Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Wetenschapsfilosofie (PABA3023)

Rating
-
Sold
18
Pages
79
Uploaded on
29-05-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van alle tentamenstof voor het vak Wetenschapsfilosofie (PABA3023). De samenvatting omvat de college aantekeningen, (mijn) antwoorden op de weekvragen en een samenvatting van de literatuur, zowel verkort als uitgebreid. De samenvatting is in het Nederlands geschreven. Disclaimer: de antwoorden op de weekvragen staan nergens online, dit is mijn eigen interpretatie en hier zouden fouten in kunnen zitten.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting Wetenschapsfilosofie (PABA3023) – Collegejaar 25/26


Hoorcollege 1 – Inleiding, demarcatie ________________________________________________ p.02
Weekvragen hoorcollege 1 p.07
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 1 + artikelen) p.09
Uitgebreide samenvatting literatuur p.11

Hoorcollege 2 – Objectiviteit en subjectiviteit _________________________________________ p.16
Weekvragen hoorcollege 2 p.21
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 2 & 3) p.24
Uitgebreide samenvatting literatuur p.26

Hoorcollege 3 – Naturalisme vs. Interpretatisme ______________________________________ p.32
Weekvragen hoorcollege 3 p.37
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 4 & 5) p.40
Uitgebreide samenvatting literatuur p.42

Hoorcollege 4 – Replicatie __________________________________________________________ p.46
Korte samenvatting literatuur (artikel Nosek) p.49
Uitgebreide samenvatting literatuur p.50

Hoorcollege 5 – Reductionisme _____________________________________________________ p.51
Weekvragen hoorcollege 5 p.54
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 6 & 7) p.56
Uitgebreide samenvatting literatuur p.57

Hoorcollege 6 – Structuur vs. Agency ________________________________________________ p.61
Weekvragen hoorcollege 6 p.66
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 8 & 9) p.68
Uitgebreide samenvatting literatuur p.70

Hoorcollege 7 – Terugblik, finale discussie ____________________________________________ p.74
Korte samenvatting literatuur (hoofdstuk 10 & 11) p.76
Uitgebreide samenvatting literatuur p.77


Literatuurlijst:
Risjord, M. (2014). Philosophy of Social Science: A Contemporary Introduction.
https://doi.org/10.4324/9780203802540
link = https://rug.on.worldcat.org/oclc/1323245721
Sismondo, hoofdstuk 1 ‘The Prehistory of Science and Technology Studies”, in Sismondo, S.
(2010). An introduction to science and technology studies (2nd ed). Wiley-Blackwell. Pp
1-11. Link = https://rug.on.worldcat.org/oclc/743089434
Hansson, Sven Ove, "Science and Pseudo-Science", The Stanford Encyclopedia of Philosophy
(Fall 2021 Edition), Edward N. Zalta (ed.), link = https://plato-stanford-edu.proxy-
ub.rug.nl/archives/fall2021/entries/pseudo-science/
Nosek, B. A., & Errington, T. M. (2020). What is replication? PLoS biology, 18(3), e3000691.
Link = https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7100931/


1

,Aantekeningen hoorcollege 1 – Inleiding en demarcatie

Reden deze cursus: we worden opgeleid tot onderzoeker of praktijkdeskundige, die veel gebruik
zal maken van wetenschappelijk onderzoek. Daarbij is het heel belangrijk dat je
wetenschappelijke kennis goed kunt lezen en begrijpen. Onder wetenschappelijke praktijken
zitten een paar fundamentele dilemmas, waarbij er niet empirisch te bewijzen valt wat de beste
manier is. Daardoor veel diversiteit in perspectieven in hoe je wetenschap doet, vaak gebaseerd
op specifieke uitgangspunten of aannames. Het is belangrijk om de grote lijnen van deze
debatten te kunnen volgen, om te kunnen begrijpen waar deze vandaan komen.
Het vak kent zeker abstractie, maar is ook zeker een toepassingsvak. Niet zozeer weten wie
wanneer wat gezegd heeft, maar vooral een bestaand pedagogisch onderwerp te kunnen zien in
het licht dat hier geschetst wordt.

