H7: Endogene Processen
Slab Pull: de trekkracht die ontstaat wanneer de zware oceanische korst de
aardmantel induikt en onder de dikke, lichtere continentale korst verdwijnt
Ridge Push: de duwkracht vanuit de mid-oceanische rug, de plek waar
nieuwe oceaanbodem ontstaat door uitvloeiing en stolling van magma
Divergente plaatbewegingen
Als twee platen uit elkaar bewegen, dan is er sprake van een divergente
plaatbeweging. Na opbolling en breking van continentale platen begint de
vorming van een nieuwe oceaanbodem met een mid-oceanische rug. Bij de
grens van die rug vloeit vloeibaar magma effusief uit.
→ Midden op de plaat (niet bij de plaatgrens) kan rek optreden door
divergentie, dit zorgt voor het ontstaan van bekkens (laaggelegen delen van
de aardkorst). De rek zorgt ervoor dat de plaat dunner wordt en dat die
vervolgens verzakt, in de bekkens wordt veel sediment afgezet.
Hotspots en mantelpluimen:
Een mantelpluim is een kolom zeer heet gesteente dat door de mantel omhoog komt en voor
hotspotvulkanisme zorgt. Hotspots komen (buiten de aardkorst) voor bij oceanische platen,
omdat het gesteente hier dunner en doorlatender is en magma makkelijker door kan dringen.
Slenkensysteem en Rift
Bij breuken in de aardkorst bewegen stukken aardkorst omhoog (horsten) of omlaag (slenken).
Het verschil tussen een slenkensysteem en een rift zit in de schaal en ontstaanswijze.
Een slenkensysteem is een lokaal verschijnsel in het bovenste deel van de aardkorst en
ontstaat door afschuivingsbreuken, waarbij stukken korst naar beneden zakken (slenken) en
andere omhoog blijven staan (horsten). Dit gebeurt op kleine schaal en is meestal een reactie
op lokale spanningen in de aardkorst, zoals regionale tektonische krachten.
Een rift is een veel groter structureel proces waarbij de lithosfeer (korst + bovenste mantel)
wordt uitgerekt en verdund (extensie). Dit leidt tot het ontstaan van meerdere slenkensystemen
binnen het riftgebied. Langs de breuken kan magma omhoog vloeien, waardoor vulkanisme
ontstaat en er een nieuwe oceanische spreidingsrug kan vormen. Riftschouders (verhoogde
rand langs de riftvallei) en Riftvalleien zijn grotere structuren die ontstaan bij een rift.
Aardbevingen bij plaatgrenzen
Bij een divergente grens kunnen er op twee manieren lichte aardbevingen ontstaan
1. Bij rek in de aardkorst kan de plaat breken, waardoor horsten en slenken verticaal langs
elkaar schuiven en een aardbeving veroorzaken
2. Als de spreiding van de mid-oceanische rug niet overal gelijk gaat, breekt de rug in
plaatdelen open, langs deze plaatdelen ontstaan kleine transforme grenzen
, H8: Exogene processen
Massabeweging
Er zijn drie soorten massabeweging
1. Vallen: Als een rots in de bergen verweerd is, door de zwaartekracht ineens vallen. Dit
gebeurt vaker in het voorjaar als ijs dat stenen bij elkaar houdt dooit. Het geheel wordt instabiel
en valt als steenlawine. Zo ontstaan de puinhellingen onderaan de bergtoppen
2. Glijden: In bergen kan de bodem bij hevige neerslag volledig met water verzadigd raken. De
onderliggende rotslaag laat dit water niet door en wordt een soort glijvlak voor de grondlaag
daarbovenop. De grondlaag gaat naar beneden schuiven: een aardverschuiving.
3. Vloeien: Bij hevig noodweer treden rivieren buiten hun oevers, hierbij nemen ze grote
hoeveelheden verweerd materiaal en alles wat ze tegen komen mee: modderstromen
H9: Kringlopen
De Gesteentekringloop
Sedimentgesteente: Sedimentgesteente ontstaat vaak uit ophoping van verschillende lagen
gesteenten zoals klei, zand, koraal, schelpen, zeedieren of grind. Onder druk van
bovenliggende sedimentlagen worden deze lagen samengeperst tot kalksteen (samenpersing
fossielen) of zandsteen.
Stollingsgesteente: Als magma afkoelt ontstaat Soort gesteente Naam van Ontstaat uit
stollingsgesteente, hiervan zijn twee gesteente
belangrijke soorten:
Sedimentgesteente zandsteen zand
- Graniet: ontstaat bij de vorming van
een plooiingsgebergte, het magma kalksteen koraal, schelpen, zeedieren
koelt langzaam af en vormt daardoor
schalie* klei
veel kristallen
- Basalt: ontstaat bij uitvloeiing van lava, Metamorf gesteente kwartsiet* zandsteen
kristallen zijn niet of nauwelijks
marmer kalksteen
zichtbaar omdat de lava snel afkoelt
leisteen schalie*
Metamorf gesteente: Door hoge druk en hoge
Stollingsgesteente graniet onder het aardoppervlak
temperatuur worden de gesteenten gestold magma
omgevormd tot metamorf gesteente. Metamorf
basalt uitvloeiing van lava
gesteente zoals marmer en leisteen bevatten
daarom geen fossiele resten meer, die wel in
het oorspronkelijke sedimentgesteente voorkwamen.
→ de vorming van een plooiingsgebergte perst sediment- en stollingsgesteenten samen en
duwt het richting de mantel, waar het veel heter is en de metamorfose kan plaatsvinden
H10: Het klimaatsysteem
De Stralingsbalans
De stralingsbalans: evenwicht tussen de inkomende en
uitgaande straling. Als de zonnestraling de uitgaande
straling overtreft, zal de aarde opwarmen.