BIOTECHNOLOGIE
Uitgebreide Samenvatting 2025–2026
Toegepaste Biologie · Jaar 2
HC1 t/m HC6 | Basistechnieken · DNA-merkers · Regulatie genexpressie
Horizontale gentransfer · Genetische modificatie · Toetsvoorbereiding
,HC1 – Basistechnieken in de moleculaire biologie
In dit hoofdstuk worden de fundamentele DNA-technieken besproken die de basis vormen voor
alle moleculaire merkertechnieken. Kennis van deze technieken is essentieel voor het begrijpen
van DNA-analyses in zowel onderzoek als de praktijk.
1.1 Zichtbaar maken van variatie
Genetische variatie kan op drie niveaus zichtbaar worden gemaakt:
• DNA-niveau: genetische variatie (allelen, mutaties)
• (m)RNA-niveau: genexpressieverschillen – welke genen actief zijn
• Eiwitniveau: genexpressieverschillen en/of genetische variatie
1.2 DNA-extractie
Genetische merkertechnieken beginnen altijd met het isoleren van DNA uit cellen. Er zijn drie
mogelijke DNA-bronnen in een eukaryote cel: kern-DNA (chromosomaal DNA), mitochondriaal
DNA en chloroplast-DNA (alleen bij planten).
Stappen bij DNA-isolatie
1. Lyseren van cellen: door malen of toevoeging van detergens (zeep) valt het celmembraan
uiteen.
2. Eiwitten verwijderen: een proteaseenzym breekt eiwitten af (histonen, DNasen).
3. DNA neerslaan: door toevoeging van ijskoude alcohol precipiteert het DNA; het wordt
verzameld door centrifugeren of pipetteren.
1.3 DNA-restrictie (knippen)
Restrictie-enzymen herkennen specifieke dubbelstrengs DNA-sequenties en knippen het DNA
ter hoogte van die sequentie. Er zijn meer dan 800 verschillende restrictie-enzymen
commercieel verkrijgbaar, met meer dan 100 verschillende doelsequenties.
Eigenschap Toelichting
Functie in de cel Bescherming tegen vreemd DNA (bijv. afbreken van virus-
DNA)
Snijpatroon: recht (blunt ends) Beide strengen worden recht doormidden geknipt – geen
uitsteeksels
Snijpatroon: plakkerig (sticky ends) Diagonale knip; korte enkelstrengs uitsteeksels (3' of 5')
ontstaan
Toepassing in lab DNA-moleculen kleiner maken, gericht of willekeurig
knippen
, Eigenschap Toelichting
Aantal varianten >800 typen met >100 verschillende doelsequenties
1.4 DNA-ligatie (plakken)
Ligatie is het aaneenhechten van DNA-fragmenten door het enzym DNA-ligase. Dit enzym
verbindt de suiker-fosfaatbindingen van twee aangrenzende DNA-strengen met elkaar.
• Ligatie is nodig bij DNA-replicatie, na conjugatie, na transformatie en na transductie.
• Sticky ends vergemakkelijken ligatie doordat ze eerst via complementaire basenparing
bij elkaar worden gehouden.
1.5 DNA-hybridisatie
DNA-hybridisatie is de vorming van waterstofbruggen tussen twee complementaire enkelstrengs
DNA-moleculen (of DNA en RNA). Dit is de basis voor PCR (primers binden aan de
doelsequentie) en voor het gebruik van probes bij detectie.
1.6 DNA-synthese
Synthetisch DNA kan worden aangemaakt in elke gewenste volgorde. In moleculaire technieken
worden drie typen gebruikt:
• Primers (enkelstrengs, 18–25 nucleotiden): het startpunt voor DNA-polymerase bij PCR
en replicatie.
• Adapters (dubbelstrengs, ~18–25 nucleotiden): binden aan target-DNA voor koppeling
aan een oppervlak (bijv. bij next-generation sequencing).
• Probes (enkelstrengs, ~100–1000 nucleotiden): gemerkte (gelabelde) DNA- of RNA-
moleculen die volledig complementair zijn aan het te detecteren DNA of RNA.
1.7 PCR – Polymerase Chain Reaction
PCR is een in-vitro-techniek waarmee een specifiek DNA-fragment in korte tijd miljoenen keren
gekopieerd wordt. PCR is geschikt voor fragmenten van 100 tot circa 1500 nucleotiden; voor
grotere moleculen zoals volledige chromosomen is de techniek niet bruikbaar.
Ingrediënten van de PCR-mix
Component Functie
DNA-template Bevat het te amplificeren doel-DNA (target-DNA)
Forward en reverse primer Bepalen begin en einde van het fragment; startpunt voor
DNA-polymerase
dNTP's (desoxynucleotidetrifosfaten) Bouwstenen voor de nieuwe DNA-strengen (A, T, G en C)
, Component Functie
Taq- of Pfu-polymerase Hittestabiel enzym dat de nieuwe DNA-streng
synthetiseert in 5'→3'-richting
Mg²⁺ (magnesiumion) Cofactor van Taq-polymerase; essentieel voor de
enzymatische activiteit
Zoutbuffer Houdt de pH en ionsterkte optimaal; stabiliseert het
enzym
Water Oplosmiddel
De drie stappen van elke PCR-cyclus
Denaturatie (94–96 °C): waterstofbruggen tussen de twee DNA-strengen worden
1 verbroken; dsDNA valt uiteen in twee ssDNA-strengen.
Annealing / primerbinding (50–65 °C): de forward- en reverseprimer binden elk aan hun
2 complementaire sequentie op de ssDNA-strengen.
Elongatie / extensie (72 °C): Taq-polymerase verlengt de primer in 5'→3'-richting met
3 behulp van de dNTP's en vormt zo de nieuwe complementaire streng.
Figuur 1 – De drie stappen van een PCR-cyclus. Na n cycli zijn er theoretisch 2ⁿ kopieën van het target-DNA.
Na 30 cycli ontstaan theoretisch 2³⁰ ≈ 1,07 × 10⁹ kopieën van het target-DNA. De dNTP's en de
primers worden verbruikt; Taq-polymerase blijft als enzym actief en wordt hergebruikt.
1.8 Gel-elektroforese (DNA zichtbaar maken)
Gel-elektroforese scheidt DNA-fragmenten op basis van grootte. DNA is negatief geladen en
beweegt in een elektrisch veld van de negatieve (–) naar de positieve (+) pool. Kleine
fragmenten bewegen sneller door de gelmatrix dan grote.