Samenvattingen sociologie..
1 Inleiding
Inleiding
Mensen hebben overal en altijd met mensen te maken.
Je zou kunnen zeggen dat sociologie een antwoord probeert te geven op de vraag: hoe
slagen mensen erin samen te leven? Met het accent op samen.
Psychologie: onderzoek naar gedrag en de gevoelens bij dat gedrag vanuit het individuele
gezichtspunt.
Economie: Onderzoek naar de wijze waarop de productie en distributie van schaarse
goederen in de samenleving wordt geregeld.
Politicologie: onderzoek naar de manier waarop mensen vormgeven aan de toekomst van
de samenleving.
Sociologie: onderzoek naar het gedrag van individuen en groepen vanuit het
maatschappelijke gezichtspunt.
Wat ‘doet Sociologie’?
De sociologie laat zien dat menselijke betrekkingen binnen de samenleving niet door de
natuur of God zijn opgelegd, maar het resultaat zijn van menselijke handelen zelf. Je zou dus
kunnen zeggen dat sociologie er is om bestaande (machts)verhoudingen bloot te leggen dit
word ook wel ideologiekritiek genoemd. Anderzijds is de sociologie als wetenschap die
inzicht geeft in menselijk gedrag vanuit de samenlevingsverbanden ook goed bruikbaar om
de samenleving te besturen, dit word beheersfunctie genoemd.
ook heeft sociologie een ordenende functie dat wil zeggen dat sociologen mede tot taak
hebben om in een min of meer onoverzichtelijke werkelijkheid een zodanige samenhang aan
te brengen, dat situaties overzichtelijker en begrijpelijker worden en bijvoorbeeld in een
maatschappelijke context worden geplaatst.
Sociologische kennis is gebaseerd op onderzoeksmateriaal en theorievorming daarover.
Sociologie wordt aldus gedwongen haar maatschappelijke relevantie en betekenis
voortdurend te bewijzen.
Sociologische verbeeldingskracht: dat mensen ogenschijnlijk los van elkaar staande
persoonlijke ervaringen, situaties en problemen moeten leren zien in het licht van de
manier waarop de maatschappij functioneert. (Wright Mills) beschreef – private troubles
veranderen in public issues, ofte wel persoonlijke moeilijkheden worden sociale problemen.
Wanneer er een paar mensen werkloos zijn, is dat een persoonlijk probleem; wanneer 10%
van de beroepsbevolking werkloos is dan is het ook een sociaal probleem.
Sociologie voor de praktijk
kennis is vaak al verouderd voordat je haar kan toepassen.
,Individu en samenleving
mensen onderscheiden zich van dieren doordat ze in staat worden geacht zich niet door de
omstandigheden te laten leven. Mensen worden door hun samenleving gevormd, maar
vormen op hun beurt ook weer de samenleving.
macht – het vermogen om vorm te geven aan je eigen toekomst.
macht omvat:
1. Het vermogen om doelstellingen in de toekomst te formuleren.
2. Het vermogen om – als doelstellingen voor de toekomst eenmaal gekozen zijn – de
middelen aan te wenden om ze te realiseren.
3. Het vermogen voor de vastgestelde doelstellingen de middelen te organiseren (en) om
(hiervoor) anderen te beïnvloeden, invloed uit te oefenen.
2 Socialisatie
2.1 Inleiding
We gaan in op de vraag; op welke wijze mensen leren hoe de wereld in elkaar zit en welke
verwachtingen zij daarbij ontwikkelen.
2.2 Socialisatie
Een baby is een onbeschreven blad (tabula rasa).
Nature-nurture debat = aangeleerd en aangeboren.
Aangeboren en aangeleerd is niet strikt te scheiden juist omdat mensen aangeboren dingen
hebben, kunnen ze van andere mensen leren.
Socialisatie – het proces waarbij mensen leren zich sociaal te gedragen in de voor hen
relevante groepen. Dit gebeurt al bij de geboorte.
2.3 Waarden
Onder waarden verstaan we de met anderen gedeelde voorstellingen over wat juist goed is
en daardoor nastrevenswaardig. (veiligheid, eerlijkheid).
wij-cultuur (groepsgericht) ik-cultuur (persoonsgericht).
Wanneer waarden worden omgezet in een visie op de toekomst of een gewenste
ontwikkelingsrichting, spreken we van doelen.
doel – is een denkbeeldige toekomstige situatie die wij nastreven. (bijv. 1x na mekka). Aan
waarden zijn twee aspecten te onderscheiden : (zeg gedrag) en (doe gedrag).
