoord is of de grotverkenners opzettelijk de ander van het leven hebben
beroofd. Hij zegt dat rechters zich alleen over de juridische vraag moeten buigen; rechters moeten
niet hun morele overtuigingen toepassen op de zaak, maar slechts het positieve recht van
Newgarth toepassen.
Kritiek op Foster II
Keen zegt dat als je een teleologische interpretatie methode volgt, en dus gaat zoeken naar de
doelen van de wet, je uiteindelijk alles kan lezen in de wet wat je zelf maar wil.
Hij merkt ook op dat indien een rechter afwijkt van de wet, hij als het ware de wetgevende macht
voor de voeten loopt. Hij erkent dat de scheiding van machten leidt tot rechtszekerheid (=het
beginsel van suprematie van de wetgevende macht). De rechts mogen niet op de stoel van de
wetgever zitten, dit is een belangrijk beginsel van onze rechtsorde.
Omdat Keen echt staat voor een scheiding van recht en moraal, wordt het ineens heel makkelijk,
want het positieve recht is heel duidelijk. Hij staat daarbij voor een strikt grammaticale
interpretatiemethode.
Daarnaast zegt Keen dat je niet alleen moet kijken naar het moment van de beslissing zelf, maar
ook naar wat je als precedent zet voor de lange termijn. Hij zegt dat een gerechtelijke beschikking
uiteindelijk meer kwaad doet dan een moeilijke beslissing maken. Die moeilijke beslissingen wijst
ook op de verantwoordelijkheid die men zelf heeft voor de wet; als er een hele moeilijke beslissing
is die niet kan worden opgelost door de wet, dan moet er wellicht iets veranderen aan de wet zelf.
2
, Keen is hiermee een duidelijk rechtspositivist, met als belangrijkste waarde rechtszekerheid. Het is
zonder twijfel dat de grotverkenners moeten worden veroordeeld, maar dit zegt hij wel in de
hoedanigheid als rechter zijnde, want als burgers zijnde zou hij de grotverkenners wel vrijspreken.
Zijn oordeel in het kort:
De grotverkenners moeten worden veroordeeld.
Deze rechter kunnen we associeren met Austin en Hart.
Handy
Wat een rechter moet doen hangt af van ‘’good government’’. Dit is hetgeen wat het volk wil dat
er gebeurd. Good government gaat erom dat zij die de macht hebben (daar horen rechters bij) de
gevoelens en concepties van de menigte moeten begrijpen en hierbij moeten aansluiten. De
rechter is als good administrator; rule of man, in plaats van rule of law.
Omdat rechters moeten doen wat de heersende opinie van de menigte is, moet er in dit geval een
peiling volgen om dit te bepalen. De opvatting van Handy kan worden gezien als een formele
opvatting van de democratie, wat inhoudt dat hetgeen moet gebeuren wat de meerderheid wil. De
keerzijde hiervan is dat minderheden dus niet echt worden beschermd.
Handy zegt dus dat rechters zich moeten laten leiden door wat het volk wil. Met andere woorden
betekent dit dat je eerst moet kijken wat de uitkomst moet zijn, en daarna wordt er een juridische
argumentatie bij gezocht. Hiermee is hij dus niet trouw aan de wet en volgt hij ook geen
machtenscheiding.
Handy staat voor de benadering juridisch pragmatische; de waarde van doelmatigheid. Het recht
is een instrument om politieke doelen te bereiken. Ook hanteert hij een utilistische manier van
denken door gevolg te geven aan wat het meeste geluk opbrengt.
Kritiek op Foster:
Dat Foster beargumenteerd dat door het zoeken naar de achterliggende doelen van de wet je juist
de wil van de wetgever behartigt, niet klopt. Volgens hem hebben we een set minimum regels
nodig, die we instrumenteel moeten gebruiken. We kunnen dan per geval bepalen welke we wel
en niet nodig hebben, en dat doen we met onze gezonde verstand (common sense).
Zijn oordeel in het kort:
De grotverkenners moeten worden vrijgesproken, want dat is wat de heersende opinie van de
menigte is.
3