Hoorcollege 1: Legaliteitsbeginsel
Art 1 Sr en 16 Gw
• Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
– Omschrijving van de strafbare gedraging. Deze moet duidelijk omschreven zijn
– Omschrijving van de wettelijke sanctie. Deze geeft aan welke straf gevorderd kan worden.
– Geen terugwerkende kracht
– Verbod op extensieve interpretatie. Het is niet geheel duidelijk wanneer iets extensief is en
wanneer niet, deze vraag zal dit college het meest aan de orde komen.
Het rechtszekerheidsbeginsel ligt ten grondslag aan het legaliteitsbeginsel. Rechtszekerheid houdt in
dat iedereen moet kunnen weten welke gedragingen strafbaar zijn. De overheid heeft niet meer
bevoegdheden dan de wet de overheid toekent. Bevoegdheidsverlening en bevoegdheidsbeperking,
zorgt voor bescherming tegen willekeur. De bevoegdheidsverlening moet uiteindelijk terug te voeren
zijn naar een democratisch gelegitimeerd besluit. Gelijkheidsbeginsel ligt ook nauw samen met het
legaliteitsbeginsel.
Achtergrond van legaliteit
– Schuldgezichtspunt. Dader wist of kon weten dat zijn gedraging strafbaar was.
– Democratische legitimatie. Minder sterk dan common law.
– Rechtszekerheid. Kenbaarheid en voorzienbaarheid van het strafrecht
– Verhouding wetgever-rechter. De rechter past de wet toe, hij vormt geen recht
– Bescherming tegen de overheid. Het strafrecht begrenst de dwangmiddelen van de staat.
Kanttekeningen bij het legaliteitsbeginsel
– Burgers kennen de tekst van de wet niet. Oplossing: de wet moet overeenstemmen met
sociale normen?
– Oude wetgeving is niet altijd democratische gelegitimeerd. Voorbeeld: wetboek van
Strafrecht
– Ook de rechter treedt rechtsvormend op. Oplossing: de rechter moet zich houden aan
beginselen?
– De wet beperkt de mogelijkheid om misdaad te bestrijden. Valt slachtofferbescherming
onder het legaliteitsbeginsel?
Art. 7 EVRM
• Niemand mag worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat geen strafbaar feit
naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde dat het handelen of nalaten
geschiedde.
– Nationaal of internationaal recht
– Geen terugwerkende kracht
,Verschil:
• Art. 7 EVRM: nationaal recht kan ruimer zijn dan wettelijke strafbepaling, bijvoorbeeld in
common law (rechtspraak is ‘recht’ in de zin van art. 7 EVRM).
• Art. 7 lid 2 EVRM: uitzonderingen zijn mogelijk op het legaliteitsbeginsel wanneer een
gedraging een strafbaar feit is volgens algemene rechtsbeginselen door beschaafde volken
erkend. Een voorbeeld hiervan is genocide, dit werd toegepast tegen de nazi’s terwijl het niet
strafbaar is gesteld in Duitsland. Achteraf na de gedraging werd dit gebruikt om de nazi’s te
vervolgen ondanks dat het nog niet strafbaar is gesteld ten tijde van het plegen van de
genocide.
Verkrachting binnen het huwelijk
• EHRM 22 november 1995, NJ 1997, 1
– Het recht moet een duidelijke definitie van het strafbaar feit bevatten met het oog op de
kenbaarheid en voorzienbaarheid.
– Het recht moet nader worden uitgelegd in rechtspraak om begrippen te verduidelijken en
aan te passen aan veranderende omstandigheden. Hier word de rechter dus de bevoegdheid
gegeven de wet aan te vullen.
– De ontwikkeling van het strafrecht via rechterlijke interpretatie moet aansluiten bij de
essentie van de strafbepaling en redelijkerwijs voorzienbaar zijn voor degene die strafbaar
gesteld wordt.
– De gedraging tast fundamentele rechten van het slachtoffer aan die onder de bescherming
van het EVRM vallen
Verhouding wetgever/rechter
Scheiding der machten (Montesquieu):
– Wetgever stelt strafbepalingen vast.
– Rechter past strafbepalingen toe.
– Problemen:
o Onduidelijke begrippen. Deze begrippen dienen nader te worden bepaald in de
rechtspraak.
o Veranderende omstandigheden. Bijvoorbeeld technologische vooruitgang.
o Veranderende opvattingen. Bijvoorbeeld de verhouding tussen de man en vrouw.
– Oplossingen:
o Methode van het materiële strafrecht
o Interpretatietmethoden
o Communicatie wetgever-rechter
Methode van het materiele strafrecht
– Algemene begrippen
– Criteria in rechtspraak ontwikkelt
– Toepassing in variaties
– Vergelijking met casus
, – Voorbeeld: opzet
o Voorwaardelijk opzet
o Aanmerkelijke kans
o HIV
Interpretatiemethode.