Praktische informatie
• Weekvragen: in groepjes van maximaal 5 studenten gezamenlijk aan werken.
o Doel: actief werken aan de stof
o Je wordt er niet op beoordeeld, in principe vrijwillig, maar wordt wel sterk
aangeraden. De vragen zullen ook vergelijkbaar zijn met tentamenvragen
o Antwoorden worden niet online gezet, er is geen een perfect antwoord
o Het gaat meer om het oefenen te redeneren met de termen
• Tentamen: 12 juni met open essay vragen
• Groepsopdracht: in klein groepje een essay schrijven over een actueel dilemma (later meer
informatie)
• Overzicht van de hoofdthemas in deze cursus:
o Demarcatie: hoe maken we een onderscheid tussen betrouwbare wetenschappelijke
kennis en niet?
o Objectiviteit vs subjectiviteit: wat bedoelen we met deze termen, en wanneer kunnen
we objectieve wetenschap hebben als wetenschappers subjectief zijn
o Naturalisme vs interpretativisme: is alles in onze wereld natuurlijk, of hebben we met
een specifiek genre te maken: een wereld die sociaal geladen is, en dat de dingen
door de mensen zelf gecreëerd zijn?
o Replicatie: in hoeverre is het zo dat onderzoek repliceerbaar is, vooral in de sociale
wetenschappen? En hoe komt het dat een onderzoek hele andere dingen oplevert
dan een vergelijkbaar onderzoek?
o Reductionisme en honisme: waarschijnlijk meest abstracte onderwerp. Volgens
bepaalde onderzoekers moeten we naar het kleinst mogelijke deel kijken om de kern
te begrijpen, maar anderen beweren dat je dan veel dingen mist en juist naar het
grote plaatje moet kijken (sum is more than its parts)
o Structure en agency: onderzoekers willen op zoek naar structuren, dingen die zich
herhalen. Tegelijk hebben we ook het idee dat mensen een bepaalde agency hebben:
het vermogen om autonoom te handelen. Dit is paradoxaal.
o Tot slot: samenhang van deze dilemma’s bespreken en teruggrijpen op de afgelopen
weken en welke posities dit oplevert. Ook over de rol van de academische wereld.

Het probleem van demarcatie: wat is wetenschap?
• Kun je een duidelijke grens trekken tussen wat wetenschappelijke kennis is en wat niet-
wetenschappelijke kennis is?
• Verschillende posities in demaractie-debat

2

, o Logisch empirisme
o Karl Popper en het idee van falsificatie
o Thomas Kuhn: wetenschappelijke paradigma’s
o Imre Lakatos: wetenschap als een set onderzoeksprogramma’s
!! Deze vier posities moet je wel grofweg kunnen beschrijven, belangrijk. Deze namen kun je later
ook weer tegenkomen.
• Vooral sinds de 19e eeuw is het een belangrijk onderdeel van denken geworden
• Start: ongeveer halverwege 19e eeuw
o Wetenschappelijke kennis laat zich niet simpelweg en direct empirisch waarnemen
→ je kunt geen data verzamelen die ‘voor zich spreekt’, alle data bestaat uit twee
elementen. 1: dat wat we waarnemen, en 2: de persoon die de waarneming doet. De
waarneming wordt gedaan door een lens, een blik op de wereld (vooraannames)
o Waarnemingen zijn niet te isoleren van vooraannames (conceptueel, theoretisch,
methodologisch): “background” → geheel van vooraannames
o Zuiver wetenschappelijk kennis, waarbij geen mens betrokken bij is, is dus eigenlijk
niet mogelijk. Wetenschap wordt uitgevoerd door mensen.
o Dit probleem probeerden de logisch empiristen op te lossen

