Hoofdstuk 1 – Terreinverkenning................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2 – Verbintenissenrecht, de overeenkomst....................................................................................4
Hoofdstuk 3 – Arbeids- en koopovereenkomst............................................................................................... 6
Hoofdstuk 4 – Verbintenissenrecht, de (on)rechtmatige daad........................................................................7
Hoofdstuk 5 - Goederenrecht......................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 7 - Ondernemingsrecht................................................................................................................ 10
Hoofdstuk 8 – Burgerlijk procesrecht............................................................................................................ 11
Hoofdstuk 9 – Staatrecht.............................................................................................................................. 12
, Hoofdstuk 1 – Terreinverkenning
Functies van recht
- Normatieve functie moord, diefstal, verkrachting, terroristische aanvallen en
discriminatie
- Geschil oplossende functie de rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt
of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en met behulp van
welke procedure.
- Additionele functie aanvullende functie als partijen vergeten zijn op een
bepaald punt afspraken te maken, geeft het recht aan welke regel geldt
- Instrumentele functie verkeersregels er kan niet uitgegaan worden van het
normbesef van de mensen en het kan niet overgelaten worden aan de mensen
zelf.
Rechtsbronnen (blz. 23 figuur 1.6)
- De wet:
o Privaatrecht ‘’civiele recht’’ of ‘’burgerlijk recht’’ bestaat uit:
1. Personen- en familierecht
2. Vermogensrecht
3. Ondernemingsrecht
4. Burgerlijk procesrecht
o Publiekrecht bestaat uit:
1. Straf(proces)recht de staat treedt actief op d.m.v. het Openbaar
Ministerie (OM) om sancties te eisen bij overtreding van normen
2. Staatrecht regelt de wijze waarop het Nederlandse staatsbestel
wordt vormgegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen
uitoefenen (Eerste kamer, tweede kamer, regering, verkiezingen en
totstandkoming van wetten)
3. Bestuurs(proces)recht heeft betrekking op de mogelijkheden die de
overheid heeft om regulerend op te treden ten aanzien van de
maatschappij
- Het verdrag afspraak, overeenkomst, gesloten door twee of meer staten
- De jurisprudentie rechtspraak vonnis wordt als hoofdregel door rechtbank
gegeven. Arrest wordt gewezen door een gerechtshof en de Hoge Raad
- De gewoonte ongeschreven regel dat geldt omdat er door een groep inwoners
van een bepaalde regio van het land steeds naar wordt gehandeld
Regelgeving (blz. 24 figuur 1.7)
Wet in formele zin wet die tot stand is gekomen door regering en SG samen
Wet in materiële zin iedere regeling van een wetgever die geschreven is voor een
onbepaald aantal en dus niet bij naam genoemde personen
Dwingend recht burgers mogen niet afwijken
Aanvullend recht burgers mogen afwijken mits beide partijen akkoord zijn
Interpretatiemethoden
1. Grammaticale methode bij de uitleg van een woord knoopt de rechter aan bij
de betekenis die het heeft in alledaagse spraakgebruik
2. Wetshistorische methode rechter beroept zich op passage uit de geschiedenis
van de betreffende wet
3. Anticiperende methode de rechter baseert zich op een komende regel