PSYCHOPATHOLOGIE
SAMENVATTING
Boek: Pedagogische adviezen voor
speciale kinderen
,INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2
INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
BIJLAGE I – ONTWIKKELING VAN HET KIND ............................................................................................ 4
HECHTINGSSTOORNISSEN ....................................................................................................................... 5
FAALANGST.............................................................................................................................................. 8
POSTTRAUMATISCHE STRESSSTOORNISSEN (PTSS) .............................................................................. 10
DEPRESSIEVE GEVOELENS ..................................................................................................................... 12
AANDACHTSTEKORTSTOORNISSEN MET EN ZONDER HYPERACTIVITEIT (ADHD/ADD) ........................ 14
OPPOSITIONEEL-OPSTANDIGE GEDRAGSSTOORNIS (ODD) .................................................................. 16
ANTISOCIALE AGRESSIEVE GEDRAGSSTOORNISSEN (CD) ..................................................................... 18
OUDERS MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING (DELTAMETHODE).................................................... 21
OUDERS MET PSYCHISCHE STOORNISSEN (DELTAMETHODE) .............................................................. 23
TENTAMENVRAGEN .............................................................................................................................. 27
Samenvatting Orthopedagogiek/psychopathologie
2
, INLEIDING
Betekenis orthopedagogiek
Ortho = normaal, volgens de regel
Pedagogiek = opvoedkunde
Orthopedagogiek
Richten zich primair op opvoeding en invloed daarvan op de ontwikkeling van het kind.
Ziet het probleem in eerste plaats als opvoedingsprobleem en opvoedingsopdracht.
Richt zich op opvoedingsvraag die uit problemen/stoornis naar voren komen.
POS = problematische opvoedingssituatie
Situatie tussen opvoeders en kind, die als nagenoeg perspectiefloos wordt ervaren en waarbij men er
niet meer in slaagt om die situatie perspectiefbiedend te maken zonder hulp van buitenaf.
Tweede lijn = gespecialiseerde zorg.
Gedragsstoornis of gedragsprobleem?
Gedragsstoornis
Het probleem is niet te verhelpen en de persoon moet ermee leren omgaan. Een stoornis vindt haar
oorsprong vooral in het lichaam en is voornamelijk in aanleg meegegeven.
Weerstand tegen veranderingen;
Gebrekkig empathisch vermogen.
In de pyschiatrie spreekt men meestal pas van een stoornis als specifieke kenmerken tenminste een
bepaalde tijd continu voorkomen (min. 6 maanden).
Gedragsprobleem
Oorsprong ligt in de omgeving en is de mogelijkheid van beïnvloeding van buitenaf groter. Er is
echter altijd een wisselwerking tussen de aanleg van het kind en zijn omgeving.
Risicofactor gedragsstoornis (mogelijke voorbode)
Temperament in nieuwe situaties reageren met schrik, afwijzing en huilen.
In tegenstelling tot kinderen die positief en nieuwsgierig reageren op prikkels.
Wisselwerking
Interactie kind en ouders kan in aanleg aanwezige factoren verminderen/verergeren.
Beïnvloeding van buitenaf bij probleem groter dan bij stoornis.
Samenvatting Orthopedagogiek/psychopathologie
3