Logisch empiristen (ook wel logisch positivisme):
• Erkennen dat waarnemingen uit twee delen bestaan: de waarneming zelf en de
vooraannames.
• Hun doel: meer empirisch werken, maar ook het tackelen van de aannames waarop wij
wetenschap baseren.
• Hierop richten zij zich op de logica, bedenken wat logischerwijs wel of niet waar kon zijn. →
opkomst van de analytische filosofie (1920-1935)
• Wiener Kreis (Weense cirkel): groep van filosofen, natuurkundigen en wiskundigen
• Wiskunde krijgt ook een belangrijke plek binnen de logica en wetenschap
• Dus: zinvolle wetenschappelijke uitspraken zijn gebaseerd op (1) empirisch waarneembare
en verifieerbare uitspraken en (2) logische (en liefst wiskundig onderbouwde) uitspraken
• Doctrine ontwikkeld die bestaat uit:
o Empirisme (wetenschap gebaseerd op waarnemingen), verificatie van kennis door
waarnemingen → ontwikkeling van theorie door toepassen van inductie
o (observatie → patroon → hypothese → theorie)
o Ontwikkeling van formele logica: het ontdoen van betekenisloze taal (taal dat
afhankelijk is van de waarnemer, subjectieve taal)
o Interesse in de taalfilosofie van Ludwig Wittgenstein (belangrijke grondlegger) →
kennis als een foto van de werkelijkheid (picture theory of meaning)

Karl Popper - falsificatie
• Karl Popper: Oostenrijkse/Britse filosoof (1902 - 1994)
• Problemen zitten vooral dat je op een inductieve manier tot betrouwbare kennis kunt komen
→ een reeks ervaringen tot theorie kunt brengen. De vraag is alleen: hoe veel ervaringen heb
je nodig? Wat is genoeg? Eigenlijk is het altijd onbevredigend
• Popper draaide dit om: je bent als wetenschapper niet op zoek naar bevestiging van je
theorie, maar je bent eeuwig kritisch. Je bent eigenlijk altijd op zoek naar iets wat je
standpunt onwaar maakt (falsificatie)
o Kritiek op inductief redeneren: onmogelijk om een theorie te bevestigen met
verificatie

3

,• Dus falsificatie theorie: nooit mogelijk een theorie te bevestigen, maar wel mogelijk om een
theorie te verwerpen op basis van een observatie (kritische test)
• Voorbeeld zwarte en witte zwanen: als je heel veel nederlandse witte zwanen tegenkomt,
kun je bij jezelf denken: alle zwanen zijn zwart. Als goede wetenschapper ga je dan niet op
zoek naar nog meer witte zwanen, maar juist naar zwarte zwanen
• Hij ontwikkelde het deductief model van wetenschap:
o Theorie → hypothese (kritieke test) → observatie → confirmatie/falsificatie
• Als theorie T waar is, dan moeten we O observeren
o We observeren wel/niet O: de theorie is wel/niet gefalsificeerd




• Het blijft dus een tijdelijke werkelijkheid, popper houdt zich vast aan het beeld dat kennis en
wetenschap zich zal blijven ontwikkelen
• Quote van hemzelf: “our theories are like (fisher)nets that we launch to catch what we call
‘the world’, to rationalize it, explain it and dominate it. We try to make the mesh finer and
finer”
• Voorbeeld:
o Hypothese: vloeibaar cakebeslag wordt vast als het een uur op 180 graden bakt
o Kritieke test: ik zet de over op 180 graden en plaats dit een uur in de oven, het beslag
is niet hard geworden
o Dus de hypothese “al het cakebeslag wordt vast als het een uur op 180 graden bakt”
is niet waar: falsificatie
• Maar… hoe weten wet zeker dat we de hypothese hebben gefalisifeerd → probleem met de
logica van falsificatie: het probleem van assumpties
o Wat als de oven niet werkte zoals ik dacht? (stroomuitval)
o Wat als mijn moeder het cakebeslag had verwisseld?
o Wat als het geen cakebeslag (maar bijv bananenbrood) was?
• Nu kom je weer terug bij de background: er is nooit een zuivere waarneming. Er zitten altijd
veel vooraanamens aan vast
• Heel kort: duhem-quine stelling:
o Duhem (1861-1916) en quine (1908-2000)
o Stelde dat experimentele toetsing altijd meerdere aannames bevat
o Meetinstrumenten zijn zelf gebaseerd op theorie, niet neutraal
o Kennis is een web van overtuigingen
o Je kunt een hypothese nooit op zichzelf testen → altijd amen met andere aannames
o Een falsificatie raakt het geheel: theorie + hulphypotheses + randvoorwaarden
o Weet je in een experiment wel element de hypothese heeft ontkracht
• Popper vs duhem-quine:
o Popper: wetenschap = falsifeerbare theorieën testen en verwerpen bij tegenbewijs



