Hoofdstuk 1: Accounting and the business environment
LD 1: Waarom is boekhouding belangrijk en noem gebruikers van boekhoudkundige info:
Accounting is het informatiesysteem dat:
1. Bedrijfsactiviteit meet;
2. De informatie verwerkt in rapporten;
3. De resultaten naar besluitvormers communiceert
Accounting is taal van bedrijfsleven, hoe beter je boekhouding begrijpt, hoe beter je zult
functioneren in de zakenwereld.
2 soorten boekhouding:
1. Financial accounting: richt zich op verstrekken van informatie aan externe
besluitvormers. Investeerders, concurrenten, overheidsinstanties of toekomstige
werknemers.
2. Managerial accounting: richt zich op verschaffen van informatie voor interne
besluitvormers, zoals managers en werknemers.
LD2: Beschrijf de organisaties en regels die de boekhouding regelen
- Financial accounting standards board: boekhoudkundige standaarden in de VS
worden hierdoor gepubliceerd.
- Internal Accounting Standards Board: zelfde soort, in EU.
- Securities and Exchange Comission: toezicht op VS markt.
- European Securities and Market Authority: toezicht EU markt.
- General Accepted Accounting Principles: richtlijnen die boekhouding regelen op
nationaal niveau.
De volgende principes maken deel uit van GAAP:
1. Economische entiteit: een economische entiteit is een organisatie die losstaat als
een afzonderlijke economische entiteit.
2. Kostenprincipe: activa en passiva moeten geboekt worden tegen hun werkelijke
kostprijs en niet tegen de waarde die we denken dat de activa of passiva hebben.
Transactie moet worden geregistreerd als het werkelijke bedrag dat wordt betaald en
niet als verwachte kosten.
3. Monetaire eenheid: vereist dat posten in de jaarrekening kunnen worden gemeten
in termen van een monetaire eenheid (valuta).
4. Continuïteitsveronderstelling: aannemen dat bedrijf in toekomst blijft bestaan.
4 soorten bedrijfsorganisaties:
1. Eenmanszaak: bedrijf met 1 eigenaar.
2. Een maatschap: 2 of meer eigenaren.
3. Een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: waarbij elk lid alleen
aansprakelijk is voor zijn/haar daden.
4. Vennootschap: bedrijf dat georganiseerd is onder wetgeving van staat en dat een
aparte juridische entiteit is.
→ 7 kenmerken vennootschap:
1. Afzonderlijke juridische entiteit.
2. Ononderbroken levensduur en overdraagbaarheid van eigendom.
, 3. Geen onderling agentschap.
4. Beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders.
5. Scheiding van eigendom en management.
6. Vennootschapsbelasting.
7. Overheidsregulering
Bij het verstrekken van info aan belanghebbenden moet de info:
- Relevant zijn: de info moet gebruikt kunnen worden om beslissingen te nemen.
- Getrouw representatief: verstrekte info moet volledig, neutraal en vrij van materiële
fouten zijn.
LD 3: Beschrijf boekhoud vergelijking en definieer activa, passiva en eigen vermogen.
De boekhoudvergelijking meet:
- De middelen van een bedrijf;
- Wat het bedrijf bezit/controle over heeft;
- De aanspraken op deze middelen (crediteuren, aandeelhouders etc.)
Boekhoudvergelijking:
Activa = passiva + vermogen
→ moeten altijd gelijk zijn aan elkaar (wiskundige vergelijking)
- Activa (Assets): economische middelen waarvan wordt verwacht dat ze het bedrijf
in de toekomst ten goede zullen komen. Grond, meubilair, inventaris, contanten,
debiteuren en vooruitbetaalde kosten.
- Passiva (Lliabilities): schulden die bedrijf heeft aan schuldeisers. Crediteuren
(accounts payable). Passiva is dus als je nog een verplichting moet nakomen.
- Notes payable: langlopende schulden
- Salary payable: salaris nog betalen aan werknemers.
- Equity (EV): resterende vordering van aandeelhouders op de activa van bedrijf.
Bestaat uit:
1. Contributed capital (ingebracht kapitaal): dit wordt gestort kapitaal genoemd door
aandeelhouders in bedrijf geïnvesteerd.
2. Retainded earnings: EV dat wordt verdiend uit winstgevende activiteiten van het
bedrijf dat niet wordt verdeeld/geïnvesteerd door de aandeelhouders.
ASSETS = Lliabilities + Equity (contributed capital + retained earnings)
(common stock - dividends + revenues - expenses)
- Netto-inkomen = inkomsten > uitgaven
- Nettoverlies = inkomsten < uitgaven
LD 4: boekhoudvergelijking gebruiken om transacties te analyseren
Transactie = elke gebeurtenis die de financiele positie van een bedrijf beinvloedt, kan
gemeten worden met een getrouwe weergave.
3 stappen om een transactie te analyseren:
1. Identificeer de rekeningen en het type rekening.
2. Bepaal of elke rekening stijgt of daalt (vanuit bedrijfsperspectief).
3. Bepaal of de boekhoud vergelijking in evenwicht is.
, LD 5: Financiele overzichten opstellen
1. Income statement (winst en verliesrek) → info over winstgevendheid bepaalde
periode. Revenue - expenses = net income or loss (inkomsten - kosten)
2. Statement of retained earnings → retained earnings end = re beginning + net
income (or loss) - dividends for the period
3. Balance sheet → balans (momentopname voor een dag)
4. Statement of cashflows (kasstroomoverzicht): inkomende en uitgaande
kasstromen. Alleen transacties van geld.
a. Operationeel: regulier, dus inkomen goederen/verkoop producten en diensten
b. Investeringen
c. Financiering: transacties met schulden, aandelen en dividenden.
LD 6: financiele overzichten en rendement op activa (ROA) gebruiken om bedrijfsprestaties
te evalueren
ROA = return on assets
ROA = net income (or net loss) / averaging total assets. Netto-inkomen/ gem. totale activa
averaging total assets = (total assets beginning + total assets ending)/2
H2: Recording business transactions
LD 1: rekeningen uitleggen in rela tot de boekhoud vergelijking en veelvoorkomende
rekeningen beschrijven.
Asset accounts:
- Cash
- Accounts receivable (debiteuren): als een klant belooft in de toekomst te betalen
voor een dienst of goed dat al geleverd is. “op rekening”
- Notes receivable (te ontvangen notas: formele versie van debiteuren, schriftelijk
vastgelegd voor bepaalde datum in de toekomst.
- Prepaid expense (vooruitbetaalde kosten): een uitgave nu (asset) en een kost voor
later.
Liability accounts (schulden):
- Accounts payable (Crediteuren): belofte bedrijf om in toekomst een schuld te
betalen
- Notes payable (langlopende schulden): schriftelijke belofte om schuld in toekomst
(soms rente) te betalen
- Accrued liability (overlopende passive): bedrag dat verschuldigd is maar nog niet
betaald (huur, salaris belasting)
- Unearned revenue (onverdiende opbrengsten): is een verplichting. als bedrijf geld
ontvangt voordat ze hun product of dienst hebben geleverd.
Equity accounts (aandelenrekeningen): verlagen is debit kant, verhogen ev is credit
- Common stock (gewone aandelen): is van de aandeelhouders in bedrijg (verhoogt
EV). verhoogt ev
- Dividends: uitkering van contant geld of andere activa(winst) aan klanten. verlaagt ev