KLINISCHE
GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE IN
DE GENEESKUNDE
Blok 4 - semester 2
COLLEGE 1
INTRODUCTIE
GESCHIEDENIS; HOOFD-LICHAAM RELATIE
Prehistorie: geest en lichaam zijn verstrengeld
Ziekte is wanneer boze geesten het lichaam binnendringen
Behandeling bestaat uit exorcisme van deze geesten
Oude Grieken: humorale theorie van ziekten; ziekten ontstonden wanneer de 4
humoren (circulerende lichaamsvloeistoffen) uit balans waren
Bloed: geassocieerd met gepassioneerd temperament
Zwarte gal: droefheid
Gele gal: boze instelling
Flegma: relaxte benadering van het leven
Behandeling = herstel van evenwicht tussen de humoren
Middeleeuwen: ziekte is straf van God
Behandeling: verdrijven van kwade krachten door marteling > later behandeling;
gebed en goed doen
Renaissance: betere wetenschappelijke kennis/beoordeling
Diagnose + behandeling gebaseerd op organische en cellulaire pathologie
= het biomedisch model
BIOMEDISCH MODEL
Alle ziekten kunnen worden verklaard door afwijkende somatische
lichaamsprocessen, zoals biochemische onevenwichtigheden of
neurofysiologische afwijkingen
Gezondheid wordt gezien als biochemisch of fysiek van aard
Psychologische en sociale processen zijn grotendeels irrelevant voor ziekteproces
Nadelen:
Vermindert ziekte tot processen op laag niveau
Erkent invloeden van sociale en psychologische processen niet > gaat uit van
dualisme
Legt nadruk op ziekte i.p.v. op gedrag
Kan niet ingaan op complexiteit van ziektes
Bekeringshysterie: biomedisch standpunt begon te veranderen door opkomst van
moderne psychologie
, Specifieke onbewuste conflicten veroorzaken lichamelijke storingen die
verdrongen psychologische conflicten symboliseren (Freud) > psychosomatische
geneeskunde
Psychosomatische geneeskunde: idee dat specifieke ziekten (zweren/astma/hoge
bloeddruk) voortkomen uit interne conflicten van mensen
Dunbar & Alexander: brachten persoonlijkheidspatronen i.v.m. specifieke ziekten
Ulcer-prone personality: iemand met een buitensporige behoefte aan
afhankelijkheid en liefde
> afscheiding van zuur in de maag die het slijmvlies van maag aantast; conflict
veroorzaakt angst
Kritiek: conflict/persoonlijkheidstype is niet voldoende om ziekte te veroorzaken
BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL
Engel: gezondheid en ziekte zijn het gevolg van een samenspel van biologische,
psychologie en sociale factoren
Voordelen:
Handhaaft dat processen op macro- en microniveau voortdurend op elkaar werken
om gezondheid te beïnvloeden
Benadrukt zowel gezondheid als ziekte
Inzicht in interactie van biologische/psychologische/sociale factoren bij diagnose
Nadruk op relatie tussen patiënt en behandelaar verbeteren
Nadelen:
Sociaal aspect niet goed vastgelegd in onderzoek
In de tijd bestuderen, complexe interactiesystemen verkennen
Vergelijking biomedisch en biopsychosociaal model:
Biomedisch Biopsychosociaal
Oorzaak Extern Biopsychosociaal
Rol van gedrag Beperkt Groot
Rol van arts/patiënt/systeem Medische behandeling Patiënt en dokter
Rol van gedrag van behandeling Arts Patiënten, systeem
Gezondheid-ziekte Geen continuüm Continuüm
,EPIDEMIOLOGIE
Top 10 aandoeningen op basis van prevalentie:
nek- en rugklachten, infecties bovenste luchtwegen, artrose, angststoornissen,
diabetes, gezichtsstoornissen, contacteczeem, gehoorstoornissen,
stemmingsstoornissen
Top 10 mortaliteit oorzaken:
dementie, longkanker, beroerte, coronaire hartziekten, hartfalen, ongevallen,
COPD, infecties onderste luchtwegen, dikke darmkanker, hematologische kanker
59% van bevolking heeft 1 of meer chronische ziekten
vaker bij vrouwen, en vaker bij ouderen
Multimorbiditeit: 2 of meer ziekten hebben; 32% van bevolking
PSYCHOLOGIE VS. GENEESKUNDE
Geneeskunde: monocausale verklaring van ziekte (traditioneel)
Nadruk op biologische trajecten
Duidelijk onderscheid tussen lichaam en geest
Disease vs. illness
Disease: iets wat met een orgaan mankeert; moet genezen worden
Met duidelijke tekenen/symptomen die wijzen op fysieke aandoening/pathologie
Illness: iets wat met een mens mankeert; moet beheerst worden = ziektebeleving
Wat patiënt voelt onderweg naar een arts, subjectieve ervaring die anders is dan
normale toestand
Disciplines
Psychiatrie: focus op geestelijke gezondheidsproblemen
behandeling abnormale emoties/gedrag
o DSM-5, gebruik medicijnen voorgeschreven door psychiater (arts)
Klinische psychologie: diagnostiek van mentale problemen
verstrekking van psychotherapeutische behandeling > geen medicatie
Gezondheidspsychologie: deel van psychologie met betrekking op preventie
van ziekte + bevordering gezondheidsgedrag
Medische psychologie: focus op patiënten in medische situaties en hun
psychologische problemen
werken voornamelijk in ziekenhuizen/revalidatiecentra
Patiënt categorieën:
1) Volwassenen met chronische ziekten
2) Patiënten met somatische klachten zonder duidelijke medische oorzaak
3) Volwassenen met hersenletsel die neuropsychologische beoordeling/behandeling
moeten
4) Kinderen tot 18 jaar met uiteenlopende ziekten/symptomen
5) Volwassen psychiatrische patiënten
, HERKENNING VAN SYMPTOMEN
Individuele verschillen: neurotische mensen overdrijven vaak symptomen
Verschillen in aandacht: mensen die op zichzelf gericht zijn merken sneller
symptomen op
Situationele factoren: saaie situaties maken mensen attenter op symptomen
Stress: gerelateerde fysiologische veranderingen worden geïnterpreteerd als
ziekte
Stemming/emoties: beïnvloedt perceptie van symptomen en waargenomen
kwetsbaarheid
Interpretatie van symptomen:
Ervaring: gemeenschappelijke aandoeningen worden minder ernstig gezien dan
zeldzame
Verwachtingen: negeren onverwachte symptomen en versterken verwachte
Ernst symptomen: alleen behandeling zoeken als 1) symptoom belangrijk orgaan
aantast of 2) mobiliteit beperkt
Common sense model of illness (Leventhal): mensen hebben impliciete meningen
over hun symptomen/ziekten > dit resulteert in ziekte percepties met
basisinformatie over een ziekte
Identiteit ziekte, oorzaken, gevolgen, tijdslijn, beheersing/genezing, samenhang
(hoe accuraat ziekte perceptie is)
MODELLEN VAN ZIEKTE
Acute ziekte: vermoedelijk veroorzaakt door virus/bacterie, kortdurend zonder lange
termijn gevolgen
Chronische ziekte: vermoedelijk veroorzaakt door meerdere factoren, langdurig met
ernstige gevolgen
Cyclische ziekte: afwisselende perioden van wel of geen symptomen
Total patiënt delay (Anderson): verschillende stages waar mensen doorheen gaan
voordat ze behandeling zoeken voor symptomen, vooral bij mensen met
angst/weinig contact met arts
Onverklaarbare symptomen > ziekte beoordeling > besluit tot consult > consult
plannen > consult krijgen > behandeling krijgen
Beoordelingsvertraging: tijd tussen symptoom herkenning en beoordelen als
ziekte
Ziektevertraging: tijd tussen ziekte beoordeling en besluiten hulp te zoeken
Gedragsvertraging: tijd tussen besluiten hulp te zoeken en daadwerkelijk hulp
zoeken
Planningsvertraging: tijd tussen hulp zoeken en afspraak kunnen maken
Behandelingsvertraging: tijd tussen eerste afspraak en begin behandeling
Gedeelde zorg: patiënt draagt actief bij aan eigen behandeling
Ziekteverloop:
1) Acute fase: focus op diagnose en behandeling
2) Chronische fase: nadruk op nazorg, aanpassing, onderhoud
3) Palliatieve/terminale fase: focus op symptoombestrijding en behoud van optimale
levenskwaliteit
GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE IN
DE GENEESKUNDE
Blok 4 - semester 2
COLLEGE 1
INTRODUCTIE
GESCHIEDENIS; HOOFD-LICHAAM RELATIE
Prehistorie: geest en lichaam zijn verstrengeld
Ziekte is wanneer boze geesten het lichaam binnendringen
Behandeling bestaat uit exorcisme van deze geesten
Oude Grieken: humorale theorie van ziekten; ziekten ontstonden wanneer de 4
humoren (circulerende lichaamsvloeistoffen) uit balans waren
Bloed: geassocieerd met gepassioneerd temperament
Zwarte gal: droefheid
Gele gal: boze instelling
Flegma: relaxte benadering van het leven
Behandeling = herstel van evenwicht tussen de humoren
Middeleeuwen: ziekte is straf van God
Behandeling: verdrijven van kwade krachten door marteling > later behandeling;
gebed en goed doen
Renaissance: betere wetenschappelijke kennis/beoordeling
Diagnose + behandeling gebaseerd op organische en cellulaire pathologie
= het biomedisch model
BIOMEDISCH MODEL
Alle ziekten kunnen worden verklaard door afwijkende somatische
lichaamsprocessen, zoals biochemische onevenwichtigheden of
neurofysiologische afwijkingen
Gezondheid wordt gezien als biochemisch of fysiek van aard
Psychologische en sociale processen zijn grotendeels irrelevant voor ziekteproces
Nadelen:
Vermindert ziekte tot processen op laag niveau
Erkent invloeden van sociale en psychologische processen niet > gaat uit van
dualisme
Legt nadruk op ziekte i.p.v. op gedrag
Kan niet ingaan op complexiteit van ziektes
Bekeringshysterie: biomedisch standpunt begon te veranderen door opkomst van
moderne psychologie
, Specifieke onbewuste conflicten veroorzaken lichamelijke storingen die
verdrongen psychologische conflicten symboliseren (Freud) > psychosomatische
geneeskunde
Psychosomatische geneeskunde: idee dat specifieke ziekten (zweren/astma/hoge
bloeddruk) voortkomen uit interne conflicten van mensen
Dunbar & Alexander: brachten persoonlijkheidspatronen i.v.m. specifieke ziekten
Ulcer-prone personality: iemand met een buitensporige behoefte aan
afhankelijkheid en liefde
> afscheiding van zuur in de maag die het slijmvlies van maag aantast; conflict
veroorzaakt angst
Kritiek: conflict/persoonlijkheidstype is niet voldoende om ziekte te veroorzaken
BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL
Engel: gezondheid en ziekte zijn het gevolg van een samenspel van biologische,
psychologie en sociale factoren
Voordelen:
Handhaaft dat processen op macro- en microniveau voortdurend op elkaar werken
om gezondheid te beïnvloeden
Benadrukt zowel gezondheid als ziekte
Inzicht in interactie van biologische/psychologische/sociale factoren bij diagnose
Nadruk op relatie tussen patiënt en behandelaar verbeteren
Nadelen:
Sociaal aspect niet goed vastgelegd in onderzoek
In de tijd bestuderen, complexe interactiesystemen verkennen
Vergelijking biomedisch en biopsychosociaal model:
Biomedisch Biopsychosociaal
Oorzaak Extern Biopsychosociaal
Rol van gedrag Beperkt Groot
Rol van arts/patiënt/systeem Medische behandeling Patiënt en dokter
Rol van gedrag van behandeling Arts Patiënten, systeem
Gezondheid-ziekte Geen continuüm Continuüm
,EPIDEMIOLOGIE
Top 10 aandoeningen op basis van prevalentie:
nek- en rugklachten, infecties bovenste luchtwegen, artrose, angststoornissen,
diabetes, gezichtsstoornissen, contacteczeem, gehoorstoornissen,
stemmingsstoornissen
Top 10 mortaliteit oorzaken:
dementie, longkanker, beroerte, coronaire hartziekten, hartfalen, ongevallen,
COPD, infecties onderste luchtwegen, dikke darmkanker, hematologische kanker
59% van bevolking heeft 1 of meer chronische ziekten
vaker bij vrouwen, en vaker bij ouderen
Multimorbiditeit: 2 of meer ziekten hebben; 32% van bevolking