4

, o Duhem-quine: tegenbewijs raakt een geheel, een theorie is niet automatisch
weerlegd
o Gevolg: falisficatie is minder scherp dan popper voorstelde

Thomas kuhn - wetenschappelijke revoluties
• Thomas Kuhn: amerikaanse filosoof (1922-1996)
• Andere hoek: keek naar natuurwetenschappen en hoe dit zich ontwikkeld heeft
• Zijn stelling: wetenschap ontwikkelt zich niet cumulatief, maar in fases/cyclisch
• Namelijk de volgende fasen:
o Preparadigmatic phase (er is nog geen enigheid, mensen hebben wel ideeën maar er
is nog geen consensus bereikt)
o Normal science (aannames, dingen die niet bevraagd worden)
o Crisis (wetenschap loopt vast tegen zijn eigen grenzen, wordt geconfronteerd met
iets wat eigenlijk niet te verklaren is)
o Scientific revolution (alle aannames/hele background wordt overboord gegooid, er
wordt nu iets anders aangenomen)
▪ Voorbeeld: zon draait niet om de aarde maar de aarde draait om de zon →
hele denkbeeld omgedraaid, hele andere blik op bv de sterren
• Thomas Kuhn over ‘normal science’
o Normale wetenschappen speelt zich af binnen de grenzen en conventies van dit
paradigma
o Paradigma: het geheel aan ideeën, concepten, theorieën, methodes, instrumenten,
die alle wetenschappers in een discipline niet bevragen of ter discussie stellen
o Wetenschappers willen deze conventies niet bevragen, want het is zonde van de tijd
om dit te onderzoeken. Niet kritisch, maar “puzzle solvers” binnen gevestigd
paradigma
o Dit is positief, alleen door te vertrouwen in de conventies van de discipline komen we
tot constructief werk
• Thomas Kuhn over crisis:
o Anomalie: een probleem of observatie dat zich niet laat verklaren binnen een theorie
o Eerst proberen op te lossen binnen het paradigma
o Fase van crisis als wetenschappers dat vertrouwen verliezen, en fundamenteel gaan
twijfelen aan de assumpties van het paradigma
o Interesse in nieuwe radicale ideeën → out of the box thinking
o Uiteindelijke resultaat: vestiging of omarmen van nieuw paradigma:
wetenschappelijke revolutie
o Hij benadrukt dat theorievervanging vaak gepaard gaat met strijd tussen paradigma’s
o Wetenschap is niet puur rationeel : ook sociale en culturele factoren spelen een rol>
ontstaan van nieuw vakgebied: sociology and history of science
• Kuhn en incommensurabiliteit:
o Bij een paradigma verschuiving verandert ook het idee van wat goede
wetenschapsbeoefening is
o Zijn huidige standaarden voor wetenschap simpelweg superieur aan historische
standaarden? Op basis waarvan maak ik die claim?
o Weten we meer… of weten we anders?
o Incommensurabiliteit: bij een geval waarbij twee perspectieven onvergelijkbaar zijn:
vanuit een heel andere invalshoek naar hetzelfde fenomeen kijken, maar je kunt niet
empirisch vaststellen wat nou eigenlijk de goede is

5

,Imre Lakatos: onderzoeksprogramma’s
• Hongaars-Brits wetenschapsfilosoof (1922-1974)
• Wilde ideeën van Popper en Kuhn combineren
• Wetenschap verloopt via parallelle ‘research programmas’: reeksen van theorieën rond een
harde kern van fundamentele aannames
• Die fundamentele aannames staan niet ter discussie
• Protectieve ring van aanvullende hypothesen
• Een programma is progressief als het nieuwe voorspellingen/inzichten geeft, en degeneratief
als het alleen ad-hoc beschermt
• Ons veld gezien vanuit het perspectief van Lakatos:
o Meerdere programma’s bestaan naast elkaar
o Ze verklaren vaak dezelfde fenomenen (bijv. Leerprestaties, gedrag, ontwikkeling),
gebaseerd vanuit een theorie gebaseerd op heel verschillende aannames