– Tekstueel. Gaat voornamelijk over wat een begrip betekend
– Wetshistorisch. Kijken naar de intentie van de wetgever in de parlementaire stukken.
– Wetssystematisch. Zijn er andere strafbepalingen die van toepassing zijn?
– Teleologisch. Gaat vooral om de vraag welk belang word beschermd en kijken naar het doel.
Communicatie
– De wetgever geeft aan dat begrippen moeten worden ontwikkeld in wetenschap en
rechtspraak.
– De rechter geeft aan dat de ontwikkeling van begrippen ‘zijn rechtsvormende taak te buiten
gaat’.
– De rechter geeft een restrictieve interpretatie wanneer de wet te ruim is.
– De wetgever komt met uitbreidende wetgeving wanneer de rechter niet ver genoeg gaat.
– De wetgever komt met beperkende wetgeving wanneer de rechter te ver gaat.
Elektriciteit
Uitleg van het begrip ‘goed’, valt elekticiteit onder het begrip ‘goed’?
– Tekstueel: art. 310 Sr.
– Wetshistorie: Elektriciteit in 1886
– Wetssystematiek: verhouding met art. 326 Sr
– Teleologie: doel van art. 310 Sr is het beschermen van vermogen (beslissend geweest in deze
zaak)
o Bescherming vermogen
Elektriciteit heft een zelfstandig bestaan
Het is overdraagbaar en accumuleerbaar
Opwekking en beschikbaarheid
Het heeft een economische waarde
– Conclusie: Elektriciteit is een goed
– Toeëigenen: inschakelen lamp of motor
– Grens: rechten zijn geen goederen in de zin van art. 310 Sr
Legaliteitsbeginsel
Stelling Elektriciteit is een goed
Tegen: conclusie A-G Besier, verwijst naar paardenkracht van een tram
Voor: noot Taverne, zegt dat je de analogie moet zien. Je moet kijken of het nieuwe recht aansluit bij
de sociale normen.
Argumenten op grond van legaliteitsbeginsel? Geen schending met de rechtszekerheid, hij weet dat
hij iets doet wat niet mag. De verdachte wist dat hij onrechtmatig handelde maar er was twijfel of hij
ook strafbaar handelde.
Art 1 Sr en 16 Gw
• Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
– Omschrijving van de strafbare gedraging. Deze moet duidelijk omschreven zijn
– Omschrijving van de wettelijke sanctie. Deze geeft aan welke straf gevorderd kan worden.
– Geen terugwerkende kracht
– Verbod op extensieve interpretatie. Het is niet geheel duidelijk wanneer iets extensief is en
wanneer niet, deze vraag zal dit college het meest aan de orde komen.
Het rechtszekerheidsbeginsel ligt ten grondslag aan het legaliteitsbeginsel. Rechtszekerheid houdt in
dat iedereen moet kunnen weten welke gedragingen strafbaar zijn. De overheid heeft niet meer
bevoegdheden dan de wet de overheid toekent. Bevoegdheidsverlening en bevoegdheidsbeperking,
zorgt voor bescherming tegen willekeur. De bevoegdheidsverlening moet uiteindelijk terug te voeren
zijn naar een democratisch gelegitimeerd besluit. Gelijkheidsbeginsel ligt ook nauw samen met het
legaliteitsbeginsel.
Achtergrond van legaliteit
– Schuldgezichtspunt. Dader wist of kon weten dat zijn gedraging strafbaar was.
– Democratische legitimatie. Minder sterk dan common law.
– Rechtszekerheid. Kenbaarheid en voorzienbaarheid van het strafrecht
– Verhouding wetgever-rechter. De rechter past de wet toe, hij vormt geen recht
– Bescherming tegen de overheid. Het strafrecht begrenst de dwangmiddelen van de staat.
Kanttekeningen bij het legaliteitsbeginsel
– Burgers kennen de tekst van de wet niet. Oplossing: de wet moet overeenstemmen met
sociale normen?
– Oude wetgeving is niet altijd democratische gelegitimeerd. Voorbeeld: wetboek van
Strafrecht
– Ook de rechter treedt rechtsvormend op. Oplossing: de rechter moet zich houden aan
beginselen?
– De wet beperkt de mogelijkheid om misdaad te bestrijden. Valt slachtofferbescherming
onder het legaliteitsbeginsel?
Art. 7 EVRM
• Niemand mag worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat geen strafbaar feit
naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde dat het handelen of nalaten
geschiedde.
