–
Taalvaardigheid
&
Kritisch
Denken
Taalvaardigheid
Hoofdstuk
6
–
Verband
aanduidende
woorden
(signaalwoorden)
Als
je
twijfelt
over
het
al-‐dan-‐niet-‐verbinden
van
signaalwoorden,
kun
je
een
ezelsbruggetje
gebruiken:
past
het
signaalwoord
achteraan
in
een
losse
zin,
dan
verbindt
het
niet.
Past
het
er
niet
in,
dan
verbindt
het
wel.
• Ik
doe
het
toch/ik
doe
het
immers/ik
doe
het
daarom
(passend,
dus
niet
verbindend.
• Ik
doe
het
hoewel/Ik
doe
het
want/Ik
doe
het
zodat
(Foutief!)
• Hoewel
ik
het
doe/Want
ik
doe
het/Zodat
ik
het
doe
(Verbindend)
Tegenstelling
Verbindende
signaalwoorden:
• Maar
• Doch
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• Echter
• Evenwel
• Daarentegen
• Nochtans
Opsomming
Verbindende
signaalwoorden:
• Waarnaast
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• In
de
eerste
(tweede
etc.)
plaats
• Ook
• Bovendien
• Verder
• Daarnaast
• Tevens
• Daarenboven
(=
bovendien)
• Ten
slotte
Reden/argument
Een
reden
is
een
verklaring
van
wat
iemand
denkt
(vindt)
of
bewust
doet
(dus
een
motief)
Reden/argument
versus
oorzaak:
• Een
reden
is
een
verklaring
van
wat
iemand
denkt
(vindt)
of
bewust
doet
(dus
een
motief)
• Een
oorzaak
is
een
verklaring
van
een
onpersoonlijke
gebeurtenis
of
van
wat
iemand
(onbewust)
overkomt
,Reden/argument
Verbindende
signaalwoorden:
• Want
• Omdat
à
heb
je
zelf
invloed
op
• Daar
• Aangezien
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• Immers
à
hier
geef
je
mee
aan
dat
het
gaat
om
een
voor
jou
voor
de
hand
liggende
reden
• Tenslotte
à
Hier
geef
je
mee
aan
dat
het
gaat
om
een
voor
jou
voor
de
hand
liggende
reden
• Namelijk
à
speelt
het
bovenstaande
niet.
Oorzaak
Een
oorzaak
is
een
verklaring
van
een
onpersoonlijke
gebeurtenis
of
van
wat
iemand
(onbewust)
overkomt.
Verbindende
signaalwoorden:
• Doordat
à
heb
je
zelf
geen
invloed
op
• Door
het
feit
dat
Gevolg
Gevolg
(zodat):
het
resultaat
ligt
vast
Verbindende
signaalwoorden:
• Waardoor
• Ten
gevolge
waarvan
• Zodat
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• Daarom
(na
reden)
• Daardoor
(na
oorzaak)
• Dietengevolge
• Ten
gevolge
daarvan
• Zodoende
Conclusie
Een
conclusie
is
een
‘denkgevolg’,
een
gevolgtrekking.
Het
gaat
daarbij
om
iets
wat
je
afleidt
uit
andere
gegevens.
Verbindend
signaalwoord:
• Dus
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• Dus
• Dan
ook
• Kortom
• Derhalve
• Concluderend
, Doel
Doel
(opdat):
Het
is
een
gewenst
resultaat
Verbindende
signaalwoorden:
• Om
• Teneinde
• Opdat
Middel
Verbindende
signaalwoorden:
• Waartoe
• Waarvoor
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• Daartoe
• Daarvoor
• Daarom
Beperking/nuancering
Als
je
iets
te
algemeen
(ongenuanceerd)
zegt,
en
die
uitspraak
wilt
nuanceren,
brengen
de
volgende
niet
verbindende
signaalwoorden
een
uitkomst:
• Althans
• Tenminste
• In
elk
(ieder)
geval
Tijdsopeenvolging
Verbindende
signaalwoorden:
• Waarna
• Waarop
Niet
verbindende
signaalwoorden:
• Eerst
• Toen
• Daarna
• Daarop
• Later
• Vervolgens
(daarna)
• Ten
slotte
Voorwaarde
(conditie)
Een
voorwaarde
is
iets
waaraan
voldaan
moet
worden.
Verbindende
signaalwoorden:
• Alleen
als
• Alleen
wanneer
• Alleen
indien
• Mits
(alleen
als)
• Op
voorwaarde
dat
• Niet…
als
niet
• Niet…
tenzij
• Niet…
behalve
als