Demarcatie en pedagogische wetenschappen
• Veelvormigheid van pedagogisch en onderwijskundig onderzoek
• Moeilijk overeenstemming te bereiken over wat de criteria voor correct wetenschappelijk
onderzoek zijn
• Pedagogiek kent uiteenlopende onderzoeksrichtingen: van experimenteel tot interpretatief
• Sommige onderzoekers zoeken falsificatie (bijv. In effectonderzoek of neuropsychologie)
• In de praktijk valt men vaak terug op verificatie voor de opbouw van een theorie

Fictief voorbeeld ter discussie:
• Voorbeeldvraag: heeft het krijgen van complimenten op jonge leeftijd een positieve invloed
op het zelfvertrouwen van kinderen?
o Hypothese: als kinderen tussen 3 en 6 jaar dagelijks veel complimenten krijgen, dan
zullen zij na drie maanden een significant hoger zelfvertrouwen hebben dan kinderen
die geen extra complimenten krijgen
o Methode: we maken twee groepen: een met kinderen die veel complimenten krijgen
en eentje zonder complimenten. Zelfvertrouwen wordt vooraf en na drie maanden
gemeten met een gestandaardiseerde test
• Vraag 1: welke benadering van wetenschap herkennen we in deze onderzoeksopzet: de
falsificatie van Popper of de verificatie van logisch empiristen
o Geen eenduidige antwoord
• Vraag 2: welke bezwaren kun je aantekenen bij het idee dat dit experiment een kritische test
zou zijn?




6

,Weekvragen hoorcollege 1

• Het is onmogelijk om te reflecteren op wetenschapsfilosofische vraagstukken zonder
terminologie of concepten. In het hoorcollege en in de literatuur kwamen verschillende
termen en concepten langs. Geef een definitie van de volgende begrippen. Zo nodig, zoek
deze op.
a. Epistemologie, ontologie en methodologie
o Epistemologie: “kennisleer”, een tak van de filosofie die zich bezig houdt met vragen
zoals “wat is kennis”, waar dit vandaan komt en wat hier allemaal onderdeel van is.
o Ontologie: een tak van filosofie die kijkt naar wat bestaat, en de aard van werkelijkheid
bestudeert. Het geeft antwoord op vragen als “wat bestaat er werkelijk?”. Ook is het veel
bezig met dingen indelen in categorieën.
o Methodologie is de studie van methoden en technieken die worden gebruikt om
filosofische vragen te onderzoeken en theorieën te ontwikkelen.

b. Verificatie, confirmatie en falsificatie
o Verificatie: verificatie stelt dat een uitspraak alleen betekenisvol is wanneer deze
empirisch vast te stellen is. Er wordt bewijs gezocht dat de theorie ondersteunt.
o Confirmatie: Bij confirmatie wordt er bewijsmateriaal en observaties verzameld die een
theorie aannemelijker willen maken, maar deze hoeft niet per se bevestigd te worden.
Het is een soort zwakkere vorm van verificatie.
o Falsificatie: falsificatie is juist op zoek naar een weerlegging van de theorie.

c. Inductie en deductie
o Inductie: van specifieke waarnemingen wordt een algemene theorie gemaakt.
Bijvoorbeeld: Ik zie heel veel witte zwanen, dus concludeer ik dat alle zwanen wit zijn
o Deductie: van een algemene theorie naar specifieke waarnemingen. Bijvoorbeeld: Ik
weet dat alle mensen sterfelijk zijn. Ik ben een mens, dus concludeer ik dat ik zelf
sterfelijk ben.

