Hoorcollege 1 – Inleiding Macro-Economie – H1 (5/1)
Wat is Macro-Economie?
Micro-economie is de studie van het marktgedrag van individuen, terwijl macro-economie de studie
van geaggregeerd gedrag is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen economische agenten
consumenten, bedrijven, overheid en buitenland. Het evenwicht tussen vraag en aanbod op
markten wordt onderzocht.
Basisaannames
Een macro-economisch evenwicht bestaat indien alle machten in evenwicht zijn. De overheid kan
budgettair en monetair beleid voeren. Op korte termijn is er sprake van fluctuatie in de groei van het
BBP, maar op de lange termijn is een trend te zien.
Y = C + I + G + (X – Z)
Y meet output / productie en inkomen. Het is een indicator voor finale goederen en diensten
geproduceerd in 1 land gedurende 1 jaar. Dit kan in nominale of reële termen.
Werkloosheid
Werkloosheidsgraad = ratio werklozen op de beroepsbevolking
Beroepsbevolking = werkenden + werklozen
Beroepsbevolking =/= bevolking, bewuste keuze niet te werken.
Productiefactoren en inkomensverdeling
Output volgt uit arbeid en kapitaal. Er zijn andere inputs, deze worden minder bestudeerd. Verdeling
van inkomen over deze twee factoren is het resultaat van een politiek en economisch proces.
Inflatie
Groeivoet van het algemeen prijspeil in de economie, vaak tussen de nul en vier procent. Inflatie is
procyclisch (beweegt in dezelfde richting als het reële BBP / de economische activiteit),
werkloosheid is contracyclisch (beweegt in tegengestelde richting van het BBP).
Financiële markten en de reële economie
Financiële economie: handel in financiële activa zoals obligaties, aandelen enz.
Reële economie: productie en consumptie van goederen en diensten uit productieve activiteiten.
Wisselwerking: fysieke investeringen door bedrijven en consumptieve uitgaven door
gezinnen worden beïnvloed door financiële markten
Openheid van de economie
Ratio import en export op het BBP in procenten. Dit is toegenomen door de globalisering. Kleinere
landen zijn opener dan grotere landen, en landen zijn niet langer onafhankelijk van andere landen
(contagion), zoals de bankencrisis van 2008 doet blijken.
Op de lange termijn
Er is sprake van een positieve, stabiele, lange termijn groei. Logaritmische schaalverdeling maakt de
groei van het BBP bijna een rechte. De trendgroei impliceert een aanzienlijke verbetering in de
levensstandaard, welke de macro-economie poogt te verklaren.
Wat is Macro-Economie?
Micro-economie is de studie van het marktgedrag van individuen, terwijl macro-economie de studie
van geaggregeerd gedrag is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen economische agenten
consumenten, bedrijven, overheid en buitenland. Het evenwicht tussen vraag en aanbod op
markten wordt onderzocht.
Basisaannames
Een macro-economisch evenwicht bestaat indien alle machten in evenwicht zijn. De overheid kan
budgettair en monetair beleid voeren. Op korte termijn is er sprake van fluctuatie in de groei van het
BBP, maar op de lange termijn is een trend te zien.
Y = C + I + G + (X – Z)
Y meet output / productie en inkomen. Het is een indicator voor finale goederen en diensten
geproduceerd in 1 land gedurende 1 jaar. Dit kan in nominale of reële termen.
Werkloosheid
Werkloosheidsgraad = ratio werklozen op de beroepsbevolking
Beroepsbevolking = werkenden + werklozen
Beroepsbevolking =/= bevolking, bewuste keuze niet te werken.
Productiefactoren en inkomensverdeling
Output volgt uit arbeid en kapitaal. Er zijn andere inputs, deze worden minder bestudeerd. Verdeling
van inkomen over deze twee factoren is het resultaat van een politiek en economisch proces.
Inflatie
Groeivoet van het algemeen prijspeil in de economie, vaak tussen de nul en vier procent. Inflatie is
procyclisch (beweegt in dezelfde richting als het reële BBP / de economische activiteit),
werkloosheid is contracyclisch (beweegt in tegengestelde richting van het BBP).
Financiële markten en de reële economie
Financiële economie: handel in financiële activa zoals obligaties, aandelen enz.
Reële economie: productie en consumptie van goederen en diensten uit productieve activiteiten.
Wisselwerking: fysieke investeringen door bedrijven en consumptieve uitgaven door
gezinnen worden beïnvloed door financiële markten
Openheid van de economie
Ratio import en export op het BBP in procenten. Dit is toegenomen door de globalisering. Kleinere
landen zijn opener dan grotere landen, en landen zijn niet langer onafhankelijk van andere landen
(contagion), zoals de bankencrisis van 2008 doet blijken.
Op de lange termijn
Er is sprake van een positieve, stabiele, lange termijn groei. Logaritmische schaalverdeling maakt de
groei van het BBP bijna een rechte. De trendgroei impliceert een aanzienlijke verbetering in de
levensstandaard, welke de macro-economie poogt te verklaren.