Licht donker adaptatie
Normale fusie van het oog
Binoculair zien is het kijken met 2 ogen.
Bij het plaatje hiernaast kijkt het kindje naar een stukje
speelgoed. Dat beeld valt op beide netvliezen, waardoor je
een beeld van het linkeroog en het rechteroog krijgt. In de
hersenen worden deze 2 beelden samen weer 1 beeld.
Het samen krijgen van de beelden heet fusie.
Doordat wij kijken met 2 ogen kunnen wij diepte zien. Dit
noemen we stereoscopisch zien.
Bij het ontwikkelen hiervan is het belangrijk dat beide ogen
exact tegelijk naar hetzelfde punt kijken.
Hierdoor worden de corresponderende netvliescellen van
het rechter- en het linkeroog tegelijkertijd belicht.
Als hierin ook maar een kleine afwijking zit, is er sprake van
een fixatie disparatie.
Fixatie disparatie
Iedereen heeft fixatie disparatie als onderdeel van de normale samenwerking tussen de ogen.
Als de twee beelden (van elk oog één) verschoven zijn ten opzichte van elkaar, corrigeren de
hersenen hiervoor. → Deze correctie noemen we fixatie disparatie.
Als er geen samenwerking tussen de ogen is, zoals bij scheelzien, is er geen fixatie disparatie.
Er komt dan maar één beeld in het achterste deel van de hersenen terecht.
Na een lange tijd wordt het beeld dat voor verwarring zorgt helemaal uitgeschakeld en wordt er geen
beeld meer gevormd in het scheelstaande oog. Er ontstaat dan een lui oog → Amblyopie.
, Herhaling blok A - Actiepotentiaal
In een axon zorgen de elektrische Na+ en K +
kanaaltjes voor het doorgeven van een
actiepotentiaal.
Natrium zit buiten de cel en kalium zit in de cel.
In de afbeelding hiernaast zijn de stappen van het
actiepotentiaal uitgelegd.
Actiepotentialen en hersenen
De buitenwereld moet vertaald worden voor de hersenen. De hersenen verwerken alleen maar
elektrische impulsen, ook wel actiepotentialen genoemd. Ze zien, horen, proeven of ruiken niets!
Willen je ogen goed werken, dan zijn er 2 voorwaarden / eisen:
- Moet werken bij een laag lichtniveau en een hoog lichtniveau.
- Moet snel werken.
Het verschil tussen licht en donker is het verschil in lux.
De lux is een eenheid van verlichtingssterkte:
- 1 lux is de verlichtingssterkte voortgebracht door 1 candela op een oppervlak loodrecht op
de lichtstralen op een afstand van 1 meter van de bron.
Candela betekent kaars in het Latijn. Eén candela komt ongeveer overeen met de lichtsterkte van een
gewone kaars.
De eenheid die wordt gebruikt voor de totale lichtstroom in een lichtbundel,
noemen we lumen.
De lumen is de maat voor de totale hoeveelheid licht die een lichtbron in alle
richtingen uitstraalt.
Een lichtbundel met een sterkte van 1 candela en een ruimtehoek van 1
steradiaal (= 65,5°) heeft een totale lichtstroom van 1 lumen.