• Geef van elk van de volgende drie dimensies een voorbeeld van een vraagstuk binnen de
onderwijskunde of pedagogiek:
a. Epistemologisch
o Kennis wordt veelal van persoon tot persoon doorgeven (denk aan een onderwijs setting,
je leert van een docent). Hoe weten we of deze kennis echt waar is, en niet onderhevig
aan interpretaties? En hoe weten we of we dezelfde interpretaties hebben?
b. Methodologisch
o Hoe kunnen we objectieve metingen doen, waarbij alles moet worden waargenomen
door een (subjectieve) onderzoeker?
c. Ontologisch
o Wat is de relatie tussen nature en nurture?

• Leg uit hoe de logisch empiristen en Karl Popper verschilden in hun visie op de grens tussen
wetenschap en pseudowetenschap. Wat hebben hun theorieën gemeenschappelijk, en
waarin verschillen ze?
o Beide theorieën zijn bezig met het zoeken naar empirische waarnemingen om bij te
dragen bij het ontwikkelen van hun theorie, alleen de volgorde en insteek hiervan is
verschillend. De logisch empiristen zijn vooral bezig met inductie en verificatie, zij stellen

7

, op basis van specifieke waarnemingen een theorie op. Karl Popper daarentegen begon
met een theorie, en is actief op zoek naar waarnemingen die het tegendeel bewijzen. Dit
is dus vooral falsificatie en deductie.

• Leg in je eigen woorden uit wat de Duhem-Quinestelling inhoudt en hoe deze een probleem
vormt voor Popper’s demarcatiecriterium in wetenschapsfilosofie.
o De Duhem-Quine stelling houdt in dat er achter experimentele toetsing eigenlijk heel
veel aannames zitten, en een falsificatie impact heeft op het geheel van de hypothese,
hulphypotheses en de aannames. Je kunt daarom ook niet eenduidig zeggen dat een
hypothese niet waar is wanneer je deze hebt gefalsificeerd, omdat je niet altijd kunt
aantonen waar dit aan ligt.

• Imre Lakatos stelt het wetenschappelijk bedrijf voor als een domein dat ontwikkeld middels
rivaliserende onderzoeksprogramma’s. Zoek of bedenk een voorbeeld van wat je twee
onderzoeksprogramma’s zou kunnen noemen in relatie tot pedagogiek of onderwijskunde.
o Een van de grootste rivaliserende onderzoeksprogramma’s in ons veld is de samenhang
tussen nature en nurture: hierbij worden veel verschillende fenomenen, neem
bijvoorbeeld gedrag, vanuit verschillende perspectieven uitgelegd. De een vindt dat het
genetische aanleg is en aangeboren, de ander vindt dat het komt door de
omgevingsinvloeden.

• Denk terug aan een onderzoek dat je in een eerder vak bent tegengekomen. Beschrijf kort de
opzet en benadering van dat onderzoek. Herken je hierin een inductieve of deductieve
werkwijze? Was de benadering eerder verifiërend of falsificerend?
o Eigenlijk bij elk onderzoek wat we hebben gedaan in de opleiding werken we vanuit een al
bestaande theorie, dus eerder deductief. We zijn (nog) niet bezig geweest met het zelf
ontwikkelen van een theorie op basis van onze waarnemingen, maar eigenlijk testen we
altijd een al bestaande hypothese. Een recent voorbeeld hierbij is mijn thesis, waarbij de
centrale vraag is of een al bestaande vragenlijst inderdaad één schaal meet. Of dit
verifiërend of falsificerend is, vind ik wel minder eenduidig. Aangezien het slechts één
meting weer betreft kun je nooit met zekerheid zeggen dat de theorie geverifieerd is. Het
is eerder confirmatie, een zwakkere vorm. Daarnaast is het ook wel falsificerend, maar
aangezien mijn onderzoeksvraag positief geformuleerd is denk ik toch eerder
confirmatief.




8

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 29, 2026
File latest updated on
June 5, 2026
Number of pages
79
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$12.91
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ellen1503 Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
269
Member since
2 year
Number of followers
1
Documents
9
Last sold
5 days ago

4.3

16 reviews

5
7
4
6
3
3
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions