Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting psychologie een inleiding

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
30
Geüpload op
28-10-2014
Geschreven in
2014/2015

hoofdstuk 5,6,7,8 en 9 samengevat!

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 5 Sensatie en perceptie

Uit het voorbeeld in de inleiding van het hoofdstuk over sensatie en perceptie van Zimbardo et al.
(2009) – over cerebrale achromatopsie: het onvermogen om kleuren waar te nemen en te benoemen
– blijkt dat kleuren niet bestaan in de buitenwereld, maar in de sensorische en perceptuele
processen in de hersenen van de mens. De sensorische psychologie houdt zich met deze processen
bezig. De auteurs gaan in dit hoofdstuk in op de werking van de sensorische en perceptuele
gewaarwording. Zimbardo et al. (2009) definiëren het begrip sensatie als het proces waarbij
patronen van neurale impulsen door receptoren (ogen, oren enzovoort) worden gemaakt en in de
hersenen worden gerepresenteerd. Hierdoor ontstaat uiteindelijk de ervaring van een stimulus,
ofwel een sensatie. Zij definiëren het begrip perceptie als het proces waarbij sensorische patronen
bewerkt worden en betekenis krijgen. Een perceptie bestaat uit een interpretatie van de sensatie. De
auteurs benadrukken dat de innerlijke gewaarwording ontstaat door een filtering van de informatie
die via de zintuigen binnenkomt en een mengeling is van de ervaringen, emoties, verwachtingen en
motieven.

Kernvraag: Hoe verandert stimulatie in sensatie?

Transductie: stimulatie in sensatie veranderen
Het is niet verwonderlijk dat men denkt dat een waarneming bestaat uit werkelijke stimuli. Men
denkt dat gras door iedereen op dezelfde wijze wordt gezien en de groene kleur door iedereen ook
zo ervaren wordt. Zimbardo et al. (2009) laten zien dat dit niet zo gemakkelijk verondersteld moet
worden. In feite is een waarneming een neurale representatie van stimuli en niet een rechtstreekse
waarneming van werkelijke stimuli. De info die de hersenen verkrijgen is info die afkomstig is van het
sensorische systeem. Het sensorische systeem geeft de waarneming gecodeerd door aan de
hersenen en de hersenen creëren vervolgens de ervaring. Zimbardo et al. (2009) stellen dat de
zintuigen drie kenmerken met elkaar gemeen hebben die voorschrijven welke stimuli in welke
kwaliteit met welk effect worden omgezet en of ze tot het bewustzijn zullen doordringen:
transductie, sensorische adaptatie en drempels. Neuronen brengen informatie via de zintuigen over
naar de hersenen. De neuronen brengen echter niet direct licht, smaak of geluid over. Ze brengen
impulsen over die bijvoorbeeld in de ogen, op de tong en in de oren zijn bewerkt. De sensorische
receptoren (receptor: gespecialiseerd neuron in een zintuig dat geactiveerd kan worden door een
stimulus) zetten de info van een stimulus om in elektrochemische signalen, de neurale impulsen. De
neurale impulsen kunnen in de hersenen, in de cerebrale cortex, worden verwerkt. Dit proces wordt
transductie genoemd. Als een receptor de stimuli omzet in een prikkeling, is er sprake van een
zenuwimpuls. Impulsen worden via receptorcellen (zintuigcellen) via sensorische banen naar de
thalamus gebracht en vervolgens naar de sensorische gebieden in de hersenen. De hersenen
verwerken de informatie die via de zintuigen naar de gebieden zijn overgebracht tot essentiële info
met de kenmerken van de stimulus, zoals het geluid of het zicht. Zimbardo et al. (2009) benadrukken
dat datgene wat men ziet een weergave is van datgene wat door de zintuigen en de hersenen is
samengesteld.

Drempels: de grenzen van sensatie
Stimuli hebben een absolute drempel die per persoon zal verschillen. Dat wil zeggen dat stimuli over
een minimale hoeveelheid fysische energie beschikken om tot een sensorische ervaring te kunnen
leiden. De drempel van deze hoeveelheid energie hangt af van de geestelijke opmerkzaamheid en de
lichamelijke gesteldheid van degene die op een bepaald moment de stimuli waarneemt (zie tabel 7.1

,Globale perceptuele drempels van vijf zintuigen in Zimbardo et al., 2009, p. 312). Het opmerken van
het kleinst mogelijke verschil tussen twee stimuli, wordt aangegeven met de term verschildrempel
(ook het juist waarneembare verschil genoemd). Volgens de Wet van Weber zal iemand het verschil
in oude en nieuwe stimuli opmerken als de intensiteit van de stimulus sterk is en de intensiteit groot
(verschildrempel staat proportioneel in verhouding tot de grootte en de intensiteit van de stimulus).
De verschildrempel zal groot zijn als de intensiteit van de stimulus groot is en klein als de intensiteit
van de stimulus klein is (zie voorbeeld in Zimbardo et al., 2009, p. 311).

