Pedagogiek Semester 2
,Inhoud
Thema 1 – Cultuur en migratie ................................................................................... 2
Begrippenlijsten thema 1 ....................................................................................... 7
Thema 2 – Gezin & intercultureel opvoeden .............................................................. 11
Begrippenlijsten Thema 2: ................................................................................... 20
Thema 3 – School, vrienden & maatschappij ............................................................ 27
Begrippenlijst thema 3: ....................................................................................... 32
Thema 4 – Media en digitale cultuur ......................................................................... 38
Begrippenlijsten thema 4: .................................................................................... 44
Thema 5 – Rouw en verlies ...................................................................................... 51
Begrippenlijsten Thema 5: ................................................................................... 58
Thema 6: Seksualiteit, sekse en geaardheid ............................................................. 66
Begrippenlijst thema 6: ....................................................................................... 71
Thema 7 - Systeemgericht kijken: analyseren aan de hand van het model van Belsky .. 77
Begrippenlijst thema 7: ....................................................................................... 79
Thema 8: Systeemgericht werken een verandering in denken ..................................... 86
Begrippenlijst thema 8 ........................................................................................ 93
Thema 9 : systeem gericht werken ; het gezin als systeem ........................................100
Begrippenlijst thema 9: ......................................................................................113
Thema 10 - Systeemgericht werken: De plek van de professional ..............................121
Begrippenlijst thema 10 ......................................................................................127
Thema 11 - Systeemgericht werken: Communicatie en interactie] ............................129
Begrippenlijst thema 11 ......................................................................................133
Thema 12 – Verschillende stromingen in de systeemtheorie .....................................135
Begrippenlijst thema 12 ......................................................................................138
Thema 13 – Levensfaseovergangen en het levensfase-multicontextmodel .................141
Begrippenlijst thema 13 ......................................................................................143
,Thema 1 – Cultuur en migratie
------------------------------------------------------
Leerdoelen
• Je begrijpt hoe cultuur en etniciteit zich tot elkaar verhouden.
• Je kent de invloed van cultuur en religie op gezinnen en jongeren.
• Je kent de levensovergangen die ontstaan door migratie.
• Je kent de beschermende en risicofactoren binnen het transitieproces van
migranten.
• Je weet wat acculturatie is en wat dit vraagt van gezinnen en jongeren met
een andere culturele of religieuze achtergrond.
------------------------------------------------------
Cultuur en etniciteit
• Cultuur bestaat uit normen, waarden, gewoonten en uitingen van een
samenleving.
• Subcultuur is een kleinere groep binnen de dominante cultuur met eigen normen,
stijlen en gewoonten.
• Etniciteit gaat meer over saamhorigheid en identiteit van een groep met
gezamenlijke kenmerken.
• Cultuur is niet vast, maar verandert voortdurend en verschilt ook binnen groepen.
• De transculturele systeembenadering kijkt naar cultuur, gender, klasse en
historische factoren samen.
Waarom dit belangrijk is
• Als pedagoog moet je weten vanuit welke waarden en gebruiken een kind
opgroeit.
• Gedrag van een jongere kan anders lijken dan verwacht, terwijl het eigenlijk past
binnen de cultuur of subcultuur van het gezin.
• Er kunnen verschillen zijn in gezinsrollen, bijvoorbeeld een oma die een centrale
opvoedrol heeft.
• Intersectionaliteit betekent dat meerdere invloeden samen bepalen wie iemand
is en hoe iemand zich ontwikkelt.
, Culturele diversiteit in de pedagogiek
Visie 1
• Kennis over cultuur is niet per se nodig of zelfs onhaalbaar.
• Oprechte betrokkenheid en respect zouden voldoende zijn.
Visie 2
• Kennis over cultuur is juist belangrijk om goed contact te houden met de cliënt.
• Aandacht voor culturele verschillen helpt bij wederzijds begrip.
• Als professional moet je de juiste vragen kunnen stellen en openstaan voor
verbreding van je eigen visie.
Cultuursensitiviteit
• Cultuursensitiviteit betekent dat je openstaat voor verschillen in ervaringen
tussen je eigen cultuur en die van de ander.
Migratie
• Immigratie: vestiging in een nieuw land.
• Emigratie: vertrek uit het eigen land.
• Remigratie: terugkeer naar het land van herkomst.
• Migratie kan vrijwillig zijn, bijvoorbeeld voor werk of studie.
• Migratie kan semivrijwillig zijn, bijvoorbeeld door druk of nood.
• Migratie kan onvrijwillig zijn, bijvoorbeeld door oorlog, slavernij of deportatie.
Migrantengroepen in Nederland
• Mensen uit voormalige Nederlandse koloniën zoals Indonesië, Suriname en de
Antillen.
• Gastarbeiders uit onder andere Turkije, Marokko en Zuid-Europese landen.
• Vluchtelingen, bijvoorbeeld uit oorlogssituaties of vervolging.
• Mensen zonder geldige verblijfsstatus of documenten.
Positieve bijdrage van migratie
• Migratie vergroot culturele, etnische en taalkundige diversiteit.
• Het zorgt voor nieuwe ideeën, vaardigheden en economische kansen.
• Het verbreedt de blik op onderwijs, voedsel, innovatie en samenleving.