Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting De samenleving, 14e editie, ISBN: 9789043035774, Inleiding Sociologie (R_Inl.socio)

Rating
-
Sold
1
Pages
94
Uploaded on
28-05-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting De samenleving: kennismaking met de sociologie, 14e editie, ISBN: 5774. Boek hoort bij het vak Inleiding Sociologie (R_I) van de VU. In deze samenvatting is het boek + aanvullende college aantekeningen verwerkt. De hoofdstukken die in deze samenvatting zijn behandeld zijn: H1 t/m H9 + H11 + H12 + H15 en H16

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

INLEIDI
NG
SOCIO
HOOFDSTUK 1 – WAT IS SOCIOLOGIE?

LOGIE
Sociologie
 = Systematisch onderzoek van de menselijke samenleving

SAMEN
 Kern hiervan bestaat uit het sociologisch perspectief: het specifieke
gezichtspunt van sociologie waarmee in het leven en gedrag van individuen
algemene maatschappelijke patronen zichtbaar worden

VATTIN
 Het algemene in het bijzondere zien
- Algemene patronen ontdekken in specifieke gevallen ofwel in het gedrag
van bepaalde mensen

G - Bijvoorbeeld de zelfmoordstudie van Emile Durkheim (1897): er was een
hoger zelfmoordcijfer onder mannen, protestanten, ongehuwden en
welvarende mensen → kwam volgens Durkheim doordat die mensen
minder sociale banden hebben met de samenleving / minder sociale
integratie; wijst hier op het karakter van groepsnormen
 Het ongewone in het bekende zien
- Het zien van de invloed van sociale structuren op individuen
- Ter discussie stellen van wat wij als normaal beschouwen
- Veel keuzes die je maakt worden beïnvloed door de tijd waarin je leeft,
land waar je woont enz.

Iedereen kan de wereld vanuit het sociologisch perspectief leren zien, maar er
bestaan twee verschijnselen die hen daarbij kunnen helpen:
1. Een bestaan in de marges van de samenleving (marginaliteit)
2. Het doormaken van een crisis

Sociale verbeeldingskracht (C. Wright Mills 1959)
 = Het kunnen transformeren van persoonlijke problemen tot maatschappelijke
vraagstukken, zoals armoede, criminaliteit, verslaving enz.
 Rol van geschiedenis op biografie: tijd waarin je leeft heeft invloed op de
keuzes die je maakt en het leven dat je leidt
 Volgens Mills krijgen mensen die hiervan gebruikmaken een beter inzicht in
het functioneren van de samenleving en de wijze waarop deze hun leven
beïnvloedt

We kunnen landen aan de hand van het niveau van hun economische ontwikkeling in
drie brede categorieën onderverdelen:
1. Hoge-inkomenslanden
- = Landen met de hoogste algemene levensstandaard
- Gezamenlijk leveren deze landen de meeste goederen en diensten en hun
inwoners bezitten het merendeel van de rijkdommen die de wereld te
bieden heeft

, 2. Middeninkomenslanden
- = Landen met een levensstandaard, die we als we de wereld in zijn geheel
bekijken, gemiddeld kunnen noemen
- In meeste landen bestaat grote sociale ongelijkheid
3. Lage-inkomenslanden
- = Landen met een lage levensstandaard, waarvan de meeste inwoners
arm zijn
- Kenmerkend is dat sommige mensen extreem rijk zijn, maar dat de meeste
mensen onder erbarmelijke omstandigheden leven en weinig
mogelijkheden hebben om hun situatie te verbeteren

Mondiaal / globaal perspectief: het bestuderen van de wereld in zijn geheel en de
plaats die onze samenleving daarin inneemt.

