7.1
Expansiestrategieën: groeistrategieën
Vanaf 1965 tot 2005: groeistrategie, concurrentiestrategie, waarde strategie en de blue
oceaanstrategie. (zie blz. 207, F 7.1)
Marketingstrategie: de weg waarlangs de SBU de strategische marketingdoelstellingen hoopt
te verwezenlijken.
Product/marktontwikkelingsmatrix van Ansoff: een instrument voor portfolioplanning om te
bepalen hoe bedrijven kunnen groeien door marktpenetratie, marktonwikkeling,
productontwikkeling en diversificatie → groeimogelijkheden moeten altijd worden bekeken
vanuit eigen bedrijf → er zijn 4 wegen naar groei (blz. 208, F7.2):
1. Marktpenetratie: een strategie om te groeien door de omzet van huidige producten
binnen de huidige markten te vergroten zonder het product wezenlijk te veranderen.
2. Productontwikkeling: een strategie om te groeien door gewijzigde of nieuwe producten
aan te bieden aan de huidige markten.
3. Marktonwikkeling: een strategie om als bedrijf te groeien, waarbij bestaande producten
worden afgezet op markten waar men nog niet actief is.
4. Diversificatie: een strategie om als bedrijf te groeien, waarbij men nieuwe producten
aanbiedt op markten waar men nog niet actief is.
Inkrimping: de activiteiten porfolio verkleinen door producten of activiteiten te
schrappen als deze niet rendabel zijn of niet meer passen in de algemene strategie van
het bedrijf → bedrijven ontwikkelen niet alleen strategieën voor alleen hun uitbreiding
van hun portfolio, maar dus ook voor de krimp.
Concurrentiestrategieën van Porter: gaan ervan uit dat een bedrijf zich in het algemeen het
beste kan onderscheiden van de concurrent door of het aanbod te differentiëren of om sterk
kosten te besparen → hierbij kan het bedrijf de keus maken voor de hele of een deel van de
markt.
Richten op de gehele markt:
Kostenleiderschap: het bedrijf werkt hard om de laagste productie en
distributiekosten te realiseren, zodat de prijs lager dan bij de concurrent en een zo
een groter marktaandeel kan veroveren.
Differentiatie: het bedrijf legt zich toe op een sterk gedifferentieerde productlijn en
een sterk gedifferentieerd marketingprogramma.
Richting op een deel van de markt:
Focus: er is hier ook een keuze gemaakt tussen kostenleiderschap en differentiatie
alleen wordt dit dan toe gepast op een kleiner marktdeel.
Middle of the roaders: bedrijven die goed willen zijn in alle strategieën, en zijn duidelijk
nergens goed in (zie voorbeeld van v en d in het boek).
Waardestrategieën van Tracy en Wiersema: bedrijven krijgen hier een leiderspositie door
superieure waarde te leveren aan hun klanten → bedrijven kunnen uit 3 strategieën kiezen
(waarde disciplines):
1. Kostenleider (operational excellence): het bedrijf biedt superieure waarde als
bedrijfstakleider op het gebied van prijs en gemak → betrouwbare en goedkope
producten.
2. Klantenpartner (customer intimacy): het bedrijf biedt superieure waarde door e markten
nauwkeurig te segmenteren en producten of diensten toe te snijden op de behoefte van
doelklanten → specialiseert zich in het bevredigen van unieke klantbehoefte via een
hechte relatie en vergaande kennis van klanten.
3. Productleider (product leadership): het bedrijf biedt superieure waarde met een
voortdurende stroom geavanceerde producten of diensten → zorgt ervoor dat
concurrentie achterhaald blijven.