Hoorcollege 1: introductie
Levels van strategie:
1. Netwerklevel niveau: tussen organisaties (positie orga binnen bedrijfstak) → strategie
op niveau tussen organisaties zoals allianties, samenwerkingsverbanden en
concurrentierelaties.
2. Corporate level niveau: inrichting en samenstelling orga als geheel (bv autofabrikant
die ook onderdelen/verzekeringen aanbiedt of juist focus op 1 kernactiviteit)
3. Business level: posititioneren in markt en hoe concurrentievoordeel binnen specifieke
markt → positionering, waardepropositie en concurrentiebenadering
4. Functioneel niveau: inrichting functies binnen organisatie (marketing, operations en
distributie). ondersteunen businessstrategie en sterk verbonden met
ontwikkelingen netwerklevel
Identifying the strategy issues
1. tools-driven: eerst de tool, daarna het probleem. T → P (SWOT,PEST,BCG)
2. problem-driven: eerst probleem begrijpen, dan tool. P → T
Kernbegrippen
● Strategizing: manier waarop organisaties gebeurtenissen en ervaringen
interpreteren, en vormt hun kijk op de werkelijkheid en beïnvloedt de keuzes die
worden gemaakt
● Missioning and visioning: missie en visie
3 samenhangende dimensies:
● strategy content: wat-vraag → wat is en wat wordt de strategie van de organisatie?
● strategy process: hoe ziet het strategische proces eruit, wie zijn erbij betrokken en
wanneer vinden de activiteiten plaats. strategy formation, strategic change en
strategic innovation.
● strategy context: waar is de strategie ingebed? bv internationale niveau, industrie
niveau en het organisatieniveau
2 soorten problemen:
1. Either/or problems
● puzzles: een uitdagend probleem met een optimale oplosing, 1 beste manier
● dilemmas: vervelend probleem met 2 mogelijke oplossingen die allebei goed zijn
2. Both/and problems
● trade offs: een uitwisseling is een situ waar veel mogelijke oplossingen zijn, die
allemaal een andere balans geven tussen 2 conflicterende gebieden.
● paradoxes: situ waarbij twee tegengestelde factoren allebei goed lijken te zijn,
hierdoor proberen ze the best of both worlds te krijgen
, 6 opties omgaan met paradoxen:
1. Navigating → focus op 1 tegenstelling per keer (bv zoeken naar synergieen,
gevolgd door het streven naar responsiviteit
2. Parallel processing: tegengestelde eisen van elkaar splitsen in afdelingen (intern)
of in een partnership (extern) en er tegelijk mee bezig zijn. (bv verbeteren van
bestaande producten, en ook gewerkt aan ontwikkeling nieuwe generatie producten)
3. Balancing: dynamisch evenwicht (Bv afwegen van elementen van tegenstrijdige
eisen (Bv volgen van industriestandaarden vs veranderen andere aspecten)
4. Juxtaposing: gelijktijdige verschillende eisen managen op permanente basis (Bv
concurreren en samenwerken op zelfde moment bv apple vs samsung)
5. Resolving: hoger niveau van balans bereiken door gebruik te maken van balans (bv
nieuwe synthese ontwikkelen tussen concurrerende eisen (bv tussen eisen
aandeelhouders en maatschappelijke waarde)
6. Embracing: de spanning gebruiken als bron van creativiteit en kansen (bv 2
botsende persoonlijkheden in 1 team zetten en optimaal gebruik van maken)
Er zijn maar een paar problemen die apart/geïsoleerd behandeld kunnen worden. Alleen als
het probleem voldoet aan 3 factoren: het moet afzonderlijk, reduceerbaar en dimensionaal
zijn.
Environmental connectedness = verbondenheid tussen systemen
Wicked problems = in elkaar verstrikt web van tentakels → hoe meer je de problemen
probeert te temmen, hoe ingewikkelder ze worden, kenmerken:
1. Interconnectedness: sterke banden verbinden elk probleem aan andere problemen.
2. Complicatedness: wicked problems hebben veel belangrijke elementen met elk
weer verbindingen onderling en belangrijke feedbackloops
3. Uncertaincy: problemen bestaan in dynamische onzekere omgeving, accept risks