In elk hoofdstuk van het boek vergelijken ze de situatie in de rijk westerse landen met
die in andere landen; doen dit om vier redenen:
1. Het leven dat we leiden wordt gevormd door het land waarin we leven
2. De contacten tussen samenlevingen zijn zeer sterk toegenomen
3. Veel sociale problemen waarmee de westerse wereld wordt geconfronteerd,
zijn elders veel ernstiger
4. Globaal denken helpt ons om meer inzicht in onszelf te krijgen

Hanteren van het sociologische perspectief is in drie opzichten zinvol:
1. Sociologie speelt een belangrijke rol in het tot stand komen van de wetten en
overheidsmaatregelen die ons leven beïnvloeden
2. Op individueel niveau bevordert het sociologisch perspectief onze persoonlijke
groei en bewustwording → heeft vier positieve effecten:
- Aan de had van het sociologisch perspectief kunnen we nagaan wat er wel
en niet klopt aan het ‘alledaags denken’ → mythen jager
- Het sociologisch perspectief geeft ons een beter inzicht in de
mogelijkheden en de hindernissen die we in het dagelijks leven
tegenkomen
- Het sociologisch perspectief geeft ons de mogelijkheid een actieve rol te
spelen in de samenleving waarvan we deel uitmaken
- De sociologie helpt ons om in een wereld te leven die zich kenmerkt door
diversiteit
3. Een studie van de sociologie is een uitstekende voorbereiding op de
arbeidsmarkt

Drie belangrijke veranderingen die een transformatie van de samenleving
teweegbrachten:
1. Industrialisering: onder invloed van technologische ontwikkeling veranderden
er veel dingen, zoals de manier van arbeid (scheiding tussen werk en privé)
2. Urbanisatie: groei van steden
3. Democratisering: politieke veranderingen en men ging anders denken →
aandacht verschoof van gehoorzamen aan God en de koning naar de eigen
wil, vrijheid en de rechten van het individu

,Comte bedacht in 1838 de term ‘sociologie’ → stelde dat er drie
ontwikkelingsfasen voorafgingen aan het ontstaan van sociologie:
1. Theologische fase (tot circa 1350): men ging hier ervan uit dat de samenleving
Gods wil tot uitdrukking bracht
2. Metafysische fase (14e – 15e eeuw): de samenleving werd als een natuurlijk en
niet bovennatuurlijk verschijnsel beschouwd; natuurwetten
3. Wetenschappelijke fase (vanaf eind 15e eeuw):
- Opkomst van het positivisme: inzicht verwerven op basis van
wetenschappelijk onderzoek → het functioneren van de samenleving wordt
door bepaalde (natuur)wetten gereguleerd
- Renaissance (15e – 16e eeuw) → ontdekking van nieuwe werelddelen, zon
is de kern van het heelal, empirisme
- Reformatie (16e eeuw) → calvinisme, protestantisme, meer oog voor de
mogelijkheden van het individu
- Verlichting (17e – 18e eeuw) → vertrouwen in de wetenschap, vooruitgang
en maakbare samenleving

Moderniteit: sociale patronen die het resultaat zijn van de industrialisering.

Modernisering: het sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de
industrialisering.

Vier kenmerken van modernisering volgens Berger (1977)
1. Het verdwijnen van kleine, traditionele gemeenschappen
2. De uitbreiding van persoonlijke keuzemogelijkheden → individualisering:
mensen zien hun eigen leven als een oneindige reeks van keuzes
3. Grotere sociale diversiteit
4. Oriëntatie op de toekomst en een groeiend tijdsbewustzijn

Sociale veranderingen kunnen worden gezien als katalysator voor sociologische
ontwikkelingen.

Ferdinand Tönnies (1855-1937) Gemeinschaft → Gesellschaft
 Modernisering zorgde ervoor dat de Gemeinschaft (de kleine menselijke
gemeenschap) steeds meer in een Gesellschaft veranderde (samenleving
waarin de meeste sociale betrekkingen op eigenbelang zijn gebaseerd;
mensen vormen geen eenheid meer)
 De traditionele gemeenschapszin houdt in dat mensen, ondanks factoren die
hen verdelen, toch een hechte eenheid vormen
 Kritiek hierop is dat Tönnies het beeld van traditionele samenlevingen
romantiseerde en daardoor mogelijk over het hoofd zag dat er ook in de
moderne samenlevingen hechte familie- en vriendschapsbanden bestaan




Emile Durkheim (1858-1917) Mechanisch → Organisch

,  Modernisering werd gekenmerkt door een toenemende arbeidsverdeling: de
uitsplitsing van arbeid naar gespecialiseerde economische activiteiten
 Pre-industriële samenlevingen worden bijeengehouden door mechanische
solidariteit of gedeelde morele waarden → de leden van deze samenlevingen
zien elkaar als gelijken, verrichten dezelfde werkzaamheden en horen bij
elkaar (komt overeen met Tönnies’ Gemeinschaft)
 Moderne samenlevingen worden bijeengehouden door organische solidariteit:
de wederzijdse afhankelijkheid van mensen die gespecialiseerde arbeid
verrichten (komt overeen met Tönnies’ Gesellschaft)
 Verschil tussen Durkheim en Tönnies:
Durkheim bestempelde de moderne samenleving als ‘organisch’ en de
traditionele samenleving als ‘mechanisch’; Tönnies vond dit precies andersom
 Was bang dat de moderne samenlevingen zo divers zouden worden dat zij tot
anomie zouden vervallen: een situatie waarin een samenleving het individu
weinig morele richtlijnen te bieden heeft → hierdoor zouden mensen
egocentrisch kunnen worden en weinig zin aan hun leven kunnen geven

Max Weber (1864-1920) Rationalisering
 Het begrip moderniteit hield volgens hem in dat een traditioneel wereldbeeld
vervangen wordt door een rationelere denkwijze, dat geïllustreerd wordt door
de groei van bureaucratie
 Moderne samenleving is ‘onttoverd’ → houdt in dat praktische problemen niet
meer met magie maar met technologie opgelost worden
 Vreesde dat de wetenschap de afstand tot enkele fundamentele levensvragen
(de zin en het doel van het bestaan) zou vergroten en dat de rationalisering de
menselijke geest met een eindeloze reeks regels en reglementen zou
verstikken

Karl Marx (1818-1863) Kapitalisme
 Moderne samenleving staat gelijk aan kapitalisme
 Beschouwde de aspecten van bovenstaande denkers als condities die het
mogelijk maakten dat het kapitalisme volledig tot ontwikkeling zou komen
 Geloofde dat de sociale conflicten in kapitalistische samenlevingen uiteindelijk
tot revolutionaire veranderingen en maatschappelijke gelijkheid (socialisme)
leiden
 Kritiekpunt is dat hij de invloed van de bureaucratie op de moderne
samenlevingen onderschatte

Vier hoofdvragen van de sociologie
1. Vraag van sociale (wanorde) → Durkheim
Wat houdt de samenleving bij elkaar?
2. Proces van rationalisering → Weber
Waarom voltrekken rationaliseringsprocessen zich in verschillende mate in
verschillende samenlevingen?

3. Sociale (on)gelijkheid → Marx
Hoe worden schaarse en begeerde zaken verdeeld?

,4. Identiteit en interactie → Simmel
Hoe beïnvloeden maatschappelijke verhoudingen de identiteit van individuen
en groepen?

,HOOFDSTUK 2 – SOCIOLOGISCHE THEORIEËN EN METHODEN

,Analyseniveaus
1. Macro: focus op samenleving als geheel; totaalbeeld van sociale structuren in
de samenleving
2. Meso: focus op ‘middelgrote’ analyse-eenheden; groepen
3. Micro: nauwkeurige en gedetailleerde beschrijving van de sociale interacties in
concrete situaties; focus op individuen

Theorie: een stelsel van uitspraken over de wijze waarop en waarom specifieke
feiten aan elkaar gerelateerd zijn.

