Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

TOTALE samenvatting goederenrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
40
Geüpload op
27-10-2014
Geschreven in
2014/2015

Bevat hele stof zoals omschreven in blokboek , HBO-Rechten te Hogeschool Leiden. Praktisch, doelgericht en een eenvoudige uitleg. Niks van het tentamenstof is overgeslagen! Succes!

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting goederenrecht:

Hoofdstuk 1: Basisbegrippen van het goederenrecht
1.1 Goederen, zaken en vermogensrechten
Goederen(3:1) = alle zaken(3:2) en vermogensrechten(3:6).
Zaken (3:2) = de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten -->
auto, boek, huis en dieren.
Vermogensrechten (3:6) = rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een
ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk
voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het
vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten. (-->
rechthebbende op vermogensrecht)
--> een recht met vermogenswaarde
 overdraagbaar: kan zelfstandig of samen met ander recht.

1.2 Roerende en onroerende zaken
Onroerend = 3:3 lid 1 BW, zaken die niet verplaatsbaar zijn
- Grond
- Ongewonnen delfstoffen
- Beplantingen met de grond verenigd
- Gebouwen duurzaam met de grond verenigd
- Werken duurzaam met de grond verenigd
-Gebouw/werk die door vereniging met ander gebouw/werk duurzaam met
grond is
verenigd

Belangrijkste uitspraak over onroerend is in 1997 gedaan door de HR: Portacabin-
arrest --> een portacabin is een keet, vaak gebruikt als tijdelijke kantoorruimte
op een bouwterrein of als noodgebouw van bijvoorbeeld een school.
Centrale vraag: is een portacabin roerend of onroerend?
HR: een portacabin is naar haar aard en inhoud bestemd om duurzaam ter
plaatse te blijven en het is niet van belang dat in technisch opzicht de
mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen. Conclusie: het is een
onroerende zaak, Rabobank heeft gelijk.

Roerend = 3:3 lid 2 BW, verplaatsbare zaken.

1.3 Hoofdzaak en bestanddeel
Bestanddeel = art 3:4 --> alles wat volgens verkeersopvatting (maatschappelijk
verkeer, omgang van mensen met elkaar in maatschappij) deel uit maakt van
een zaak.
Hoofdzaak = de zaak waarvan het bestanddeel een onderdeel van uitmaakt.

3:4 lid 2 = 2de omschrijving van het begrip bestanddeel --> een zaak is zodanig
verbonden met een andere zaak dat je het niet kan losmaken van elkaar zonder
het te beschadigen. (Denk aan ruit in een kozijn).
Hoofdzaak en een bestanddeel vormen in juridisch opzicht 1 geheel. Bomen,
planten zijn bestanddeel van de grond als ze in de grond geplant zijn.

1.4 Registergoederen en niet-registergoederen
art 3:10 BW --> Vereisten:
1. Goederen;
2. Inschrijving in openbare registers (deze registers zijn voor een ieder
toegankelijk, zie ook art 3:16 BW)


1

,<Onroerende zaken zijn altijd registergoederen en voor de overdracht of
vestiging is altijd inschrijving in registers noodzakelijk>
Kadaster = instantie die de openbare registers voor onroerende zaken bijhoudt
en die ervoor zorg draagt dat de gegevens van overdracht of vestiging worden
ingeschreven.

Let op: naast onroerende zaken zijn vliegtuigen en sommige schepen ook
registergoederen.

1.5 Natuurlijke en burgerlijke vruchten, goede trouw
3:9 lid 1 = natuurlijke vrucht, vereisten:
1. het zijn zaken;
2. deze worden volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken
aangemerkt
Voorbeeld: een appel, een puppy.
Natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak op het moment dat deze wordt
afgescheiden (lid 4)

3:9 lid 2 = burgerlijke vrucht, vereisten:
1. het zijn rechten (vermogensrechten);
2. deze worden volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen
aangemerkt
Voorbeeld: rente over een geldbedrag, de huuropbrengst van een woning.
Een burgerlijke vrucht wordt een zelfstandig recht op het moment dat deze
opeisbaar wordt (lid 4)

Art. 3:11 = goede trouw
Het ontbreekt;
 Wanneer iemand de feiten of het recht waarop zijn G.T. betrekking
heeft kende; (je koopt iets maar je weet dat gestolen is)
 Wanneer iemand de feiten of het recht waarop zijn G.T. betrekking
heeft behoorde te kennen. (onderzoeksplicht)
Doet er zich een situatie voor waarin onderzoek niet mogelijk was, dan betekent
dat niet automatisch dat je T.G.T. was. Ook in dat geval kan je verweten worden
dat je de feiten had behoren te kennen.




2

, Hoofdstuk 2: Absolute rechten en relatieve rechten
2.1 Inleiding
Absolute rechten = zijn rechten die een persoon op een goed kan hebben, dus
een recht op een zaak ofwel een recht op een vermogensrecht. Dit geldt
tegenover iedereen.
--> De rechthebbende kan bepalen wat hij met het goed doet.

Relatieve rechten = ook wel persoonlijke rechten. Rechten die slechts tegenover
een bepaalde persoon werken.

2.2 Kenmerken absolute rechten
Alle absolute rechten staan in de wet. Er zijn er 8.
Boek 3 BW:
1. Vruchtgebruik (3:201)
2. Pand (3:227)
3. Hypotheek (3:227)
Boek 5 BW:
4. Eigendom (5:1)
5. Erfdienstbaarheid (5:70)
6. Erfpacht (5:85)
7. Opstal (5:101)
8. Appartement (5:106)

Behalve dat absolute rechten jegens eenieder werken, zijn er nog andere
rechtsgevolgen verbonden aan deze rechten:
1. Zaaksgevolg - droit de suite: het absolute recht op een goed blijft bestaan,
ook al bevindt dit goed zich niet meer in de macht van de rechthebbende.
Het absolute recht volgt dus het goed.
2. Prioriteitsbeginsel - droit de priorité: Ingeval er meer dan 1 absoluut recht
op een goed rust, dan gaat het eerder gevestigde absolute recht vóór een
later gevestigd absoluut recht.
3. Bevoorrechte positie - droit de préference: Wanneer een persoon of een
bedrijf failliet gaat, dan vallen in beginsel al zijn goederen in het
faillissement. Bevinden zich op dat moment goederen onder de failliet
waar een derde een absoluut recht op heeft, dan vallen die goederen niet
onder het faillissement. De goederen kunnen door de rechthebbende
buiten het faillissement worden gehouden.

2.3 Onderscheid volledige en beperkte rechten
Het eigendomsrecht is het enige absolute recht dat een volledig recht is, en de
overige rechten zijn alle beperkte rechten.

5:1 BW = eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een
zaak kan hebben --> eigenaar kan alles doen met zijn eigendom. Eigendomsrecht
is ook wel moederrecht.

Beperkt recht = 3:8 BW --> het is een minder vergaand recht dan een volledig
recht.



3

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
27 oktober 2014
Bestand laatst geupdate op
28 oktober 2014
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.78
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Nmi

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Nmi Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
7
Documenten
6
Laatst verkocht
4 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen