Operations and supply chain management (OSCM) = the design, operation and
improvement of the systems that create and deliver a company’s primary products and
services.
Operations = the transformatie van inputs (grondstoffen, materialen en mensen) naar
outputs (eindproducten). Gaat om fysieke producten.
Function-based workflow model = de input verloopt in 3 fasen wat de output vormt.
Logistics = de producten moeten fysiek worden verplaatst, opgeslagen en bewaard.
Supply chain = de processen die info en materialen van het bedrijf transporteren
Operations and logistics worden beschouwd als primaire activiteiten binnen een
waardeketen van een organisatie.
- doel: waarde leveren aan klanten
Succesvol produceren tegen lage kosten: hangt af van:
- operation-related strategy with your corporate strategy
- the processes to produce and deliver goods and services need to be integrated, the
processes within the primary chain and secondary chain
- the optimize, heb je info nodig afkomstig uit data → ontwikkelanalyses
The main focus on the integration between these three: strategy → processes → analytics
The operation strategy balances production rate (snelheid), workforce level
(personeelsbestand) and inventory on hand (voorraad).
Basic principles guide the design of transformation processes:
- how different types of processes are organized
- how to determine the capacity of a process
- how long it should take to make a unit
- how the quality of a process is monitored
- how information is used to make decisions
OSCM → optimaliseren van processen en verbeteren van systemen die de primaire
producten en diensten van een bedrijf creëren en leveren.
Wat als de omgeving (environment) verandert?
- veranderen van OSCM strategies, van lage naar hoge kosten
- meer moeite steken in optimalisatie
- nieuwe productietechnologieen en transportmiddelen
- optimaliseer de nieuwe processen opnieuw: verfijnen en meer efficientie
- verbeter data-analyse en hoe je kunt gebruiken bij bij beslissingen
2 verschillende productieprocessen:
1. Batch-based/functional-based workflow: wissel je tussen de productie van product A
en B
2. Simultaneously/product-based workflow: product A en B worden tegelijk gemaakt.
,Operations and supply chain processes (1 of meer activiteiten die input omzetten in
output) → 5 soorten processen:
1. Planning
2. Sourcing (inkoop)
3. Making (speed, quality and workproductivity → monitoring process)
4. Delivering (logistic process) (ordering, payments, shipping, delivery dates)
5. Returning → defecte/versleten producten
5 differences between services and products:
- je kan geen dienst op voorraad hebben
- dienst is ontastbaar, product wel en daarom meetbaar
- diensten vereisen interatcite, goederen geproduceert en apart geleverd aan klant
- diensten zijn heterogeen
- diensten zijn bederfelijk (perishable) en tijdsgebonden, kan je niet opslaan
- dienstkenmerken: supporting facility (location), facility goods (consistentie/varieteit),
explicit services (staff training/service) and implicit services (sfeer, wachttijd status)
3 soorten diensten (services):
- product-related services: toevoegen van dienst aan een product
(service/onderhoud/ondersteuning)
- System of services and products: combi van fysieke en immateriele elementen.
- Service-related products: producten worden er als extraatje bijgeleverd, waardoor
de service neutraal staat.
Evaluating operations and supply chain process:
- Efficiency: iets doen tegen zo laag mogelijke kosten (iets goed doen)
- Effectiveness: juiste dingen doen om de meeste waarde voor bedrijf te creeeren
- Value: kwaliteit gedeeld door de prijs
Efficiency ratio’s:
- Receivable turnover = annual credit sales / average accounts receivable
- Inventory turnover = cost of goods sold / average inventory value
- Asset turnover = revenue (or sales) / total assets
Chapter 2: sustainable operations and supply strategy
TBL: economic responsibility, social responsibility and environmental responsibility
Operations effectiveness = uitvoeren van activiteiten op een manier die strategische
prioriteiten optimaal realiseert tegen minimale kosten
Business strategy = omvat ook het kiezen van cost actions/excellence product
differentiations or focus.
millieuvriendelijke/duurzame manier produceren innoveren: efficienter productieproces,
alternatieve technologieen, schonere producten, nieuwe bedrijfsmodellen, systemen,
systeeminnovatie
Score on dimensions:
- energy saving/renewable energy
, - resources saving/ recycling/ minder of biomaterialen gebruiken→ hierdoor ontstaat
andere toepassing voor product, hele bedrijfsvoering aanpassen
- pollution reduction (verminderen vervuiling)
Competitive dimensions → hoe weet de klant welk product hij of zij moet kopen?
Prijs, kwaliteit, delivery speed, delivery, coping with changes in demand, flexibility and
new-product introduction speed. andere specfieke criteria:
- technical liaison and support, meeting a launch date, supplier after-sale support,
environmental impact
Dealing with these competitive dimensions requires managers to make trade-offs.
- order qualifiers: afmetingen die nodig zijn om de producten van een bedrijf door
klanten te laten overwegen voor aankoop.
- order winners: kenmerken die klanten gebruiken om te vergelijken welk product ze
uiteindelijk zullen kopen .
Activity system maps = diagram that show hoe de strategie van een bedrijf wordt
uitgevoerd dmv ondersteunende activiteiten
Supply chain risk = de kans op een verstoring die de mogelijkheid van een bedrijf om
producten/diensten te leveren, beïnvloedt. 2 manieren: in de keten of 2 door natuurrampen
Risk management framework
1. identificeer de bronnen van mogelijke verstoringen
2. beoordeel de potentiële impact van het risico
3. ontwikkel plannen om het risico te beperken
Productiviteit = outputs/inputs
Week 2: chapter 3,4: design and project management
Product innovation = essentieel voor succes bedrijf LT
Design = essentieel onderdeel productinnovatie → cruciaal voor succes nieuwe producten
Core competency = iets wat een bedrijf beter doet dan een ander bedrijf
→ VRIO framework (valuable, rare, inimitable, organized)
Contract manufacturer (fabrikant) = als je een andere fabrikant huurt om een afgewerkt
product te leveren.
System architect = als een bedrijf het ontwerp van productcomponenten uitbesteedt.
Product development 6 fasen:
1. Concept development: behoeften doelmarkt in kaart brengen
2. System-level design: productarchitectuur en opdeling product in subsystemen
3. Design detail: toleranties, identificaties van standaardonderdelen
4. Testing and refinement
5. Production ramp-up (Opvoeren): product gemaakt mbv productiesystemen
- on hold, no go stage. fase is voor: in de wacht niet doorgaan. kijken wat mee doen
Different types of processes:
- market-pull products: vraag klant vormt uitgangspunt product