PSYCHOLOGIE VS. GENEESKUNDE
Geneeskunde: monocausale verklaring van ziekte (traditioneel)
Nadruk op biologische trajecten
Duidelijk onderscheid tussen lichaam en geest
Disease vs. illness
Disease: iets wat met een orgaan mankeert; moet genezen worden
Met duidelijke tekenen/symptomen die wijzen op fysieke aandoening/pathologie
Illness: iets wat met een mens mankeert; moet beheerst worden = ziektebeleving
Wat patiënt voelt onderweg naar een arts, subjectieve ervaring die anders is dan
normale toestand
Disciplines
Psychiatrie: focus op geestelijke gezondheidsproblemen
behandeling abnormale emoties/gedrag
o DSM-5, gebruik medicijnen voorgeschreven door psychiater (arts)
Klinische psychologie: diagnostiek van mentale problemen
verstrekking van psychotherapeutische behandeling > geen medicatie
Gezondheidspsychologie: deel van psychologie met betrekking op preventie
van ziekte + bevordering gezondheidsgedrag
Medische psychologie: focus op patiënten in medische situaties en hun
psychologische problemen
werken voornamelijk in ziekenhuizen/revalidatiecentra
Patiënt categorieën:
1) Volwassenen met chronische ziekten
2) Patiënten met somatische klachten zonder duidelijke medische oorzaak
3) Volwassenen met hersenletsel die neuropsychologische beoordeling/behandeling
moeten
4) Kinderen tot 18 jaar met uiteenlopende ziekten/symptomen
5) Volwassen psychiatrische patiënten
, HERKENNING VAN SYMPTOMEN
Individuele verschillen: neurotische mensen overdrijven vaak symptomen
Verschillen in aandacht: mensen die op zichzelf gericht zijn merken sneller
symptomen op
Situationele factoren: saaie situaties maken mensen attenter op symptomen
Stress: gerelateerde fysiologische veranderingen worden geïnterpreteerd als
ziekte
Stemming/emoties: beïnvloedt perceptie van symptomen en waargenomen
kwetsbaarheid
Interpretatie van symptomen:
Ervaring: gemeenschappelijke aandoeningen worden minder ernstig gezien dan
zeldzame
Verwachtingen: negeren onverwachte symptomen en versterken verwachte
Ernst symptomen: alleen behandeling zoeken als 1) symptoom belangrijk orgaan
aantast of 2) mobiliteit beperkt
Common sense model of illness (Leventhal): mensen hebben impliciete meningen
over hun symptomen/ziekten > dit resulteert in ziekte percepties met
basisinformatie over een ziekte
Identiteit ziekte, oorzaken, gevolgen, tijdslijn, beheersing/genezing, samenhang
(hoe accuraat ziekte perceptie is)
MODELLEN VAN ZIEKTE
Acute ziekte: vermoedelijk veroorzaakt door virus/bacterie, kortdurend zonder lange
termijn gevolgen
Chronische ziekte: vermoedelijk veroorzaakt door meerdere factoren, langdurig met
ernstige gevolgen
Cyclische ziekte: afwisselende perioden van wel of geen symptomen
Total patiënt delay (Anderson): verschillende stages waar mensen doorheen gaan
voordat ze behandeling zoeken voor symptomen, vooral bij mensen met
angst/weinig contact met arts
Onverklaarbare symptomen > ziekte beoordeling > besluit tot consult > consult
plannen > consult krijgen > behandeling krijgen
Beoordelingsvertraging: tijd tussen symptoom herkenning en beoordelen als
ziekte
Ziektevertraging: tijd tussen ziekte beoordeling en besluiten hulp te zoeken
Gedragsvertraging: tijd tussen besluiten hulp te zoeken en daadwerkelijk hulp
zoeken
Planningsvertraging: tijd tussen hulp zoeken en afspraak kunnen maken
Behandelingsvertraging: tijd tussen eerste afspraak en begin behandeling
Gedeelde zorg: patiënt draagt actief bij aan eigen behandeling
Ziekteverloop:
1) Acute fase: focus op diagnose en behandeling
2) Chronische fase: nadruk op nazorg, aanpassing, onderhoud
3) Palliatieve/terminale fase: focus op symptoombestrijding en behoud van optimale
levenskwaliteit