– Nationaal of internationaal recht
– Geen terugwerkende kracht
,Verschil:
• Art. 7 EVRM: nationaal recht kan ruimer zijn dan wettelijke strafbepaling, bijvoorbeeld in
common law (rechtspraak is ‘recht’ in de zin van art. 7 EVRM).
• Art. 7 lid 2 EVRM: uitzonderingen zijn mogelijk op het legaliteitsbeginsel wanneer een
gedraging een strafbaar feit is volgens algemene rechtsbeginselen door beschaafde volken
erkend. Een voorbeeld hiervan is genocide, dit werd toegepast tegen de nazi’s terwijl het niet
strafbaar is gesteld in Duitsland. Achteraf na de gedraging werd dit gebruikt om de nazi’s te
vervolgen ondanks dat het nog niet strafbaar is gesteld ten tijde van het plegen van de
genocide.
Verkrachting binnen het huwelijk
• EHRM 22 november 1995, NJ 1997, 1
– Het recht moet een duidelijke definitie van het strafbaar feit bevatten met het oog op de
kenbaarheid en voorzienbaarheid.
– Het recht moet nader worden uitgelegd in rechtspraak om begrippen te verduidelijken en
aan te passen aan veranderende omstandigheden. Hier word de rechter dus de bevoegdheid
gegeven de wet aan te vullen.
– De ontwikkeling van het strafrecht via rechterlijke interpretatie moet aansluiten bij de
essentie van de strafbepaling en redelijkerwijs voorzienbaar zijn voor degene die strafbaar
gesteld wordt.
– De gedraging tast fundamentele rechten van het slachtoffer aan die onder de bescherming
van het EVRM vallen
Verhouding wetgever/rechter
Scheiding der machten (Montesquieu):
– Wetgever stelt strafbepalingen vast.
– Rechter past strafbepalingen toe.
– Problemen:
o Onduidelijke begrippen. Deze begrippen dienen nader te worden bepaald in de
rechtspraak.
o Veranderende omstandigheden. Bijvoorbeeld technologische vooruitgang.
o Veranderende opvattingen. Bijvoorbeeld de verhouding tussen de man en vrouw.
– Oplossingen:
o Methode van het materiële strafrecht
o Interpretatietmethoden
o Communicatie wetgever-rechter
Methode van het materiele strafrecht
– Algemene begrippen
– Criteria in rechtspraak ontwikkelt
– Toepassing in variaties
– Vergelijking met casus
, – Voorbeeld: opzet
o Voorwaardelijk opzet
o Aanmerkelijke kans
o HIV
Interpretatiemethode.
– Tekstueel. Gaat voornamelijk over wat een begrip betekend
– Wetshistorisch. Kijken naar de intentie van de wetgever in de parlementaire stukken.
– Wetssystematisch. Zijn er andere strafbepalingen die van toepassing zijn?
– Teleologisch. Gaat vooral om de vraag welk belang word beschermd en kijken naar het doel.
Communicatie
– De wetgever geeft aan dat begrippen moeten worden ontwikkeld in wetenschap en
rechtspraak.
– De rechter geeft aan dat de ontwikkeling van begrippen ‘zijn rechtsvormende taak te buiten
gaat’.
– De rechter geeft een restrictieve interpretatie wanneer de wet te ruim is.
– De wetgever komt met uitbreidende wetgeving wanneer de rechter niet ver genoeg gaat.
– De wetgever komt met beperkende wetgeving wanneer de rechter te ver gaat.
Elektriciteit
Uitleg van het begrip ‘goed’, valt elekticiteit onder het begrip ‘goed’?
– Tekstueel: art. 310 Sr.
– Wetshistorie: Elektriciteit in 1886
– Wetssystematiek: verhouding met art. 326 Sr
– Teleologie: doel van art. 310 Sr is het beschermen van vermogen (beslissend geweest in deze
zaak)
o Bescherming vermogen
Elektriciteit heft een zelfstandig bestaan
Het is overdraagbaar en accumuleerbaar
Opwekking en beschikbaarheid
Het heeft een economische waarde
– Conclusie: Elektriciteit is een goed
– Toeëigenen: inschakelen lamp of motor
– Grens: rechten zijn geen goederen in de zin van art. 310 Sr
Legaliteitsbeginsel
Stelling Elektriciteit is een goed
Tegen: conclusie A-G Besier, verwijst naar paardenkracht van een tram
Voor: noot Taverne, zegt dat je de analogie moet zien. Je moet kijken of het nieuwe recht aansluit bij
de sociale normen.
Argumenten op grond van legaliteitsbeginsel? Geen schending met de rechtszekerheid, hij weet dat
hij iets doet wat niet mag. De verdachte wist dat hij onrechtmatig handelde maar er was twijfel of hij
ook strafbaar handelde.