2.4 Normen
Normen – zijn concrete gedragsregels die aangeven wat verwacht wordt in een bepaalde
situatie, wat je moet doen of juist niet moet doen.
Normen kunnen verschillen per cultuur of opvoedingsstijl.
Normen zijn te onderscheiden in:
- morele normen over goed en kwaad
, - Juridische normen over legaal of niet legaal, juridisch wel of niet geoorloofd.
- sociale normen over gepast en ongepast.
2.5 Bewust en niet-bewust gedrag
als kleine kinderen leren we hoe het hoort. Als we moeten plassen gaan we naar de wc, we
denken er dan niet bij na we zijn dan onbewust bezig.
dat proces waarin je je verwachte gedrag ‘eigen’ maakt zodat je het zonder nadenken en
automatisch doet, wordt het proces van internalisering genoemd.
Mensen kunnen in een situatie terecht komen waarin hun gedrag zo door anderen bepaald
wordt, dat ze nauwelijks meer enige initiatief kunnen nemen dit word dan hospitalisering
genoemd.
2.6 Rollen en rollenconflicten
Wanneer we het hebben over een complex van normen en verwachtingen met betrekking
tot gedrag en de positie van iemand anders, spreken we van en rol (huisvrouw, man, zoon,
vader).
Externe rollenconflict – kan iemand als gevolg van verschillende posities die hij tegelijkertijd
inneemt de verschillende verwachtingen die aan hem gesteld worden moeilijk te
combineren.
interne rollenconflict – gaat het om 1 sociale positie die moeilijk te combineren is met
verschillende verwachtingen die aan iemand gesteld worden.
2.7 Kritiek op het rolbegrip
-
Institutionalisering
Het proces waarbij nieuwe vormen tot instituties worden, noemen we institutionaliseren.
Het verschijnsel dat sociologische begrippen worden gezien als iets dat op zichzelf staat en
los van mensen, noemen we reïficatie.
2.8 Sociale controle
Sociale controle is het geheel van reacties om de waarden en normen te handhaven.
positieve sancties – goedkeuren belonen.
negatieve sancties – afkeurend gedrag, straffen.
2.9 Normen handhaven en overschrijden
Wanneer normen (gedragsregels) overtreden worden, wordt dat beoordeeld als onprettig,
1 Inleiding
Inleiding
Mensen hebben overal en altijd met mensen te maken.
Je zou kunnen zeggen dat sociologie een antwoord probeert te geven op de vraag: hoe
slagen mensen erin samen te leven? Met het accent op samen.
Psychologie: onderzoek naar gedrag en de gevoelens bij dat gedrag vanuit het individuele
gezichtspunt.
Economie: Onderzoek naar de wijze waarop de productie en distributie van schaarse
goederen in de samenleving wordt geregeld.
Politicologie: onderzoek naar de manier waarop mensen vormgeven aan de toekomst van
de samenleving.
Sociologie: onderzoek naar het gedrag van individuen en groepen vanuit het
maatschappelijke gezichtspunt.
Wat ‘doet Sociologie’?
De sociologie laat zien dat menselijke betrekkingen binnen de samenleving niet door de
natuur of God zijn opgelegd, maar het resultaat zijn van menselijke handelen zelf. Je zou dus
kunnen zeggen dat sociologie er is om bestaande (machts)verhoudingen bloot te leggen dit
word ook wel ideologiekritiek genoemd. Anderzijds is de sociologie als wetenschap die
inzicht geeft in menselijk gedrag vanuit de samenlevingsverbanden ook goed bruikbaar om
de samenleving te besturen, dit word beheersfunctie genoemd.
ook heeft sociologie een ordenende functie dat wil zeggen dat sociologen mede tot taak
hebben om in een min of meer onoverzichtelijke werkelijkheid een zodanige samenhang aan
te brengen, dat situaties overzichtelijker en begrijpelijker worden en bijvoorbeeld in een
maatschappelijke context worden geplaatst.
Sociologische kennis is gebaseerd op onderzoeksmateriaal en theorievorming daarover.
Sociologie wordt aldus gedwongen haar maatschappelijke relevantie en betekenis
voortdurend te bewijzen.
Sociologische verbeeldingskracht: dat mensen ogenschijnlijk los van elkaar staande
persoonlijke ervaringen, situaties en problemen moeten leren zien in het licht van de
manier waarop de maatschappij functioneert. (Wright Mills) beschreef – private troubles
veranderen in public issues, ofte wel persoonlijke moeilijkheden worden sociale problemen.
Wanneer er een paar mensen werkloos zijn, is dat een persoonlijk probleem; wanneer 10%
van de beroepsbevolking werkloos is dan is het ook een sociaal probleem.
Sociologie voor de praktijk
kennis is vaak al verouderd voordat je haar kan toepassen.
,Individu en samenleving
mensen onderscheiden zich van dieren doordat ze in staat worden geacht zich niet door de
omstandigheden te laten leven. Mensen worden door hun samenleving gevormd, maar
vormen op hun beurt ook weer de samenleving.
macht – het vermogen om vorm te geven aan je eigen toekomst.
macht omvat:
1. Het vermogen om doelstellingen in de toekomst te formuleren.
2. Het vermogen om – als doelstellingen voor de toekomst eenmaal gekozen zijn – de
middelen aan te wenden om ze te realiseren.
3. Het vermogen voor de vastgestelde doelstellingen de middelen te organiseren (en) om
(hiervoor) anderen te beïnvloeden, invloed uit te oefenen.
2 Socialisatie
2.1 Inleiding
We gaan in op de vraag; op welke wijze mensen leren hoe de wereld in elkaar zit en welke
verwachtingen zij daarbij ontwikkelen.
2.2 Socialisatie
Een baby is een onbeschreven blad (tabula rasa).
Nature-nurture debat = aangeleerd en aangeboren.
Aangeboren en aangeleerd is niet strikt te scheiden juist omdat mensen aangeboren dingen
hebben, kunnen ze van andere mensen leren.
Socialisatie – het proces waarbij mensen leren zich sociaal te gedragen in de voor hen
relevante groepen. Dit gebeurt al bij de geboorte.
2.3 Waarden
Onder waarden verstaan we de met anderen gedeelde voorstellingen over wat juist goed is
en daardoor nastrevenswaardig. (veiligheid, eerlijkheid).
wij-cultuur (groepsgericht) ik-cultuur (persoonsgericht).
Wanneer waarden worden omgezet in een visie op de toekomst of een gewenste
ontwikkelingsrichting, spreken we van doelen.
doel – is een denkbeeldige toekomstige situatie die wij nastreven. (bijv. 1x na mekka). Aan
waarden zijn twee aspecten te onderscheiden : (zeg gedrag) en (doe gedrag).
2.4 Normen
Normen – zijn concrete gedragsregels die aangeven wat verwacht wordt in een bepaalde
situatie, wat je moet doen of juist niet moet doen.
Normen kunnen verschillen per cultuur of opvoedingsstijl.
Normen zijn te onderscheiden in:
- morele normen over goed en kwaad
, - Juridische normen over legaal of niet legaal, juridisch wel of niet geoorloofd.
- sociale normen over gepast en ongepast.
2.5 Bewust en niet-bewust gedrag
als kleine kinderen leren we hoe het hoort. Als we moeten plassen gaan we naar de wc, we
denken er dan niet bij na we zijn dan onbewust bezig.
dat proces waarin je je verwachte gedrag ‘eigen’ maakt zodat je het zonder nadenken en
automatisch doet, wordt het proces van internalisering genoemd.
Mensen kunnen in een situatie terecht komen waarin hun gedrag zo door anderen bepaald
wordt, dat ze nauwelijks meer enige initiatief kunnen nemen dit word dan hospitalisering
genoemd.
2.6 Rollen en rollenconflicten
Wanneer we het hebben over een complex van normen en verwachtingen met betrekking
tot gedrag en de positie van iemand anders, spreken we van en rol (huisvrouw, man, zoon,
vader).
Externe rollenconflict – kan iemand als gevolg van verschillende posities die hij tegelijkertijd
inneemt de verschillende verwachtingen die aan hem gesteld worden moeilijk te
combineren.
interne rollenconflict – gaat het om 1 sociale positie die moeilijk te combineren is met
verschillende verwachtingen die aan iemand gesteld worden.
2.7 Kritiek op het rolbegrip
-
Institutionalisering
Het proces waarbij nieuwe vormen tot instituties worden, noemen we institutionaliseren.
Het verschijnsel dat sociologische begrippen worden gezien als iets dat op zichzelf staat en
los van mensen, noemen we reïficatie.
2.8 Sociale controle
Sociale controle is het geheel van reacties om de waarden en normen te handhaven.
positieve sancties – goedkeuren belonen.
negatieve sancties – afkeurend gedrag, straffen.
2.9 Normen handhaven en overschrijden
Wanneer normen (gedragsregels) overtreden worden, wordt dat beoordeeld als onprettig,