Theoretische benadering (of perspectief) / paradigma: een fundamenteel beeld van
de samenleving dat als richtsnoer dient voor theorie en onderzoek → overkoepelend
en er kunnen binnen een benadering vele theorieën bestaan → vier belangrijke
sociologische benaderingen:
1. Het structureel functionalisme
2. De conflictsociologie
3. Het symbolisch interactionisme
4. Rationelekeuzebenadering (hoort er niet helemaal bij, omdat deze zich richt
op het mensbeeld in plaats van het maatschappijbeeld)

Het structureel functionalisme
 = Een theorievormend kader waarin de samenleving als een complex systeem
wordt gezien waarbinnen alle onderdelen een functie hebben; de
samenwerking tussen de verschillende delen van het systeem bevordert
solidariteit en stabiliteit
 Richt zich op de:
- Sociale structuur: relatief stabiele sociale gedragspatronen
- Sociale functies: de gevolgen van een sociaal patroon (bijvoorbeeld een
handdruk) voor het functioneren van de totale samenleving
 Hoofdpersonen: Comte, Durkheim, Spencer
 Merton (1910-2003) maakte onderscheid tussen verschillende functies in de
samenleving:
- Manifeste functies: de onderkende en beoogde gevolgen van een sociaal
patroon → bijvoorbeeld de manifeste functie van werk is het verkrijgen van
inkomen
- Latente functies: de niet-onderkende en niet-beoogde gevolgen van een
bepaald sociaal patroon → bijvoorbeeld de latente functie van werk is
sociale contacten en/of tijdsstructuur
- Sociale disfunctie: een sociaal patroon dat het functioneren van de
samenleving als geheel verstoort → het sociale patroon is hier echter vaak
functioneel voor een onderdeel van de samenleving, maar niet voor de
gehele
 Het maatschappijbeeld hierbij is consensus, wat wil zeggen dat het er in de
grond vanuit gaat dat we met z’n allen dezelfde ideeën hebben over wat goed
en kwaad is, hoe de samenleving eruit moet zien enz.
 Analyseniveau = Macro

,  Kritiekpunten:
- Door zich op sociale stabiliteit en eenheid te richten, heeft het nauwelijks
oog voor bestaande ongelijkheden die spanningen en conflicten
veroorzaken → daarom als conservatief bestempeld
- Gebruik van algemene categorieën en dus geen ruimte voor individuele
afwijkingen

De conflictsociologie
 = een theorievormend kader waarin de samenleving wordt gezien als een
arena van ongelijkheid die conflicten en verandering veroorzaakt
 Focus op:
- Ongelijkheid / onderdrukking
- Dominante vs. ondergeschikte groepen
 Hoofdpersonen: Marx, Engels, Chambliss, Dahrendorf
 Activistische wetenschap: wetenschap moet sociale verandering teweeg
brengen; moet de wereld verbeteren
 De sekseconflictbenadering
- = Een benadering die zich richt op de ongelijkheid en de conflicten tussen
mannen en vrouwen
- Nauw gerelateerd aan het feminisme: het streven naar sociale gelijkheid
van mannen en vrouwen, en tegen het patriarchaat en seksisme
- Martineau en Addams waren belangrijke denksters hierin
 De rassenconflictbenadering
- = een benadering die zich richt op de ongelijkheid en conflicten tussen
mensen met een verschillende raciale en etnische achtergrond
- Belangrijke denker hierin was Du Bois
 Maatschappijbeeld hierbij is conflict, wat betekent dat het er niet vanuit gaat
dat we het eens zijn over goed en kwaad enz., maar juist dat er constante
conflicten zijn over dit soort onderwerpen
 Analyseniveau = Macro
 Kritiekpunten:
- Heeft nauwelijks oog voor de mogelijkheid dat gemeenschappelijke
waarden en wederzijdse afhankelijkheid voor eenheid tussen de leden van
een samenleving kunnen zorgen
- Naarmate een conflictbenadering steker bepaalde politieke doelen
nastreeft, vertoont ze eerder een gebrek aan wetenschappelijke
objectiviteit
- Gebruik van algemene categorieën




Het symbolisch interactionisme
 = Een denkkader waarin de samenleving wordt opgevat als het resultaat van
de interacties tussen individuen
 Werkelijkheid / realiteit wordt gecreëerd door interpretatie en definitie van de
situatie binnen sociale interacties → bestaat uit de wijze waarop we onze

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 t/m 9 + h11, h12, h15 en h16
Uploaded on
May 28, 2021
Number of pages
94
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$6.59
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
evavanhees Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
312
Member since
5 year
Number of followers
245
Documents
16
Last sold
3 months ago

4.2

47 reviews

5
17
4
22
3
7
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions