Psychologie van het leren
Toegepaste Psychologie
Hogeschool Leiden
1
,Inhoud
Toetsdoelen week 1 ................................................................................................................................. 3
Toetsdoelen week 2 ................................................................................................................................. 5
Toetsdoelen week 3 ................................................................................................................................. 8
Toetsdoelen week 4 ............................................................................................................................... 12
Toetsdoelen week 5 ............................................................................................................................... 14
Toetsdoelen week 6 ............................................................................................................................... 17
2
, Toetsdoelen week 1
Leren, leersoorten en leerstijlen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 Leertheorie
Wat is leren:
Leren = veranderen in gedrag doordat je nieuwe en herhaalde ervaringen of kennis opdoet.
Rijping = Gedragsveranderingen die toe te schrijven zijn aan biologische factoren (denk aan kind bij
wolf of hond leert niet lopen)
Reflex = aangeboren en automatisch, niet aangeleerde response door een stimulus. Dat heeft
iedereen. Het ruggenmerg is verantwoordelijk voor de reflexen.
Onderscheid in soorten leren:
Formeel, informeel en non formeel leren in context.
• Formeel → georganiseerd, diploma/opleiding, erkend certificaat (bv. school, universiteit).
• Informeel → spontaan leren, onbewust (bv. leren van collega, uit fouten). Altijd overal.
• Non-formeel → georganiseerd buiten school, geen diploma (bv. workshop, cursus werk).
Onderscheid op leerinhoud tussen cognitief, sociaal affecties en psychomotorisch leren,
inhoudelijk:
• Cognitief → leren van kennis en inzicht bevorderend leren (bv. leren theorie).
• Sociaal-affectief → houding, emoties, samenwerking, sociale communicatieve vaardigheden.
(bv. feedback geven).
• Psychomotorisch → motorische/praktische handelingen (bv. piano spelen, fietsen, sporten).
Van cognitief naar autonome uitvoering (eerst leren daarna automatisch)
• Competentie leren → het vermogen om op een creatieve verantwoorde wijze een set van
samenhangende vaardigheden attituden onderliggende kennis en persoonlijke kwaliteiten aan
te wenden. (Beroepsbekwaamheid)
o IJsberg spencer en spencer – Zichtbaar en niet zichtbaar
Hoe is een competentie opgebouwd:
• Kennis → weten.
• Vaardigheden → kunnen.
• Houding → willen/ attitude.
Leerstijlen van Vermunt:
• Reproductiegericht → stampen, feiten leren.
• Betekenisgericht → begrijpen, verbanden leggen.
• Toepassingsgericht → kennis praktisch gebruiken.
• Ongericht → geen duidelijke strategie, onzeker. Totaal niet weten wat je doet
Zie afbeelding blz 70 boek
Kritiek op de leerstijlen:
• Geen overtuigend bewijs bestaan leerstijlen of effect ervan op leerprestaties
• Effectiviteit van leren niet afhankelijk van leerstijl maar van de manier waarop materiaal wordt
gepresenteerd
• Aard van het vak
• Wijze van instructie
• Interactie met leerkracht
• Weinig mensen die maar in één type of stijlbeschrijving passen
• Combinatie!
3