RECHTSWETENSCHAP II
2026
Inclusief alle nieuwe rechtsfilosofen
,Op advies van de werkgroep docent heb ik alles per filosoof/stroming
gecategoriseerd, zodat dit makkelijk is om te leren voor het tentamen. Dit
document bevat informatie en stof van de hoorcolleges, weblectures en
werkgroepen. Succes ! Op dit document rust art. 31 Auteurswet, verspreiding
van dit document is derhalve strafbaar.
Inhoudsopgave
The case of the spelucean explorers...............................................................................2
Rechtspositivisme............................................................................................................ 3
Hart................................................................................................................................. 4
Constructivisme............................................................................................................... 4
Dworkin........................................................................................................................... 5
Natuurrecht..................................................................................................................... 6
Pragmatisme................................................................................................................... 6
Montesquieu en Wiarda................................................................................................... 6
Paul Scholten................................................................................................................... 7
CLS.................................................................................................................................. 7
Katharina PISTOR............................................................................................................. 8
Iris Van Domselaar........................................................................................................... 8
Patrick Overeem.............................................................................................................. 9
Liberalisme.................................................................................................................... 10
Allesomvattend liberalisme............................................................................................ 10
MILL............................................................................................................................... 11
Susan okin..................................................................................................................... 11
Politiek Liberalisme........................................................................................................ 12
Martha Nussbaum.......................................................................................................... 12
Charles Mills.................................................................................................................. 13
Hannah Arendt............................................................................................................... 14
Aristoteles...................................................................................................................... 16
Sandel............................................................................................................................ 16
Communitarisme........................................................................................................... 17
Veraart.......................................................................................................................... 18
Sumption....................................................................................................................... 19
Eva Rovers..................................................................................................................... 20
Annemarie Kok.............................................................................................................. 22
,THE CASE OF THE SPELUCEAN EXPLORERS
Rechte Oordeel Kernargument Stroming en
r kernwaarden
Rechtspositivisme
Truepen De rechter moet hier de Kijk naar de letter van de wet. Maar de (Austin en Hart,
ny verdachten veroordelen uitvoerende macht kan wel verzocht worden week 2)
en daarna moet het gratie te verlenen. Echter is gratie geen zaak 1. Scheiding der
hoofd van de voor de rechterlijke macht. machten
uitvoerende macht hen 2. Rechtszekerheid
gratie verlenen. 3. Scheiding van
recht en moraal
Natuurrecht (week
Foster I De rechter moet de Het natuurrecht is van toepassing en niet het 2)
verdachten vrijspreken. positieve recht omdat de grotverkenners 1. Recht en moraal
zich in een natuurtoestand bevinden. vallen samen
Daardoor geldt de overeenkomst die zij 2. Rechtvaardigheid
gesloten hebben.
Constructivisme
Foster II De rechter moet de Je moet verder kijken dan de letter van de (Dworkin, week 2
verdachten vrijspreken. wet, je moet naar het doel van de wet kijken. & 3)
De rechtvaardigheid kan je binnen het recht 1. Teleologisch
vinden als je lang genoeg zoekt, het ligt 2. Rechtvaardigheid
impliciet besloten in de wet. Afschrikking 3. Achterliggende
heeft hier geen doel. beginselen
Rechtsrealisme
Tatting Trekt zich terug uit de Kunnen rechters wel beslissen over het (week 3 & 4)
zaak omdat hij het niet natuurrecht? En wat is dan de inhoud van dit 1. Rechter is ook
meer weet, hij kan geen natuurrecht? Het kan toch niet een maar gewoon een
beslissing maken overeenkomst boven het recht op leven mens en beslist op
doordat rationaliteit en zetten? basis van eigen
emotie door elkaar politieke
lopen. Hij is het soms Afschrikking is niet het enige doel van een voorkeuren
met Foster eens maar strafwet. 2. Rechtvaardigheid
kan hier ook weer Critical legal
punten tegenover movement studies
plaatsen.
Keen De grotverkenners De rechters kunnen geen verzoek tot gratie
moeten veroordeeld doen. Scheiding tussen de uitvoerende en
worden (maar heeft het rechterlijke macht. Rechtspositivisme
liefst gratie).