Signaaldetectietheorie
De signaaldetectietheorie beschrijft dat sensaties afhankelijk zijn van de kenmerken van de stimulus,
de achtergrondstimulus en de detector. Deze theorie verklaart waarom iemand bepaalde stimuli wel
zal opmerken en anderen niet. Het gaat er hierbij niet om of het signaal aanwezig is of niet, maar om
de mate waarin het signaal accuraat wordt opgemerkt. De theorie gaat ervan uit dat de lichamelijke
en geestelijke toestand van een persoon voortdurend onderhevig is aan veranderingen, waardoor de
sensorische waarneming beïnvloed wordt. Om te voorkomen dat men te veel sensaties tegelijkertijd
moet waarnemen, beschikt de mens over sensorische adaptatie: de zintuigen van de mens worden
minder gevoelig voor stimuli naarmate stimuli langer aanhouden (zie voorbeeld in Zimbardo et al.,
2009, p. 313).

Kernvraag: Waarin lijken de zintuigen op elkaar? Waarin verschillen ze?

Gezichtsvermogen: hoe het zenuwstelsel licht verwerkt
Hoewel alle zintuigen neurale informatie doorgeven aan de hersenen, zijn de zintuigen verschillend
opgebouwd. Ook zullen verscheidene gebieden in de hersenen worden geactiveerd door de
verschillend opgebouwde zintuigen. Het oog bestaat bijvoorbeeld uit verscheidene delen die ieder
een specifieke functie vervullen in het verzenden van de info naar de hersenen (zie figuur 7.2 De
bouw van het oog in Zimbardo et al., 2009, p. 315). De buitenzijde van het oog wordt bekleed door
het hoornvies. In het midden van de oogbol en in het centrum van de iris ligt de pupil. Achter de
pupil en onder het hoornvlies zit de ooglens. De ooglens zorgt ervoor dat licht in een bepaalde baan
naar het netvlies achterin het oog wordt geleid. Via het netvlies (retina) waarmee de oogbol van
binnen is bekleed, kunnen lichtsignalen worden omgezet in neurale signalen, zodat de hersenen deze
signalen vervolgens kunnen verwerken in informatie. De retina bevat namelijk een laag lichtgevoelige
cellen, de zogenoemde fotoreceptoren, die de lichtenergie omzetten in neurale impulsen. Er zijn
twee soorten fotoreceptoren: kegeltjes en staafjes. De kegelvormige receptoren nemen kleuren waar
en bevinden zich in het middelste deel van de retina. Dit gebied wordt ook de gele vlek of fovea
genoemd. De staafvormige receptoren nemen geen kleur waar, maar vangen de zwart/witte tinten
op. De kegeltjes en staafjes geven de patronen van zenuwimpulsen met info over het licht door aan
bipolaire cellen die de impulsen vervolgens doorgeven aan de ganglioncellen. Via axonen, die
gebundeld worden in de oogzenuw, worden daarna de impulsen doorgegeven aan de hersenen (zie
figuur 7.3 Transductie van licht in de retina in Zimbardo et al., 2009, p. 316). De waarnemingen via
het linker- en rechteroog lopen kruislings (zie figuur 7.4 Neurale banen in het visuele systeem in
Zimbardo et al., 2009, p. 317). Het gebied in de retina waar zich geen receptoren bevinden, wordt de
blinde vlek genoemd. Als licht via de ooglens op dit gebied valt, wordt het niet waargenomen. De
hersenen zorgen ervoor dat deze gemiste info wordt opgevuld. De impulsen die via het oog naar de
hersenen zijn geleid, worden in de visuele cortex in de occipitaalkwab verwerkt. Er ontstaan hier
twee- of driedimensionale beelden, kleuren, vormen, bewegingen door een combinatie van de

