Hoorcollege 9 – Macro-Economisch Evenwicht – H11
(26/1)
Conjunctuurcycli
Verklaring conjunctuurcycli in Keynesiaans kader
Op korte termijn:
Geaggregeerde vraag (C + I + G + X – Z) staat centraal
Geaggregeerd aanbod Y (output, productie, inkomen) volgt de vraag; budgettair en monetair
beleid moet zich richten op de vraag
Constante prijzen; aanbod past zich aan aan de vraag
Onvolledige capaciteitsbenutting
Interactie van markten in een gesloten economie
Goederenmarkt en geldmarkt voeren invloed op elkaar uit:
Het inkomen van de goederenmarkt beïnvloedt geldvraag / beleid CB
De rente van de geldmarkt beïnvloedt de geaggregeerde vraag
Reële wisselkoers (σ):
S∗P
σ= ¿
P
S=nominale wisselkoers
P = binnenlands prijspeil
P* = buitenlands prijspeil
Des te hoger σ (oftewel: appreciatie):
Des te lager X (de uitvoer)
Des te hoger Z (de invoer)
Des te slechter PCA (Primaire Lopende Rekening (X – Z))
In symbolen:
PCA = X(Y*, σ) – Z(Y*, σ)
σ stijging daling X
σ stijging stijging Z
σ stijging daling PCA
Indien op korte termijn geen inflatie (vaste prijzen): σ is proportioneel met S
Goederenmarkt en multiplieranalyse
Keynesiaanse vraag of bestedingsmultiplier
“Demand management”, het stimuleren van de economie via de macro-economische vraag. Kern:
Stijging overheidsuitgaven of belastingverlaging
Vergroot BBP met meer dan de initiële impuls
Evenwicht op de goederenmarkt:
D ¿
Y =C ( Y −T ( Y ) , Ω ) + I ( i , q ) +G+ PCA (Y , Y , σ )
(26/1)
Conjunctuurcycli
Verklaring conjunctuurcycli in Keynesiaans kader
Op korte termijn:
Geaggregeerde vraag (C + I + G + X – Z) staat centraal
Geaggregeerd aanbod Y (output, productie, inkomen) volgt de vraag; budgettair en monetair
beleid moet zich richten op de vraag
Constante prijzen; aanbod past zich aan aan de vraag
Onvolledige capaciteitsbenutting
Interactie van markten in een gesloten economie
Goederenmarkt en geldmarkt voeren invloed op elkaar uit:
Het inkomen van de goederenmarkt beïnvloedt geldvraag / beleid CB
De rente van de geldmarkt beïnvloedt de geaggregeerde vraag
Reële wisselkoers (σ):
S∗P
σ= ¿
P
S=nominale wisselkoers
P = binnenlands prijspeil
P* = buitenlands prijspeil
Des te hoger σ (oftewel: appreciatie):
Des te lager X (de uitvoer)
Des te hoger Z (de invoer)
Des te slechter PCA (Primaire Lopende Rekening (X – Z))
In symbolen:
PCA = X(Y*, σ) – Z(Y*, σ)
σ stijging daling X
σ stijging stijging Z
σ stijging daling PCA
Indien op korte termijn geen inflatie (vaste prijzen): σ is proportioneel met S
Goederenmarkt en multiplieranalyse
Keynesiaanse vraag of bestedingsmultiplier
“Demand management”, het stimuleren van de economie via de macro-economische vraag. Kern:
Stijging overheidsuitgaven of belastingverlaging
Vergroot BBP met meer dan de initiële impuls
Evenwicht op de goederenmarkt:
D ¿
Y =C ( Y −T ( Y ) , Ω ) + I ( i , q ) +G+ PCA (Y , Y , σ )