Men moet zich houden aan de letters van de Scheiding der
wet anders weten mensen niet meer waar ze machten.
aan toe zijn, rechtszekerheid en democratie. Rechtspositivisme
Daarna kan de wet dan nog hervormd Rechtszekerheid
worden indien dit nodig is. Er is dus een
scheiding tussen recht en moraal. Het
primaat ligt bij de wetgever, als hij meer
moraal in de wet wil moet hij dit realiseren.
Moraal speelt bij het spreken van recht geen
rol.
Instrumentalisme
Handy De grotonderzoekers Er moet good government zijn. Waarbij Utilitarisme (week 3)
moeten vrijuit gaan. gekeken wordt wat de massa wil samen met Populisme
gebruik van het gezond verstand. De Formele opvatting
uitvoerende macht zal zelf waarschijnlijk democratie (week
toch geen gratie geven. 6)
Pragmatisme
Doelmatigheid
Chief executive = uitvoerende macht.
True penny hij maakt een onderscheid tussen de letter en de geest van de wet. Zij
oplossing volgt zowel de letter als de geest van de wet. Geest van de wet is gratie. Zijn
oplossing is veroordeling. Geest van de wet is bedoeling van de wet en het doel van de
wet.
, Foster II (want redenering I is n.v.t. in casu). 1e redenering positieve recht
veronderstelt samenleven en natuurtoestand (situatie waar geen positief recht is). new
character of government in het sociaal contract wordt een nieuwe rechtsorde ingeroepen
leidt tot vrijspraak. 2e redenering gaat ervan uit dat het positieve recht wel van
toepassing is. je moet verder kijken dan de letter van de wet. Maar ook naar het doel. Je
kijkt naar afschrikking. Dit komt het dichtst bij noodweer. Teleologische interpretatie van
toepassing. Foster II is wel trouw aan de wet. P.20 bovenaan. Intellectuele trouw aan de
wet.
Hij kijkt voorbij de letter van de wet
Tatting hij neemt geen beslissing . hij wil wel trouw zijn maar het lukt hem niet. In
Nederlandse recht zou hij voor rechtsweigering vervolgd kunnen worden. Innerlijke
verschuurd. Meerdere doelen. Zijn kritische vraag is; is afschrikking het doel.
Zelfverdediging interpretatie. Willfull act> voorbedachte raad ? geen beroep op
zelfverdediging. Cls stijl. Recht geeft hem geen houvast.
Keen er is wel sprake van moord. Grammaticale interpretatie methode. Hij is trouw aan
de wet. De vraag naar gratie hoeft niet te worden beantwoord. Trias politica argument.
Scheiding der machten. Door een burgeroorlog ontstaan. De morele vraag moet niet
worden beantwoord. Primaat van de wetgever. Rechtszekerheid
Handy instrument om politieke doelen te bereiken efficiëntie is van belang. Met behulp
van een hamer > instrument gebruik je als je het nodig hebt. Trouw zijn aan de wet is
niet nodig. Je hebt een set minimum regels nodig en gezond verstand. Burgers die tot
over een stemming komen met rechters. Hij gaat over tot vrijstelling en doelmatigheid.
Opiniepeiling vindt hij belangrijk. Doelmatigheid. Recht is gereedschap voor een
soepelere maatschappij. Handy is een pragmaticus.
RECHTSPOSITIVISME
Accent op rechtszekerheid
Recht is wat in de rechtsbronnen staat aan de hand van de erkende rechtsbronnen
kunnen we identificeren wat geldend recht is
Lagere regels ontlenen hun gelding aan hogere regels
Geldend recht kan onwenselijk of immoreel zijn
o Scheiding tussen recht en moraal
o Geen juridische maar ethische kwestie
Een rechter moet volgens de letter van de wet spreken, niet zij eigen subjectieve
voorkeur volgen
o Dichtbij positieve recht blijven
Regels die te herleiden zijn tot rechtsbron = geldend recht
Grammaticale interpretatie
Rechtsvinding
o Heteronome rechtsvinding
o Grammaticaal, wetsystematisch & wetshistorische interpretatie
Als je als rechter op zoek gaat naar achterliggende doelen van een wet = kans op
willekeur en dan politiseert rechtspraak
Wet = wet
o Wat je moreel juist vindt doet hier niet aan af. Geen ruimte voor interpretatie