Vakgebied bedrijfseconomie
Management Accounting
Finacial Accounting
Financiering
Aanvulling management accounting
Moet invulling geven aan de financiele informatie behoefte van de intern betrokkenen
De individuele betrokkenen hebben wensen vanuit hun specifieke informatiebehoefte
Eisen informatie: tijdig, frequent, gedetailleerd, betrouwbaar, niet mooier gemaakt
Werken met informatievoorzienningsysteem noodzakelijk
Aanvulling financial accounting
Moet invulling geven aan de financiele informatiebehoefte extern betrokkenen
Gezicht op de oordeelsvorming en / of besluitvorming van derden ten aanzien van de
organisatie
Verschillen management vs financial accounting
Verschillen tussen interne en externe informatieverschaffing
Feit Intern Extern
Toegang tot alle informatie Ja Nee
Wettelijke voorschriften Nee Ja
Frequentie Doorlopend Periodiek
Detaillering Zeer Globaal
Tijdstip berichtgeving Vrij snel Veel later
Creative Accounting Nee Ja ( kans )
Contingencybenadering
Standaardoplossingen bestaan niet in Management Accounting
De aard van de ondernemingsactiviteiten
De grootte van de onderneming
De mate van onzekerheid waarin de onderneming moet opereren
De ondernemingscultuur
Kostenbegrippen
Even een overzicht van de verschillende begrippen
Product costs: Intergrale kosteprijs basis vaststellen verkoopprijs alle kosten zijn product
costs. Period costs: omdat het lastig is alle kosten aan product toe te rekenen ( bv huur )
kost wel ten laste van de resultatenrekening.
Werkelijke kosten in ruime zin: werkelijke offers. Standaardkosten in enge zin:
vastgestelde normen
, Variabele kosten: kosten afhankelijk van bedrijfsdrukte ( proportioneel, degressief,
progressief ). Constante kosten: kosten niet afhankelijk van bedrijfsdrukte ( binnen zekere
grenzen ).
Directe kosten: onmiddellijk toe te rekenen aan kostendrager ( bv grondstof aan product ).
Indirecte kosten: kosten niet onmiddellijk toe te rekenen aan kostendrager ( overhead ).
Indirecte kosten zijn laatste jaren flink toegenomen vanwege: regelgeving, kwaliteit en
management.
Private kosten: beslisser voelt dit rechtstreeks in zijn portemonnee. Maatschappelijke
kosten: kosten die anderen of samenleving treffen niet de beslisser.
Relevante kosten en sunk costs: alleen toekomstige kosten en opbrengste die voortvloeien
uit een beslissing zijn relevant. Kosten in het verleden gemaakt hebben hierop geen
invloed sunk costs
Kosten en misgelopen opbrengsten: meerdere alternatieve bij een beslissing,
knelpuntbeslissing
Verbijzonderingsmethode
Indirecte kosten toeberekenen aan product
Intergrale kostprijs = c/n+v/w
Differentiele kostprijs = v/w
Bij meerdere producten
Toenemende kwaliteitzorg
Meer overhead
Meer overheid
Hierbij verbijzondering nodig
Verdeelsleutel
Opslagmethode
Kostenplaatsmethode
Activity based costing
Foutieve kostprijs kan gevolgen
Verkeerde beslissingen
Verkeerde waardering
Opslagmethode
Enkelvoudig: totaal indirecte kosten / totaal directe kosten * 100%
onlogisch causaal verband evenveel werk
Meervoudig: legt causale verband tussen groepen van direct en indirect kosten ( dus meerdere
opslagen ). Indirecte kosten bij N * directe kosten bij N * 100%
, Dimensies van de kostprijs
Elementen bij het bepalen van de kostprijs
Hoeveelheidelement: bij de beheersing van de bedrijfsprocessen dient gewerkt te worden
met standaardhoeveelheden, berust op efficiencynormen met een economisch karakter.
Waarom een economisch karakter en niet een technisch karakter technisch mogelijke
besparing op kosten van een onderdeel, echter er dient gekeken te worden naar het grotere
geheel. Dus het effect op al de verschillende productiemiddelen. Standaardhoeveelheden
bij een productieproces kan er sprake zijn van leereffecten, oftewel in het begin van de
levenscyclus kunnen deze hoger zijn dan in een later stadium. Beter om een om
standaardkostprijs te berekenen voor de gehele levenscyclus ( juiste beslissingen nemen
voor de gehele looptijd ).
Prijselement: de kostprijs dient onder andere als basis voor het vaststellen van de
verkoopprijs. Voor een op continuiteit gerichte onderneming dient de kostprijs niet
gebaseerd te zijn op in het verleden betaalde prijzen ( historische kosten ) maar op de
actuele inkoopprijzen ( vervangingswaarde ). Voorraadresultaat: volgtijdige
prijsverschillen op de inkoopmarkt tussen het moment van inkoop en het moment van
verkoop. Voorraad winsten worden ook welk aangemerkt als schijnwinsten de winst is
niet uitkeerbaar als de onderneming haar activiteiten op het huidige niveau wil
voortzetten.
Tijdselenment: productiemiddelen zullen gefinancierd dienen te worden, daardoor onstaan
vermogenskosten. Verschil in tijdstip tussen de investeringsuitgaven en de
verkoopontvangsten houdt in dat er rekening gehouden moet worden met rentefactor.
Zowel voor eigen vermogen als vreemd vermogen.
Kostprijsberekening en de keuze van de bedrijfsdrukte
Basis voor capaciteitsbeslissingen bij investeringen: normale bezetting
De constante kosten worden ook wel capaciteitskosten genoemd, ze worden gemaakt om
productiecapaciteit beschikbaar te stellen
Omdat de kosten van DPM’s meestal een constant karakter hebben, worden deze gebruikelijk
gekoppeld aan N = normale bezetting. Immers C/N, C = constante kosten bij rationele capaciteit
De kosten van irrationele capaciteit mogen niet in de kostprijs worden verwerkt. Het zijn immers
offers, maar geen kosten deze moeten dan ook rechtstreek naar de winst en verlies rekening (
period costs ).
Belang kostenfuncties
In de praktijk niet eenvoudig om een classificatie te geven aan kostenposten, vast of variabel.
Kostprijsbepaling; opstellen profit volume chart
Prognose van het resultaat ( als omzet en prijs bekend zijn )
Vergelijking prognose – werkelijkheid
Let op bij extrapolatie verleden
- Actuele prijspeil ( vervangingswaarde ) is van belang ( niet historisch kosten )