, impulsen met herinneringen, emoties, sensaties van de tastzin. Op grond van de neurale activiteit in
de retina kan de helderheid van kleuren in de hersenen worden bepaald. Zimbardo et al. (2009) zijn
er stellig van overtuigd dat in de wereld om de mens heen geen kleur voorkomt. De kleuren worden
‘slechts’ bepaald in de hersenen van de mens aan de hand van de hoeveelheid licht van een
voorwerp. Zo is gras groen, doordat de oogzenuwactiviteit deze lichtschakelingen doorgeeft aan de
hersenen, en de hersenen de lichtgolflengte – elektromagnetische energie – omzetten in een
sensorische ervaring (zie figuur 7.5 Het elektromagnetisch spectrum in Zimbardo et al., 2009, p. 319).
Onze ogen zijn gevoelig voor het elektromagnetisch spectrum: het visuele spectrum. De golflengte
bepaalt de kleur. Een mens zal geen kleur kunnen waarnemen als de occipitaalkwab beschadigd is.
Maar, ook aangeboren kleurenblindheid kan ervoor zorgen dat iemand de gradaties van kleur niet
kan zien. Als iemand tegengestelde of complementaire kleuren ziet, is er sprake van een verwerking
van deze kleuren door de cellen in het visuele systeem. Dit verschijnsel wordt verklaard met de
zogenoemde opponent-procestheorie. Normaliter zullen drie verscheidene soorten kegeltjes in het
netvlies gevoelig zijn voor drie kleurgolflengten (rood, groen, blauw). Dit wordt aangeduid met de
term trichromatische theorie (Zimbardo et al., 2009).

Gehoor: als er een boom valt in het bos…
Het gehoor ontstaat doordat een gebied in de cortex, de temporaalkwabben, de neurologische info
verwerkt tot auditorische sensaties. Via het oor kunnen geluidstrillingen (toonhoogte, luidheid en het
timbre) worden overgebracht naar de hersenen. Een geluidsgolf moet voor deze overbrenging
worden omgevormd tot een neurale impuls. Deze omvorming verloopt in vier fasen: via de oorschelp
worden trillingen voortgebracht naar het tympanisch membraan (trommelvlies), dit membraan geeft
de trillingen door aan de gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel), waarna de trillingen weer
worden doorgegeven aan het gehoororgaan (cochlea) in het binnenoor (a), de cochlea geeft de
trillingen door aan het basilair membraan (vlies in het cochlea) (b), het basilair membraan zet de
trillingen om in neurale impulsen via de haarcellen die de uitlopers van de receptorcellen stimuleren
(c), via een bundel neuronen (gehoorzenuw) gaan de neurale impulsen naar de hersenstam en
vervolgens zal de auditieve info worden overgebracht naar de auditieve cortex van de
temporaalkwabben (d). Geluidsgolven ontstaan door in trilling gebrachte voorwerpen die de
moleculen in de omgeving in beweging brengen (zie figuur 7.8 De bouw van het oor in Zimbardo et
al., 2009, p. 224). Een geluidsgolf heeft twee eigenschappen: frequentie (aantal trillingen die de golf
in een bepaald tijdsbestek volbrengt, uitgedrukt in hertz of cycli per seconde) en amplitude (meet de
fysieke sterkte of intensiteit van een geluidsgolf, weergegeven in eenheden geluidsdruk of energie:
decibellen). De toonhoogte wordt bepaald door de frequentie van een geluidsgolf. Hoge frequenties
leiden tot hoge tonen, lage frequenties tot lage tonen. Het menselijk gehoor vangt frequenties op
tussen twintig en twintigduizend hertz. Verscheidene gebieden op het basilair membraan worden in
trilling gebracht als frequenties het oor binnendringen. De zogenoemde plaatstheorie verklaart het
kunnen waarnemen van de toonhoogten als volgt: diverse gebieden op het membraan verzenden
diverse codes voor de toonhoogten naar de auditieve cortex. Daarnaast verklaart de
frequentietheorie het waarnemen van de toonhoogten aan de hand van de frequenties die door de
zenuwimpulsen in diverse snelheden worden afgegeven. De amplitude brengt het sensorisch
kenmerk van het geluid voort, het volume. Het timbre is de eigenschap van een geluidsgolf waarmee
het kunnen waarnemen van de verscheidene complexe tonen wordt aangeduid (zie figuur 7.10
Golfvormen geluiden in Zimbardo et al., 2009, p. 327). Doofheid kan het gevolg zijn van ziekten die

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
28 oktober 2014
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
$4.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
shanice1 Saxion Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
8
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
6
Documenten
4
Laatst verkocht
8 jaar geleden

4.3

4 beoordelingen

5
1
4
3
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen